De maatschappelijke discussie over de Wet werkelijk rendement is ontspoord door wijdverbreide spookbeelden, fabels en waanideeën over de vermogensaanwasbelasting.
Economisch is vermogensaanwasbelasting superieur aan een vermogenswinstbelasting, omdat die minder schade oplevert aan de economie.
Bij een vermogenswinstbelasting loont het om verkoop van aandelen uit te stellen om zo te profiteren van een belastingvoordeel, omdat een vermogenswinstbelasting het nettorendement op ‘papieren’ waardestijgingen niet belast.
Vermogenswinstbelasting leidt tot uitstelgedrag
Fiscaal uitstelgedrag geeft welvaartsverliezen. Aandelen worden dan minder zwaar belast dan obligaties en spaartegoeden, waardoor beleggings- en portfoliokeuzes fiscaal worden gestuurd.
Bedrijven zullen minder dividend uitkeren als waardestijgingen op aandelen lichter worden belast. Dat gebeurt niet met een aanwasbelasting, aangezien alle rendementen gelijk worden belast.
Het is bovendien een fabel dat de overheid méér opbrengst zou genereren met een vermogenswinst- dan met een vermogensaanwasbelasting, omdat de uitgespaarde belasting kan worden herbelegd met ‘rente-op-rente’-effecten.
Maar dat leidt, óók vanwege rente-op-rente, tot exponentieel groeiende belastingderving voor de overheid. Een vermogenswinstbelasting levert – correct over de tijd gemeten – precies hetzelfde op als een vermogensaanwasbelasting, zolang mensen verkoop van aandelen niet om fiscale redenen uitstellen.
Als mensen dat wel doen, dan levert een winstbelasting juist veel minder op dan een aanwasbelasting.
Waarom Musk, Bezos en Buffet nauwelijks belasting betalen
Wetenschappelijk onderzoek en de praktijk laten zien dat uitstelgedrag géén theoretisch curiosum is. Dé reden waarom Elon Musk, Jeff Bezos en Warren Buffett nauwelijks belasting betalen, is dat de winst op hun aandelen pas bij verkoop wordt belast. Zij stellen dat eindeloos uit, lenen intussen van hun bedrijf of gebruiken hun aandelen als onderpand.
Lees ook | Box 3: uitleg en tarieven voor 2025 en 2026
De steen des aanstoots is dat belasting wordt geheven over ‘papieren’ winst op aandelen. Maar ongerealiseerde waardestijging is ook koopkracht. Dat beleggers volkomen liquide aandelen moeten verkopen om hun belasting te voldoen, is geen bizar idee.
Dit gebeurt al een kwarteeuw, want sinds 2001 wordt over verzonnen, ‘papieren’ rendementen belasting geheven, ongeacht of aandelen wel of niet worden verkocht en ongeacht of aandelen op winst of verlies staan.
Vermogensaanwasbelasting niet altijd goed uitvoerbaar
De vermogensaanwasbelasting is economisch superieur aan een vermogenswinstbelasting, maar hoeft niet altijd goed uitvoerbaar te zijn. Bijvoorbeeld als de waarde niet accuraat is vast te stellen bij onroerend goed en aandelen van bv’s die niet worden verhandeld.
Of als mensen in geldproblemen kunnen komen om de belasting te betalen en hun bezit moeten liquideren. Daarom heeft de overheid besloten om onroerend goed en startende ondernemingen met een vermogenswinstbelasting te belasten.
Lees ook | Deze forse veranderingen raken uw portemonnee in 2026: van pensioenen tot box 3
Dit kan belastingarbitrage en welvaartsverliezen veroorzaken. Zo wordt alom gespeculeerd over belastingvlucht uit box 3 naar box 2. Dat is zeker niet altijd aantrekkelijk, omdat belastingtarieven dan hoger zijn.
Een vlucht naar een beleggings-bv is alleen aantrekkelijk als winstneming lang wordt uitgesteld. Voor onroerend goed is vlucht naar een bv nog minder aantrekkelijk vanwege de overdrachtsbelasting. Belastingarbitrage tussen box 2 en box 3 en binnen box 3 kan met flankerende maatregelen worden ingedamd.
Bij onroerend goed kan de overheid dankzij het Kadaster vrij exact bepalen wat het fiscale voordeel is geweest van uitstel van winstneming en de vermogenswinstbelasting daarvoor corrigeren.
Vermogensbelasting met minder uitstelprikkels
Alle aandelen van bv’s, zowel in box 2 als in box 3, zouden kunnen worden belast met een vermogenswinstbelasting. Voor grote bedrijven kan die worden gecombineerd met ‘vermogenswinstvoorheffing’ over het eigen vermogen, die later wordt verrekend met de vermogenswinstbelasting.
Lees ook | Nieuwe regels box 3: waarom start-ups en scale-ups bezorgd zijn
Het loont dan minder om winstneming uit te stellen. De meeste start- en scale-ups zijn dan automatisch uitgezonderd en worden alleen met de vermogenswinstbelasting belast.
Alle belastingen op (inkomen uit) vermogen verstoren de keuze om vermogen op te bouwen en dat geeft onvermijdelijk welvaartsverliezen.
Maar in een goed belastingstelsel horen vermogensinkomsten wél te worden belast. Dat is doelmatig, rechtvaardig en vermindert belastingontwijking.
Box 3: Wet werkelijk rendement verhoogt welvaart
Het nieuwe stelsel zou een majeure verbetering zijn geweest. De belasting op verzonnen rendementen in box 3 was vanaf de invoering in 2001 economisch krankzinnig. De Wet werkelijk rendement zou de welvaart verhogen, omdat de beloning voor spaarzaamheid minder en beleggingswinsten door superieur beleggingsinstinct, belastingarbitrage, marktmacht en geluk juist zwaarder worden belast.
Het loont ook meer om beleggingsrisico te nemen, aangezien een einde komt aan de veel hogere fictieve rendementen op beleggingen en onroerend goed dan op spaargeld (6 procent versus 1,5 procent). Alle vermogensrendementen worden nu gelijk belast.
Lees ook | Box 3: dit zijn de plannen van kabinet-Jetten in coalitieakkoord
Het voorgestelde stelsel is bovendien rechtvaardiger dan het huidige. De belastingdruk daalt niet langer in het kapitaalinkomen vanwege de fictieve rendementen. De overheid deelt meer in pech en geluk en verlaagt daarmee de inkomensrisico’s van beleggers.
En de overheid dempt conjunctuurschommelingen door meer belasting in goede en minder in slechte tijden te heffen.
Verbeterpunten voor Wet werkelijk rendement
Nu doen allerlei verhalen de ronde die mensen angst aanjagen. In de Wet werkelijk rendement zou er een volledige verliesverrekening komen, maar die kan alleen in de toekomst gebeuren. Dat geeft een probleem voor iemand die in 2027 een slecht beursjaar heeft en nog geen verliezen mag aftrekken, maar in 2028 wel kan worden aangeslagen over een waardestijging.
Dit kan ook gebeuren als mensen aandelen erven na een slecht beursjaar. Het omgekeerde wordt ten onrechte niet gezien als een probleem: mensen die in 2027 een forse waardestijging boeken en daar geen belasting over betalen, maar wel een verlies in 2028 kunnen aftrekken.
Lees ook | Zo voorkomt u box-3-problemen bij nalaten aan kleinkinderen
Onvolledige verliesverrekening is onwenselijk, want die leidt tot welvaartsverliezen en vermindert de risicobereidheid. Het wetsvoorstel kan daarom worden verbeterd. Maar dit is geen argument tégen de vermogensaanwasbelasting.
Wet werkelijk rendement is een goed voorstel
Deze discussie speelt ook bij een vermogenswinstbelasting, bijvoorbeeld als winstrealisatie moet worden verondersteld bij schenking, erfenis of migratie.
Lees ook | Uw vermogen in 2026 | Box 3, WMO, en vakantiehuizen: deze forse veranderingen raken uw portemonnee
In de kern is de Wet werkelijk rendement een goed wetsvoorstel dat een majeure welvaartsverbetering oplevert. De overheid zou daarom het kabinetsplan moeten doorvoeren, mogelijk met een aantal aanpassingen om aan een aantal terechte zorgen tegemoet te komen.
Het zou eeuwig zonde zijn als de wet nu door wijdverbreide spookbeelden, fabels en waanideeën onklaar wordt gemaakt.
