De nationale investeringsbank die Wennink wil, had Nederland al eens

NIBC bank in Den Haag. (Foto ANP).

Oud-ASML-topman en kabinetsadviseur Peter Wennink wil dat er een Nationale Investeringsbank komt om de torenhoge ambities uit zijn veelbesproken rapport waar te kunnen maken. De investeringsbank die Nederland had, werd verpatst.

Vandaag, vrijdag 6 maart, presenteerde NIBC voor de laatste keer zijn jaarcijfers. Eerder deze week gaf de Autoriteit Consument & Markt (ACM) toestemming voor de overname van NIBC door ABN AMRO.

Er zijn, aldus de toezichthouder, geen aanwijzingen dat de overname ‘het huidige niveau van de concurrentie zal verminderen’. In de tweede helft van dit jaar wordt de overname afgerond.

Einde aan zelfstandig bestaan NIBC

Daarmee komt er een einde aan het zelfstandige bestaan van de Haagse bank. NIBC kent een veelkleurige geschiedenis.

NIBC werd direct na de Tweede Wereldoorlog opgericht als staatsinvesteringsbank. Net voor de eeuwwisseling werd de bank geprivatiseerd en daarna een beursgenoteerde zakenbank en private-equityfirma. Ten slotte werd het een reguliere bank die kredieten verschaft aan bedrijven, spaargeld beheert voor zo’n 325.000 klanten en hypotheken verstrekt aan circa 200.000 huizenbezitters.

In zekere zin is de cirkel rond: NIBC komt (indirect) deels in handen van de staat. Die bezit nog altijd zo’n 30 procent van de aandelen van ABN AMRO.

NIBC begon als ‘Herstelbank’

NIBC werd in 1945 opgericht als de Maatschappij tot Financiering van het Nationaal Herstel. ‘Deze semi-overheidsinstelling, in de wandeling Herstelbank genoemd, heeft tot doel het financieren van in het Rijk gevestigde bedrijven,’ schreef de befaamde econoom en hoogleraar Jacobus Franciscus Haccoû (1903-1972) anderhalf jaar later in het Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie.

Die bedrijven waren actief in ‘handel, nijverheid, ambacht, bodemcultuur, visserij, verkeer te land, te water en in de lucht, mijnbouw, woningbouw of anderszins’.

Haccoû, de eerste directeur van SEO Economisch Onderzoek, beschreef de werkwijze van de Herstelbank als volgt: ‘Zulks onder meer door middel van het openen van kredieten, het verstrekken van geldleningen, het stellen van borgtochten, het deelnemen in het kapitaal en het verlenen van bemiddeling bij een en ander.’

Niet dat er zomaar met geld werd gestrooid. Er was enige focus: ‘Dit alles met de beperking dat deze handelingen dienstig moeten zijn voor het herstel van de welvaart des Rijks.’

Wennink pleit voor oprichting Nationale Investeringsbank

Zo’n tachtig jaar later pleit oud-ASML-topman Peter Wennink in zijn rapport De route naar toekomstige welvaart voor de oprichting van een Nationale Investeringsbank.

Die zou met 10 tot 20 miljard euro van de overheid van start moeten gaan. Wennink, die 15 april de negende EW Economie-lezing geeft in Amsterdam, verwacht dat die bank door bijdragen uit de private sector minimaal 100 miljard euro kan gaan investeren.

Lees ook | Peter Wenninks harde boodschap aan Den Haag: verliest Nederland zijn welvaart zonder forse investeringen?

Zo’n investeringsbank had Nederland dus met de Maatschappij tot Financiering van het Nationaal Herstel. In 1971 ging die zelfs Nationale Investeringsbank (NIB) heten.

De doelstelling was destijds dezelfde als nu: het bevorderen van welvaart. De omstandigheden waren natuurlijk totaal verschillend. ‘Nu de oorlog achter ons ligt,’ analyseerde Haccoû, ‘bestaat uiteraard bij het Nederlandse bedrijfsleven de wens om het produktie-apparaat zo goed mogelijk te herstellen.

‘Dit impliceert dus, dat er een belangrijke behoefte aan vermogen bestaat, welker omvang nog niet nauwkeurig kan worden geschat. Wel kunnen wij de oorzaken der vermogensbehoefte aangeven.’

Herstelbank begon met 100 miljoen gulden

Zo moesten onder meer machines worden vervangen. ‘Wij denken hier zowel aan het kwantitatieve verlies (tenietgaan en afstoting) als aan het kwalitatieve verlies (onvoldoende onderhoud).’

Ook moesten bestaande bedrijven zich ‘omschakelen’ en nieuwe ondernemingen worden opgericht, ‘door de inmiddels opgetreden wijzigingen in de techniek (b.v. plastiks)’.

De noodzakelijke investeringen na alle oorlogsschade telden, volgens het Centraal Planbureau destijds, op tot zo’n 20 miljard gulden voor de periode 1946-1952 – in de euro’s van nu is dat 130 miljard. Dat ging om allerlei schade, waaronder die aan huizen, en verliezen aan goud, deviezen en beleggingen.

De Herstelbank ging met 100 miljoen gulden van start, in 1946 kwam daar nog eens 200 miljoen bij. Naast de staat waren institutionele beleggers en enkele particulieren de aandeelhouders. Voor de bijdrage van de staat, de meerderheidsaandeelhouder, werd er geld bijgedrukt.

‘Dit is op zich niet ongevaarlijk,’ schreef Haccoû als waarschuwing, ‘en vereist dus een voorzichtig beleid, wil men de inflatoire werking hiervan voorkomen.’

Wennink: Nederland moet 151 tot 187 miljard euro investeren

Als het aan Wennink ligt, richt Nederland zich op vier domeinen. Dat zijn digitalisering & AI, veiligheid & weerbaarheid, energie- & klimaattechnologie, en life sciences & biotechnologie.

Volgens hem moet de komende tien jaar in totaal tussen de 151 en 187 miljard euro worden geïnvesteerd om de economische groei te versnellen en de welvaart op peil te houden.

Het eerste verslag van de Herstelbank, uit 1946, bevatte een lijst met sectoren waaraan ‘gekontrakteerde en goedgekeurde nog niet gekontrakteerde kredieten’ waren verstrekt van samen 58,7 miljoen gulden.

Lees ook | Peter Wennink: meer dan 150 miljard euro investeren, anders raakt Nederland achterop

Ruim 9 miljoen was bestemd voor de textielnijverheid, 8,5 miljoen voor de metaalnijverheid, scheeps-, vliegtuig- en wegenbouw, en 7,5 miljoen voor de visserij en jacht. Van die 58,7 miljoen gulden ging 20 miljoen naar nieuwe bedrijven, de start-ups van destijds.

De oude NIB was een groot succes

De Maatschappij tot Financiering van het Nationaal Herstel speelde een grote rol in de wederopbouw en de decennia erna. In 1971 kreeg de bank niet alleen een nieuwe naam, maar werd er ook de Regeling Bijzonde Financiering in het leven geroepen. Die regeling bood bedrijven de mogelijkheid om onder staatsgarantie te lenen bij banken. De NIB kreeg het beheer over die kredieten.

In de crisisjaren zeventig – met banken die huiverig waren om kredieten te verstrekken – kwam die regeling als geroepen. De NIB leende zelf ook veel uit. Ook goedlopende bedrijven konden in die periode moeilijk bij private banken terecht voor leningen die ze nodig hadden om te kunnen investeren.

Later zou de NIB een deel van die leningen aan bedrijven omzetten in aandelenbelangen in die bedrijven, zodat die niet meer hoefden af te lossen en rente te betalen.

De privatiseringsgolf van de paarse kabinetten

Midden jaren tachtig ging de NIB naar de beurs, maar de staat bleef meerderheidsaandeelhouder. De bank en de Regeling Bijzondere Financiering waren een succes.

In 1996 luidde de conclusie van een evaluatie van het ministerie van Financiën nog dat ze in een grote behoefte voorzagen en zo een belangrijke bijdrage leverden aan de soepele werking van de kapitaalmarkt.

Maar het politieke klimaat was veranderd. Staatsdeelnemingen werden verkocht en staatsbedrijven geprivatiseerd. De paarse kabinetten van premier Wim Kok (PvdA) waren aan het bewind.

Toenmalig minister van Financiën Gerrit Zalm (VVD) maakte eind 1998 bekend dat het meerderheidsbelang in de NIB zou worden verkocht aan de pensioenfondsen ABP en PGGM.

Van NIB naar NIBC

Die pensioenfondsen beëindigden de beursnotering in 1999 en doopten de bank om tot NIBC (de C staat voor Capital). Ze sloegen dat jaar ook toe door de private-equityfirma AlpInvest over te nemen.

Vijf jaar later werd NIBC weer opgesplitst in twee takken: één voor de bankactiviteiten (NIBC) en één voor de investeringen (AlpInvest).

In december 2005 kwam NIBC voor 2,1 miljard euro in handen van een groep banken en investeerders onder leiding van de Amerikaanse private-equityfirma JC Flowers & Co. Ook ABN AMRO zat in die groep.

Die eigenaren wilden snel cashen door NIBC in het voorjaar van 2007 naar de beurs te brengen. Maar de beursgang werd uitgesteld. De kredietcrisis begon zich te voltrekken.

Daar kwam NIBC redelijk ongeschonden doorheen. De bank kreeg geen rechtstreekse steun, maar de overheid gaf wel garanties van 1,7 miljard euro af voor een obligatielening die NIBC uitgaf. Een kleine tien jaar bleef het redelijk stil. Totdat NIBC bekendmaakte weer naar de beurs te gaan. Dat gebeurde in maart 2018.

Corona gooit roet in het eten voor aandeelhouders NIBC

Die episode was van korte duur. Begin 2020 deed de Amerikaanse investeerder Blackstone een overnamebod op NIBC, waarmee de twee grootste aandeelhouders (JC Plowers en de familie Wessels van bouwconcern VolkerWessels) rap instemden. De waarde van het bod was 1,4 miljard euro.

Maar onmiddellijk erna brak de coronapandemie uit. Blackstone begon af te dingen. Bij het officiële bod, in augustus van dat jaar, werd NIBC op iets maar dan 1 miljard gewaardeerd. Toch stemden de aandeelhouders in. NIBC verdween weer van de beurs.

Ruim vijf jaar later, november 2025, maakte ABN AMRO bekend NIBC over te willen nemen van Blackstone voor 960 miljoen euro. Daarvoor gaf de ACM deze week dus groen licht.

Roep om nieuwe nationale investeringsbank

Nadat Gerrit Zalm in 1998 de NIB in de verkoop deed, gingen zo nu en dan stemmen op voor de oprichting van een nieuwe staatsinvesteringsbank. De meest serieuze poging was in 2009 van toenmalig SP-Kamerlid Sharon Gesthuizen. Zij kwam met een initiatiefnota, getiteld Een nieuwe Nationale Investeringsbank.

Lees ook | Veel durfkapitaal gaat de grens over: wat kan een nationale investeringsinstelling bieden?

Dat was kort na de kredietcrisis. De banken hadden zware schade geleden en werden gedwongen om grotere buffers aan te houden en strenger te worden bij de kredietverstrekking. Bedrijven konden moeilijk aan leningen komen. Gesthuizen vond dat de staat moest interveniëren, maar kreeg de Tweede Kamer niet mee.

Invest International mist schaal

In 2019 is wel Invest-NL opgericht, een nationale instelling die bedrijven financiert en helpt bij het aantrekken van privaat kapitaal.

Twee jaar later volgt Invest International, een overheidsorganisatie die Nederlandse bedrijven in het buitenland ondersteunt bij het zakendoen en de financiering van projecten.

Voor de ambities die Wennink formuleert (en die het kabinet-Jetten omarmt) is dat onvoldoende. ‘Invest-NL, Invest International en het netwerk van regionale ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) leveren zeker waardevolle bijdragen, maar missen schaal,’ schrijft de ex-CEO in zijn rapport.