Leo Kwarten

Weinigen zijn zo rijk geworden als beveiligers in Irak

18 maart 2020

Weinigen zijn zo rijk geworden als de voormalige Britse commando’s die de SAS verruilden voor een job bij een beveiligingsbedrijf in Irak, schrijft arabist Leo Kwarten. Ze moeten er voor zorgen dat buitenlanders in Irak niet worden ontvoerd, onthoofd of gewoon opgeblazen.

Op luchthavens, bij ambassades en in de olievelden kun je niet om ze heen. Marmeren koppen gestoffeerd met gemillimeterd haar. Oortjes in, zonnebrillen op. Getatoeëerde bicepsen die zich een weg persen door te nauwe armsgaten. Geen wapens in zicht maar bobbels onder colberts. En allemaal heten ze Mike.

Leo Kwarten

Leo Kwarten is arabist en antropoloog. Als zelfstandig gevestigd adviseur werkt hij voor bedrijven die opereren in het Midden-Oosten. Daarnaast publiceert hij over politiek en religie in de regio.

Beveiligingsbedrijven als Olive Security Group, Control Risks en Blackwater hebben goud verdiend aan het geweld in Irak. Een ritje van Baghdad Airport naar je hotel in een gepantserde auto kost duizend euro. Diplomaten, expats en contractors voor bedrijven die dat kunnen betalen zetten geen stap zonder hun beveiligers. Sommigen van hen werkten jaren in Irak, maar hebben nooit alleen op straat gelopen. Zelfs nu IS verslagen is en Irak veiliger is dan voorheen, durven weinig bedrijven hun veiligheidsprotocol af te schalen. En de Mikes? Die zullen nooit zeggen dat het wel wat minder kan.

Uitgerust met helmen en scherfvesten richting de gepantserde jeep

Aldus zit ik nu in een zaaltje in Dubai waar ene Mike een security briefing geeft ter voorbereiding van een opdracht in een olieveld in Zuid-Irak. Vanmiddag vertrekt mijn vlucht naar Basra. Hij legt uit dat het gebied bezaaid is met landmijnen. Het vindt het ‘absolutely crucial’ dat we ze herkennen, ook al zal geen van zijn toehoorders een stap buiten het door betonblokken gebarricadeerde kamp zetten. De sfeer is ballorig. Als hij de zoveelste landmijn op het LCD-scherm heeft getoverd, wordt het een Engelse contractor te gortig. ‘Oh, leave that one, Mike’, kreunt hij. ‘It’s Italian. It won’t work anyway.

Na de landing op Basra Airport, worden we opgewacht door een Daniel Craig lookalike. Hij stelt zich voor als Mike. Het reisgezelschap wordt uitgerust met helmen en scherfvesten en naar een gereedstaande gepantserde jeep geleid. Intussen meldt Mike in zijn portofoon dat er drie ‘principals’ aan boord gaan. Maar eerst nog even een security briefing: wat te doen als het voertuig getroffen wordt door een Improvised Explosive Device of een raket? Er wordt iets gezegd over een rode knop en op hulp wachten. Een van de ‘principals’ vraagt Mike of hij er bezwaar tegen heeft als hij even rookt.

Een crisis waar geen van de security briefings in heeft voorzien

Achter het gepantserde glas glijdt het Zuid-Iraakse landschap voorbij. Ik zie Irakezen en hun dagelijkse beslommeringen: Toyota pickups afgeladen met hout, lachende kinderen spelend in de modder, pelgrims op weg naar het graf van Imam Hussein in Karbala. Overal wapperen vlaggen met beeltenissen van sjiitische imams. ‘Wat hebben die mensen toch met vlaggen,’ fluistert de roker naast me, een financial controller uit Londen. Hij komt al jaren in Irak, zegt hij. ‘All going well folks’, zegt Mike vanachter het stuur, alsof het wonder is dat we levend de buitenwijken van Basra hebben bereikt.

Dan gebeurt het: een crisis waar geen van de security briefings in heeft voorzien. ‘Ik moet plassen’, piept de derde ‘principal’, een Nigeriaanse contractor. Mikes tweelingbroer, die op de passagiersstoel zit en gesprekken in codetaal voert met de kraakstem in zijn portofoon, draait zich woedend om. ‘No way!’, brult hij. ‘Ontoelaatbaar veiligheidsrisico.’ Maar de Nigeriaan houdt voet bij stuk. ‘Ik laat het lopen, hoor’, dreigt hij. De Mikes voeren koortsachtig overleg met de kraakstem. Alle geheimtaal is ineens verdwenen: ‘We got a serious problem here. Principal got to take a leak.’

Uniek terroristisch doelwit: mis dit niet

We stoppen bij een benzinestation. Pistolen worden tevoorschijn gehaald. ‘Thanks, brother’, zegt de Nigeriaan dankbaar. Hij wil het portier openen en binnen op zoek gaan naar een toilet. ‘No way’, brult Mike weer. ‘Against the wheel!’ Het tafereel dat zich ontrolt trekt de aandacht van passanten. Een Nigeriaan die tegen het achterwiel van een auto plast terwijl hij afgeschermd wordt door twee spierbundels die geen millimeter van zijn zijde wijken, dat zie je niet elke dag in Basra. De Mikes scannen alles, alsof ze verwachten dat elk moment een terrorist met voorkennis kan toeslaan.

Even later rijden we Basra binnen, totdat we muurvast komen te staan in een file. Ik vraag me af hoe veilig dit is. Je kunt net zo goed een neon reclame op het dak zetten: ‘Uniek terroristisch doelwit: mis dit niet.’ Merkwaardig genoeg lijken Mike & Mike zich nergens druk over te maken. Ik kijk in de auto naast ons. Ik vang de blik op van de Irakees achter het stuur. Hij lacht vriendelijk. Naast hem zit zijn vrouw. Twee kids zitten op de achterbank. Nu kijken ze allemaal. Ze zwaaien. Ik voel me belachelijk in dit aquarium met die helm op mijn kop.

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.

Reacties die anoniem worden geplaatst of met een overduidelijke schuilnaam zullen door de moderator worden verwijderd, evenals reacties die niets met het onderwerp van het artikel te maken hebben. Dit geldt evenzeer voor racistische of antisemitische reacties. De moderator handelt in opdracht van de hoofdredacteur.