Frankrijk

‘Conservatieve en rechtse analyses over de islam waren zo gek nog niet’

28 oktober 2020

Na de onthoofding van leraar Samuel Paty beseft Frankrijk meer dan bij eerdere gruwelen dat lang verketterde politici en intellectuelen misschien gelijk hadden, schrijft René ter Steege in een ingezonden opiniestuk.

René ter Steege (1949) werkte als journalist onder meer voor de Franse krant Le Monde. Hij vertaalde boeken uit het Frans en schreef over extreem-rechts in Frankrijk, onder wie Marine Le Pen. Ter Steege is mede-auteur van het boek Riphagen, dat in 2016 werd verfilmd.

 

Ingezonden opinieartikelen worden geselecteerd door de redactie, maar vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs het standpunt van Elsevier Weekblad.

Even voordat Frankrijk werd opgeschrikt door de onthoofding van Samuel Paty, als straf voor het tonen van Mohammed-cartoons in zijn klas, was een boek verschenen met de titel Comment on a laissé l’islam pénétrer l’école – ‘hoe de islam kon doordringen in het onderwijs’. De schrijver, Jean-Pierre Obin, is niet een doorsneepolemist, maar een oud-onderwijsinspecteur.

Eén van zijn bevindingen uit een loopbaan van ruim twintig jaar: niet slechts een handvol islamitische leerlingen had geweigerd in januari 2015 eer te bewijzen aan de slachtoffers van de moordpartij op de redactie van Charlie Hebdo, maar een fors aantal. In sommige schooldistricten zelfs de meerderheid. Volgens Obin betrof het vooral scholen in wat de Fransen nogal ingetogen ‘moeilijke voorsteden’ noemen, waar in de meeste gevallen moslimmigranten, hun nazaten en recentere nieuwkomers de toon zetten.We baseren ons hier op de welwillende bespreking van Obins boek in Le Monde, een krant die er doorgaans  als de kippen bij is om vermeende racisten en twijfelaars aan het multiculturalisme aan de schandpaal te nagelen. Obin beschrijft de pressie van islamisten op schoolbesturen om hun onwelgevallige leerkrachten te kapittelen of te ontslaan. Precies wat voorafging aan de onthoofding van de arme prof in Conflans-Sainte-Honorine, op vrijdagmiddag 16 oktober.

Islamistische pressie

Volgens Jean-Pierre Obin hebben in sommige onderwijsdistricten Joodse leerlingen massaal het openbaar onderwijs de rug toegekeerd. Schooldirecties, het ministerie van Onderwijs en leraren deden niets, of veel te weinig om die islamistische druk en pesterijen tegen te gaan. Wat in het onderwijs geldt, gaat in de banlieues difficiles ook op voor Joodse inwoners die emigratie naar Israël verkiezen boven een bestaan als gesarde minderheid.

Obin kraakt linkse politici die na elke terreurdaad verzekeren dat ‘islamisme en islam’ niets gemeen hebben. Te lang hebben echter ook rechtse Franse regeringen de overvloedige bewijzen van het oprukken van de politieke islam onder het tapijt geveegd, en getolereerd dat het Franse secularisme werd vertrapt.

Een symbolisch dieptepunt was voor Obin de benoeming van een gesluierde moslima tot vicevoorzitter van de belangrijkste Franse studentenvakbond.

Macron spreekt zich uit

Obin schreef dit dus kort voor de onthoofding van de geschiedenisleraar in Conflans-Sainte-Honorine, een Parijse voorstad zonder getto’s als in de noordelijke banlieues.  President Emmanuel Macron was enkele uren later al ter plaatse – vergelijk dat eens met de afwezigheid van Nederlandse premiers op de plaatsen delict van Theo van Gogh en Pim Fortuyn – en bezwoer het islamisme nu echt hard aan te pakken.

Dat hoorde je ook na de aanslagen op Charlie Hebdo, de Bataclan, de koosjere supermarkt en alle door islamisten van eigen bodem begane gruweldaden. Het bleef voornamelijk bij ferme taal, en gaandeweg is in Frankrijk de vrijheid van meningsuiting inzake de islam onder steeds grotere druk komen te staan terwijl het land zich een permanent doelwit weet van terroristen. Volgens Franse media zijn sinds Macrons aantreden in 2017 minstens 32 aanslagen verijdeld.

Macron ging er hard tegenaan waar zijn voorgangers van links en rechts talmden. Macrons ministers willen haatimams laten oppakken en uitwijzen, wat in de praktijk een hele toer gaat worden. Leraren krijgen extra bescherming, al is het de vraag of onder hen het animo groot is om in een klas met bijna uitsluitend moslimkinderen over de vrijheid van meningsuiting of de Holocaust  te praten.

Het grote wegkijken

Welke vernederingen moest Frankrijk zich laten welgevallen in de ijdele hoop een kwaadwillende minderheid onder de moslims te apaiseren. Zorgt de onthoofding in Conflans voor een keerpunt in het grote wegkijken? Misschien, afgaande op de ontdane gezichten van collega’s van Samuel Paty, die in bijna alle Franse steden demonstreerden. Het betreft hier veelal overwerkte, matig betaalde, soms geterroriseerde mannen en vrouwen, vooral als ze in de moeilijke buurten en voorsteden lesgeven. Zij stemmen in meerderheid op linkse partijen, al stellen die sinds het einde van het Mitterrand-tijdperk weinig meer voor. Bovendien wordt de uiterst linkse partij LFI beticht van collaboratie met islamisten.

Lees het ingezonden opiniestuk van Paul Cliteur terug: De onthoofding van de Franse geschiedenisleraar Samuel Paty heeft grote gevolgen

Het kan les profs moeite kosten om toe te geven dat de analyses van conservatieve en zelfs uiterst rechtse intellectuelen en politici de laatste decennia zo gek nog niet waren. Neem de theorie van de grand remplacement, waarbij autochtonen worden verdrongen door immigranten en hun nazaten. Dat is precies wat gebeurde in sommige geïslamiseerde voorsteden en buurten van Parijs, Lyon, Toulouse enzovoort. Het zijn de ‘verloren gebieden van de Republiek’, ten prooi aan ‘islamistisch separatisme’ waarover Macron eerder deze maand sprak.

Nagenoeg alle terreurdaden van de laatste jaren, ook die in Conflans,  werden in Frankrijk gepleegd door migranten of hun afstammelingen, asielzoekers of door tot de islam bekeerde Fransen. Vaak betrof het ‘kleine criminelen’ die volgens de rechtse politica Marine Le Pen hadden moeten worden uitgewezen na het uitzitten van hun straf.  Dat zou heel wat slachtoffers hebben gescheeld, want veel van die jongens bleken in de bajes te zijn gerekruteerd voor de jihad.

Waarheden als koeien, die sinds de jaren zeventig bij links en gematigd rechts golden als uiterst onbetamelijk. De vrees het rechts-extremistisch geachte Front National in de kaart te spelen won het van de intellectuele eerlijkheid om te erkennen dat Frankrijk een probleem heeft met immigratie en islam. Macrons klare taal na de onthoofding van Samuel Paty, die overigens ons inziens niet een obscene Charlie-cartoon aan zijn 13-jarige  leerlingen had moeten tonen, markeert een waterscheiding. De nog jonge president heeft de scheiding tussen links en rechts en de daaraan verwante taboes dan ook nooit erkend.

Geloof belangrijker dan de Franse waarden

Fransen zijn het beu om steeds weer de straat op te gaan, kaarsjes te branden en de Marseillaise te zingen terwijl ze wachten op de volgende terreurdaad. Ze zagen de laatste jaren het ideaal van een aan de Franse cultuur aangepaste islam in rook opgaan, ondanks alle moeite van overheidswege. Het resultaat: 75 procent van de jonge moslims vindt volgens een recente peiling hun geloof belangrijker dan de Franse waarden.

Bijna zes jaar na ‘Charlie’, klaagde dezer dagen op de Place de la République in Parijs een demonstrerende leraar tegen Le Figaro, ‘is het islamisme steeds verder opgerukt’.

Met ferme uitspraken, de sluiting van hier en daar een moskee of de uitwijzing van wat haat-imams gaat Frankrijk dat kwaad niet uitroeien. Harde repressie lijkt nog de enige manier om de verloren gebieden te heroveren. In liberale democratieën wordt zo’n aanpak nog een hele toer. Wie het toch voorstelt, zoals sinds jaar en dag de rechtse schrijver Eric Zemmour, verdient volgens Le Monde ontslag wegens het zaaien van haat. De linksige krant schreef dat een paar dagen voor de onthoofding van Samuel Paty; nu doet zo’n geheven vinger al gedateerd aan.

 

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.