Gezien hun geschiedenis in Iran nemen de Verenigde Staten een groot risico

Trump walks toward his helicopter. (Photo: Getty Images)

Terwijl de Verenigde Staten en Israël grootschalige militaire aanvallen op Iran uitvoerden en Iraanse staatsmedia meldden dat de Opperste Leider ayatollah Ali Khamenei is omgekomen bij de openingsaanval van Operatie Epic Fury, presenteerden beleidsmakers en commentatoren uiteenlopende verklaringen voor waarom deze oorlog gerechtvaardigd zou zijn.

Onder wie ook ikzelf, met mijn bijdrage aan de uitzending van Nieuwsuur op zondag 1 maart.

Trump weet niet waaraan hij is begonnen

President Donald Trump stelt dat de aanval werd uitgevoerd omdat Iran een onmiddellijke bedreiging vormde voor het Amerikaanse grondgebied.

Voor deze bewering heeft Trump echter geen enkel bewijs geleverd.

Bovendien lijken hij en zijn kabinet niet goed door te hebben welke risico’s zij nemen. Wie de aanval plaatst in de bredere context van het Amerikaanse buitenlandse beleid – vooral in die van de geschiedenis van regimewisselingen en eerdere interventies in het Midden-Oosten en Iran – ziet vooral hoe vaak zulke acties onbedoelde gevolgen hebben gehad.

De kans dat dit opnieuw gebeurt, is eerder groot dan klein.

Waarom valt Trump Iran aan?

Als het argument van een onmiddellijke Iraanse dreiging weinig overtuigend is, waarom kiest Trump dan toch voor deze koers? Verschillende andere verklaringen maken die stap begrijpelijker.

Ten eerste lijkt Iran op dit moment strategisch verzwakt. Regionale bondgenoten als Hamas en Hezbollah hebben aanzienlijke verliezen geleden. Tegelijkertijd hebben interne onrust en economische druk de invloed van Teheran in de regio verminderd.

Dat beeld van kwetsbaarheid creëert wat voorstanders van de aanval zien als een zeldzame kans.

Trump heeft het idee dat militair ingrijpen een eitje is

Ten tweede kunnen eerdere, beperkte aanvallen op Iraanse nucleaire installaties in juni vorig jaar bij Trump de indruk hebben gewekt dat een militaire actie relatief eenvoudig is.

Die aanvallen waren kort en verliepen zonder Amerikaanse slachtoffers. Dat kan de indruk hebben versterkt dat Iran niet hard zou terugslaan en dat escalatie zou uitblijven.

Ten derde profiteert Trump nog steeds van het politieke momentum dat voortkwam uit zijn relatief goedkope operatie om Nicolás Maduro in Venezuela van zijn troon te stoten.

Hetzelfde zelfvertrouwen speelde een rol bij zijn poging om Groenland onder Amerikaanse controle te brengen. Bovendien versterkte de buitenlandse politieke overwinning in Zuid-Amerika Trumps overtuiging dat gedurfde acties snel resultaat kunnen opleveren.

Afleidingsstrategie van binnenlandse problemen

Daarnaast speelt de binnenlandse politiek een belangrijke rol.

Trump staat onder druk door de aanhoudende betaalbaarheidscrisis, zijn omstreden immigratiebeleid, dalende populariteitscijfers, het vooruitzicht van een zware nederlaag bij de tussentijdse verkiezingen in november en de voortdurende controverses over de Epstein-dossiers.

Dat alles kan een prikkel zijn om de aandacht te verleggen naar krachtig optreden in het buitenland.

In de toekomst zullen wetenschappers waarschijnlijk dankbaar gebruikmaken van de theorie van de zogeheten afleidings­oorlog (Diversionary War) om te analyseren hoe Trump met een ‘keuzeoorlog’ tegen Iran probeert weg te komen met binnenlandse problemen.

Strategisch opportunisme en politieke berekening

Voor geen van deze factoren is een grote complottheorie nodig om het denken van de regering-Trump te verklaren. Ze weerspiegelen een combinatie van strategisch opportunisme en politieke berekening. Het gevaar is dat oorlogen die onder zulke aannames worden begonnen maar zelden verlopen zoals gepland.

Niet alleen zijn de argumenten die Trump en zijn naaste bondgenoten aanvoeren weinig oprecht, ook het besluitvormingsproces dat tot oorlog leidt, is gevoelig voor fouten.

Trump beschikt niet over een goed functionerende Nationale Veiligheidsraad met een Nationale Veiligheidsadviseur die een gestructureerd proces leidt waarin alternatieven worden doorgerekend, risico’s worden afgewogen en verschillende opties aan de president worden voorgelegd.

Marco Rubio heeft bijvoorbeeld zoveel functies tegelijk dat hij die rol nauwelijks kan vervullen. In plaats daarvan blijkt uit een recent profiel in Vanity Fair van stafchef Susie Wiles dat zij in haar kantoor in de West Wing een monitor heeft waarop voortdurend de berichten van Trump op Truth Social worden gevolgd. Zo kunnen medewerkers onmiddellijk reageren op zijn impulsen.

Lees ook: Rubio stelt Europa gerust, maar echte verzoening met de VS is nog ver weg

Loyaal zijn aan Trump, dat is wat telt

Daar komt bij dat veel mensen in Trumps directe omgeving hun positie vooral te danken hebben aan loyaliteit, niet aan ervaring. Zelfs serieuze kabinetsleden, zoals de gouverneur van North Dakota Doug Burgum, hebben zich tijdens op televisie uitgezonden kabinetsvergaderingen opvallend onderdanig opgesteld.

De Amerikaanse minister van Binnenlandse Zaken Doug Burgum (r) spreekt naast Bud Denker, president van Penske Corporation, Roger Penske, voorzitter van Penske Corporation, en de Amerikaanse president Donald Trump
De Amerikaanse minister van Binnenlandse Zaken Doug Burgum (rechts) naast Bud Denker, president van Penske Corporation, Roger Penske, voorzitter van Penske Corporation, en de Amerikaanse president Donald Trump. (Foto: Getty Images)

In zo’n omgeving wordt een kritisch debat ontmoedigd en ontstaat er druk om meteen mee te gaan met de nieuwste publieke oekazes van de president. Dat zijn nauwelijks de omstandigheden voor een zorgvuldig en strategisch buitenlands beleid.

Valse hoop dat militair geweld politieke resultaten kan afdwingen

Als dit het besluitvormingsproces is dat tot de oorlog met Iran heeft geleid, is de kans groot dat de risico’s onvoldoende zijn afgewogen. Recente Amerikaanse ervaringen met regimewisselingen laten zien dat zulke interventies vaak eindigen in chaos en instabiliteit.

De door de NAVO gesteunde interventie van Barack Obama in Libië in 2011, die Muammar al-Khaddafi ten val bracht met de belofte van bevrijding, leidde uiteindelijk tot een burgeroorlog, militaire fragmentatie en langdurige onveiligheid.

De afzetting van Saddam Hussein door George W. Bush in 2003 leidde tot de opkomst van ISIS en langdurig sektarisch geweld, met grote gevolgen voor zowel de Verenigde Staten als de regio.

En zelfs na twintig jaar militaire aanwezigheid waren de Verenigde Staten er niet in geslaagd om een stabiele staat op te bouwen in Afghanistan nadat de Taliban uit de macht waren verdreven.

President Bush jr. spreekt soldaten toe.
President Bush jr. spreekt soldaten toe. (Foto: Getty Images)

Ook Trumps oproep aan Iraniërs om in opstand te komen tegen hun leiders is riskant. De mannen die in januari zeker twintigduizend Iraanse demonstranten hebben afgeslacht, beschikken nog steeds over hun wapens. Een vergelijkbare oproep van George H.W. Bush in 1991 aan de Irakezen om Saddam Hussein omver te werpen, werd gevolgd door de bloedbaden waarvan de massagraven in 2003 in Irak werden ontdekt.

Misvattingen over Iran

Als de Verenigde Staten een slechte geschiedenis hebben met beleid gericht op regimewisseling, hoe zit het dan met hun relatie met Iran?

De Verenigde Staten hebben een lange geschiedenis van inmenging in Iran. Die geschiedenis omvat geheime operaties en geopolitieke spanningen uit de Koude Oorlog. Het resultaat is 46 jaar geen diplomatieke betrekkingen, een sterke Iraanse impuls tot verzet, en herhaalde tegenreacties die de anti-Amerikaanse houding van Iran nog verder hebben versterkt.

In plaats van stabiliteit te brengen in Iran, in de regio en in de olieprijzen, creëerde Operatie Ajax, de staatsgreep van 1953 georganiseerd door de CIA en de Britse geheime dienst MI6, een diepe politieke wrok. Die rancune heeft generaties lang de Iraanse politieke identiteit gevormd en leverde extra brandstof voor de Iraanse revolutie van 1979.

Vanuit historisch perspectief bezien is deze oorlog dus moeilijk te rechtvaardigen. Bovendien lijkt zij gebaseerd op een verkeerde inschatting van hoe een conflict met Iran zou verlopen.

Saddam Hussein probeerde het

De laatste leider die dacht dat Iran zwak genoeg was voor een snelle overwinning, kwam bedrogen uit. In 1980 ging Saddam Hussein ervan uit dat de chaos na de islamitische revolutie Iran militair kwetsbaar had gemaakt. Hij begon daarom een invasie in de verwachting van een snelle overwinning.

 Saddam Hoessein in 1983
Saddam Hussein in 1983. (Foto: Getty Images)

Maar Saddam onderschatte zowel het Iraanse nationalisme als de beperkingen van zijn eigen inlichtingen. Hoewel de revolutionaire zuiveringen van 1979 het Iraanse officierskorps ernstig hadden verzwakt en 85 hoge generaals waren geëxecuteerd, organiseerde Iran een felle verdediging. In plaats van een snelle overwinning ontstond een uitputtingsslag van acht jaar die miljoenen levens kostte.

Pas op voor moerassen en eindeloze oorlogen

De Verenigde Staten nu zijn niet het Irak van 1980 en ook niet het Amerika van 1953. Toch rijst de vraag of de risico’s van een aanval op Iran werkelijk volledig zijn doorgerekend. Zijn scenario’s overwogen die rekening houden met de historische ervaringen van de tegenstander?

Het feit dat het theocratische regime in Iran zijn eigen leger na de revolutie van 1979 sterk had verzwakt en toch in staat bleek een buitenlandse invasie af te slaan, had een belangrijk element moeten zijn in elke discussie over oorlog. De chaotische gevolgen van de regimewisselingen in Libië en Irak zijn eveneens belangrijke waarschuwingen.

Buitenlandbeleid dat slecht is doordacht, loopt meestal niet goed af

De geschiedenis herhaalt zich misschien niet altijd, maar zij is ook niet te negeren. Wie geen rekening houdt met de veerkracht van Iran, de gevolgen van eerdere interventies en de onvoorspelbare dynamiek van regimewisselingen, kan – net als Saddam Hussein destijds – tot de ontdekking komen dat landen niet gemakkelijk zijn te verslaan, zelfs wanneer ze zwak ogen.

Lees ook: Macht, moraal en het Midden-Oosten: Waarom hangen er in Amsterdam meer Palestijnse dan Oekraïense vlaggen?