Parkeerheffingen blijven maar stijgen – of het nu om vergunningen of betalen bij de meter op straat gaat. Gemeenten kunnen niet meer zonder de inkomsten.
Veel Amsterdammers en bezoekers van de hoofdstad kunnen erover meepraten: de hoge kosten van het parkeren en allerlei akkefietjes met de dienst Parkeerbeheer Amsterdam.
Af en toe lopen die uit op kafkaëske taferelen. Die worden dan opgetekend door het Amsterdamse dagblad Het Parool. Zoals het verhaal van een inwoonster die in grote financiële problemen kwam door een fout bij het bedrijf waaraan de gemeente het parkeerbeheer heeft uitbesteed. Dat bedrijf is P1, een dochter van het vooral van de parkeergarages bekende Q-Park.
Hoe een bedrag van 17 euro 6.550 euro werd
Dat verhaal begon in 2024 met een bedrag van 17,21 euro dat de inwoonster voor haar vergunning overmaakte naar een door P1 verkeerd opgegeven rekeningnummer. In de bureaucratie waarmee ze te maken kreeg, lukte het haar niet dat recht te zetten.
Het gevolg: naheffingen en boetes van in totaal zo’n 3.000 euro en – omdat haar auto eerst een wielklem kreeg, later werd weggesleept en naar een opslagplaats gebracht – een rekening van nog eens 3.500 euro.
Contact met P1 en de gemeente leverde niets op, zelfs niet na bemiddeling van de schuldhulpverlening. Pas als ze eind oktober 2025 in contact komt met de Amsterdamse ombudsman, verandert er iets en worden alle uitstaande bedragen kwijtgescholden.
Ombudsman Munish Ramlal herkent in dit verhaal een patroon. ‘Een kleine fout in de administratie, een systeem dat rigide vasthoudt aan de regels en een burger die van het kastje naar de muur wordt gestuurd,’ zei hij in Het Parool.
Duizenden boetes zijn kwijtgescholden
Amsterdam staat niet op zich. In Den Haag speelt een andere kwestie over parkeren. Het gerechtshof Den Haag oordeelde dat parkeerinformatie door de gemeente niet rechtsgeldig was bekendgemaakt, waardoor naheffingen niet in stand konden blijven.
Dat gaat om vele tientallen miljoenen euro’s. Inmiddels heeft de gemeente duizenden boetes kwijtgescholden (van mensen die bezwaar hadden aangetekend), maar ze is ook in cassatie gegaan bij de Hoge Raad – in de hoop de schade te beperken.
Parkeergelden stijgen het hardst
Voor Amsterdam geldt dat veel problemen worden veroorzaakt door ondeugdelijke IT-systemen en de wirwar aan vergunningen in de stad – van mantelzorgvergunningen tot kraskaarten voor ouderen.
Wat niet helpt bij gebrekkige systemen is de gretigheid waarmee het stadsbestuur de parkeerinkomsten wil verhogen. Naast tariefsverhogingen en uitbreiding van het aantal uren dat er parkeergeld moet worden betaald, speelt ook dat er steeds meer gebieden binnen de gemeente worden aangewezen voor betaald parkeren.
Dat gebeurt in heel veel gemeenten. Parkeerheffingen (vergunningen, betalingen bij parkeermeters, boetes) zijn een melkkoe. Van de vier belangrijkste gemeentelijke heffingen stijgt die al jaren het hardst. De andere drie zijn de onroerendezaakbelasting, de afvalstoffen- en de rioolheffing.
Samen leveren die heffingen dit jaar naar verwachting 13,0 miljard euro op, 84,7 procent van de totale begrote heffingsopbrengsten, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dat totaal is 15,3 miljard euro, een stijging van 6,5 procent ten opzichte van vorig jaar. De opbrengsten uit parkeren stijgen met 8,8 procent.
Ook de bedragen per inwoner lopen hard op
Het CBS geeft aparte cijfers van de vier grootste gemeenten. Amsterdam verwacht dit jaar 452 miljoen euro aan parkeerinkomsten. In 2025 leverden die 409 miljoen op, in 2024 368 miljoen en in 2023 328 miljoen. Per inwoner liep het bedrag op van 356 euro in 2023 naar 480 euro dit jaar.
Rotterdam heeft voor dit jaar 250 miljoen euro begroot. In de jaren ervoor haalde de gemeente 236 miljoen op, 219 miljoen en 182 miljoen. Per inwoner ging het van 274 euro in 2023 naar 371 euro dit jaar.
Den Haag rekent dit jaar op 123 miljoen euro. Vorig jaar brachten de parkeerheffingen 114 miljoen op, de jaren ervoor 92 en 86 miljoen. Per inwoner liep het bedrag op van 157 naar 217 euro.
Utrecht verwacht dit jaar 95 miljoen op te halen. In 2025 was dat 89 miljoen, de jaren ervoor 73 en 59 miljoen. Per inwoner steeg het bedrag van 161 naar 252 euro.
Consensus is: parkeren moet duurder worden
Helaas valt er, als het op parkeerheffingen aankomt, niet heel veel te kiezen op 18 maart bij de gemeenteraadsverkiezingen.
Zeker in de grote steden is de politieke consensus dat parkeren duurder moet worden. Omwille van het milieu, wordt er gezegd, maar het gaat ook om het geld.
Gemeenten kunnen domweg niet meer zonder de inkomsten uit vergunningen en parkeermeters. Amsterdam haalt sinds 2025 zelfs meer op met parkeerheffingen dan met onroerendezaakbelasting.
Vorig jaar was dat 409 miljoen euro om 393 miljoen euro. Dit jaar wordt dat naar verwachting 452 miljoen om 415 miljoen euro.

