EW Podium, Allan van Hulst

Werkdruk op universiteiten is urgent en onhoudbaar

28 juli 2021

Als werkdrukproblemen binnen de Nederlandse universiteiten al worden besproken in de media, dan gaat het vooral om overuren. Een sterk versimpelde weergave van een complexe en cynische realiteit, zonder kritische reflectie op een zelfdestructief systeem en zijn excessen. Tijd om man en paard te noemen, betoogt wetenschapper Allan van Hulst in een bijdrage voor EW Podium.

Met bescheiden regelmaat verschenen er de laatste jaren berichten in de media over werkdruk aan universiteiten. Vaak gebracht als eufemistisch verpakte woordvoerderij. Meestal doorspekt met modewoorden als ‘diversiteit’, ‘inclusiviteit’ en ‘sociale veiligheid’. Doorgaans algemene nonsens die een communicatieafdeling van een universiteit de pers voorkauwt. Deze benadering van het probleem laat weinig ruimte voor een kritische reflectie op de universiteiten zelf.

Allan van Hulst (1985) studeerde theoretische informatica aan de Radboud Universiteit Nijmegen en promoveerde aan de TU/e Eindhoven. Zijn specialisatie is de automatische verificatie van wiskundige bewijzen. Momenteel is hij verbonden als data-analist aan het Tinbergen Instituut voor Economie en Econometrie.

Dit is een artikel voor EW Podium. Daarop publiceert de redactie van EW elke week meerdere artikelen van jonge schrijvers, die vanuit hun eigen onderzoek, expertise of werkervaring willen bijdragen aan het publieke debat.

Eerder betoogde ik hier op EW Podium dat het gelijkstellen in ernst van de werkdrukproblematiek en bijvoorbeeld het ontbreken van genderneutrale toiletten volkomen absurd is. Immers, wanneer het huis in brand staat, moet men beginnen met blussen, en niet de heggenschaar pakken om de coniferenhaag bij te gaan knippen.

Eindelijk aandacht zware intimidatie door leidinggevenden

Onlangs publiceerde de NOS een artikel waarin lijkt te worden gezocht naar een andere toon. Een kleine moedige stap omdat er een concreet aspect van het universitaire werkdrukprobleem — zware intimidatie door leidinggevenden — wordt besproken. Bovendien is dit de allereerste keer dat de NOS het onderwerp van werkgerelateerde suïcide in een universitaire context benoemt. Voordat andere media als NRC en de Volkskrant een dergelijke kritische toon gaan aanslaan, zullen we waarschijnlijk nog een aantal jaren geduld moeten hebben. Zij zijn voor het vullen van hun wetenschapskaternen afhankelijk van de informatievoorziening vanuit de universiteiten en zullen zich daarom afwachtend en voorzichtig opstellen.

Het is maar zeer de vraag of de Nederlandse wetenschappelijke gemeenschap deze mate van vooruitgang moet accepteren. In het meest hoopvolle geval zal de situatie dan met toeslagenaffairetraagheid binnen een aantal jaren convergeren naar een acceptabele oplossing, terwijl de situatie juist gebaat is bij forse stappen voorwaarts en het helder benoemen van pijnpunten.

Piramidevormig systeem

Wetenschappelijk medewerkers van universiteiten vallen goeddeels in vijf categorieën: promovendi, postdocs, universitair docenten, hoofddocenten en hoogleraren. Dergelijke hiërarchische structuren zien we ook terug in andere onderdelen van de publieke sector in Nederland, bijvoorbeeld bij defensie, ziekenhuizen en de politie. Er is echter wel een belangrijk verschil. Waar het bijvoorbeeld in de landmacht mogelijk is om als sergeant dan wel als kolonel met pensioen te gaan, is de universitaire piramide een afvalsysteem.

Lees ook het vorige artikel van Allan van Hulst voor EW Podium: Woke als dekmantel voor universitaire problemen?Barometer Culturele Diversiteit

Wie niet doordringt tot een volgende smallere laag richting de top, valt van de piramide af en doet in beginsel niet meer mee. Dit is duidelijk het geval bij de NWO-subsidie Veni voor postdocs met een slagingskans van ongeveer 15 procent en alleen aan te vragen binnen drie jaar na het afronden van het promotieonderzoek. Dergelijke constructies zijn alomtegenwoordig en systemisch drukverhogend. Waar overwerk vooral een probleem vormt voor onderzoeksmedewerkers in dienst van universiteiten, wordt uit het oog verloren dat een aanzienlijk deel van de werkdruk bestaat uit het überhaupt deelnemen aan dit systeem.

Sportmetaforen maskeren perfide systeem

Om de inrichting van dit stelsel te verantwoorden, worden allerhande metaforen uit de sportwereld ingezet. Niet iedereen kan in de eredivisie voetballen, toch? De onderliggende vraag is natuurlijk waarom we dan de rest van de publieke sector niet op deze manier gaan inrichten. Ziet u het al voor zich? ‘Dag Klaas, natuurlijk mag je bij de politie, wees welkom! Maar als je binnen zes jaar geen inspecteur bent, word je ontslagen. En als je bij de recherche wilt, moet je eerst een subsidie aanvragen om daarvan je eigen salaris te betalen. Kans daarop is 15 procent trouwens. Succes ermee jongen.’

Een ander essentieel verschil met andere publieke instituties in Nederland is gelegen in de internationale werving. Voor vrijwel alle wetenschappelijke functies ontvangt men talloze sollicitaties van over de hele wereld. Het ‘aantrekken van internationaal talent’ heet dat met mooie woorden. De vraag rijst echter of dit aantrekken van internationaal talent niet veeleer een verkapt roulatiesysteem is. Het biedt namelijk de mogelijkheid om een psychisch overbelaste Nederlandse kandidaat te vervangen door een frisse werkkracht uit China of Argentinië, waarmee universiteiten ook nog kunnen scoren op allerlei diversiteitsschalen.

Asbestgevaar los je niet op met het inhuren van artsen

De universiteiten hebben verschillende oplossingen aangedragen voor (hun interpretatie van) de huidige problemen. Zo wilde koepelorganisatie VSNU meer geld, hetgeen ze overigens heeft gekregen, met dien verstande dat een geplande bezuiniging werd teruggedraaid. Het anders waarderen en belonen van wetenschappers wordt soms genoemd als mogelijke verbetering, waarbij moet worden aangetekend dat de jonge en oudere generatie hier nogal anders over lijkt te denken. Ook biedt een aantal universiteiten voor specifieke groepen van werknemers, bijvoorbeeld aan promovendi, een beperkte mate van psychische hulp en ondersteuning, bijvoorbeeld via specialistische externe partijen zoals ArboUnie.

Hoewel sommige wetenschappers hierbij in beginsel gebaat zullen zijn, lijkt het toch op symptoombestrijding. Stelt u zich eens voor dat er in Nederland een bedrijf is dat op een onveilige manier asbest verwerkt. En dat de directeur vervolgens beterschap belooft en drie artsen in dienst neemt die zijn gespecialiseerd in asbestgerelateerde klachten. Tsja. Dat is niet hoe het werkt, hè?

Universiteiten handelen in strijd met de wet

Een universiteit is een rechtspersoon die zich aan de wet heeft te houden. Meer in het bijzonder aan artikel 3 van de arbeidsomstandighedenwet. Waar elke andere vorm van giftige bedrijfsvoering in Nederland die te maken krijgt met honderden aangiften, de stormram van de Inspectie SZW kan verwachten, geldt dit voor de universiteiten kennelijk niet.

Lees ook deze spraakmakende column van Geerten Waling: De plaag van ‘woke’ expats op universiteiten

Nee. De universiteiten mochten een zelfreflectie met verbeterpunten schrijven. De samenvatting van acht kantjes leest als een hallucinant flutstuk dat een nogal woke brugklasser bij maatschappijleer heeft ingeleverd. Het benoemen van de problemen in al hun ernst wordt weer eens uit de weg gegaan. Bovendien lijkt het alsof de universiteiten voor de arbeidsomstandighedenwet een uitzonderingspositie genieten. Ze staan toch niet boven de wet?

Absolute transparantie over excessen

Het beschrijven van het huidige Nederlandse universitaire bestel als een soort topsportsysteem, waar door competitie het beste in mensen naar boven wordt gebracht, is van een bijna krankzinnige naïviteit. Iedereen die dit model tegenwoordig nog onderschrijft, neemt de eerstvolgende wetenschapper die zichzelf vergiftigt op de koop toe. Laten we proberen actief te leren van de fouten uit het verleden.

Absolute transparantie over concrete excessieve situaties is daarvoor een bruikbaar middel tot reflectie. Bijvoorbeeld door per universiteit het aantal werkgerelateerde suïcides over de periode 2010-2020 openbaar te maken. Ja, natuurlijk zal dat negatief afstralen op de Nederlandse academische sector, maar het doel heiligt de middelen. Het zelfreinigend vermogen van de universiteiten is namelijk tot op heden begroot op nihil. Er is weinig te verliezen, en veel vertrouwen en eerlijkheid te winnen. Universiteiten zijn een essentieel onderdeel van onze onderwijspiramide, en hun maatschappelijk draagvlak is gebouwd op geloofwaardigheid.

De auteur dankt R. Lichtenberg voor de tekstcorrecties.

Denk je aan zelfmoord? Praat erover. Neem contact op via 0800-0113 of www.113.nl. Ben je op dit moment in dienst van een Nederlandse universiteit? Dan kan contact met bedrijfsmaatschappelijk werk een goede eerste stap zijn om werkgerelateerde suïcidale gedachten te bespreken.

Wil jij een reactie geven op dit artikel? Discussieer mee! Stuur een reactie van minimaal 200 woorden naar [email protected]. Inhoudelijke reacties die voldoen aan de algemene fatsoensnormen worden geplaatst onder dit bericht. Zie voorwaarden.