Macht, moraal en het Midden-Oosten: Waarom hangen er in Amsterdam meer Palestijnse dan Oekraïense vlaggen?

Een gesluierde Iraanse vrouw, lid van de Iraanse Rode Halve Maan. Beeld: ANP.

Is een schrijfretraite tussen de oudheden van het afgelegen, veilige, al-Ula in Saudi-Arabië zeer dringend?, vraagt arabist, schrijver en oud-diplomaat Marcel Kurpershoek zich af in deze ingezonden opinie.

Alvorens een vlucht naar de Golf te boeken, kijk ik naar Nederland Wereldwijd voor reisadvies van de overheid. Het is een twijfelgeval. Het Midden-Oosten is een twijfelgeval. De hele wereld, als je het goed bekijkt.

Code Oranje. Negatief advies. Ga niet, tenzij voor zeer dringende zaken, zoals overlijden. Niet juridisch bindend, zoals code rood: ga in geen enkel geval. De groene vlakken op Wereldwijd slinken met de dag.

Alleen ‘het Westen’ nog code groen

Wereldkaart met kleurcodes afgegeven door de Overheid op woensdag 11 maart 2026.
Wereldkaart met kleurcodes afgegeven door de Overheid op woensdag 11 maart 2026. (Foto: ANP)

Het bredere Midden-Oosten, van de rivier de Indus tot de Middellandse Zee, is een zee van rood.

Groen (veilig) is eigenlijk alleen nog wat vroeger ‘het Westen’ heette: Noord-Amerika, de Europese Unie (met uitzondering van Frankrijk, code geel), Groenland (groter dan Afrika op de kaart), Australië/Nieuw-Zeeland, en ereleden Japan en Zuid-Korea.

Veel landen in Afrika beneden de Sahara zijn rood. Vanuit Europese Unie gezien zijn vooral de aangrenzende gebieden van belang: Oekraïne en het Midden-Oosten.

Veiligheid Oekraïne

Oekraïne is een kwestie van maken of breken. Bij maken: een rationele staat en een cultuur die Europa kunnen versterken. Of bij falen: breken. Het land is van vitaal belang voor de EU-oostgrens en de toekomstige relatie met Rusland, een land diep verbonden met de Europese geschiedenis en cultuur.

Dit gaat niet op dezelfde manier op voor het Midden-Oosten.

Waarom lopen in Europa en het Westen de emoties toch hoger op als het gaat om dat gebied? Waarom hangen er in Amsterdam meer Palestijnse dan Oekraïense vlaggen? Gaat het meer om emotie dan om koele afweging?

De argumenten liggen niet op het vlak van zelfbehoud en het vermogen om een zelfstandige speler te zijn tegenover grootmachten als Rusland, China, de Verenigde Staten.

Ze gaan over om mensenrechten, internationaal recht en rechtsstatelijkheid, klimaatbeleid (‘redden van de planeet’). Kortom, de moral high ground, te beginnen in de eigen kring.

Verschil Oekraïne en Midden-Oosten

In Oekraïne botsen geo-strategie en moraal niet. In het Midden-Oosten wel. Daar krijgt de emotie van de moraal voorrang boven de geo-strategische afwegingen. Dus domineert het debat over het Midden-Oosten.

 Aandacht voor mensenrechten is per definitie selectief. In de praktijk is een zuivere toepassing van de schaal van universele waarden onmogelijk.

De half miljoen dodelijke slachtoffers van het Assad-regime in Syrië, tienduizenden door gruwelijke marteling, kregen geen fractie van de aandacht van Gaza.

Israël wekt emotie op

Israël is de spits van de politieke emotiegrafiek in Nederland en andere veilige, ‘groene’, landen. Dat betekent dat het Israël-Palestijnen-vraagstuk in Nederland eigenlijk een binnenlands politieke kwestie is. En, zoals altijd gold voor Israël, een afspiegeling is van bepaalde spanningen binnen onze samenleving – deels projectie dus.

Ook als iedereen het erover eens is dat het afschuwelijk is wat er gebeurt, en dat de televisiebeelden hartverscheurend zijn.

In Amerika wordt de vraag gesteld waarom er campusprotesten zijn op universiteiten over Palestijnen en niet over de slachtoffers van geweld door het islamitische bewind in Iran.

Het antwoord op die vraag blijft achterwege. In het extreme geval speelt al dan niet op de achtergrond mee dat het ayatollahbewind, en Iraanse pionnen als Hezbollah en de Houthi’s, tenminste ‘iets doen’ voor de Palestijnen.

Haaks daarop staat het gebrek aan enthousiasme voor de toenadering van de Arabische Golfstaten tot Israël. Die wordt ingegeven door de aloude zoektocht onder Amerikaanse paraplu naar veiligheid tegen Iraanse ambities. De interne verscheurdheid heeft in het Arabische Midden-Oosten het vuur voor de Palestijnse zaak op een laag pitje gezet.

De Iraanse revolutie

Met evenveel of meer recht kan de vraag worden omgedraaid. De Iraanse revolutie heeft vanaf 1979 de vernietiging van de staat Israël als centraal doel gesteld.

De langdurige oorlog tussen Iran en Irak ontnam hierop tijdelijk het zicht. Maar het was onontkoombaar dat de islamitische revolutie een gevangene zou worden van de eigen retoriek.

Het is een legitieme vraag of juist die radicale steun de oplossingen voor de Palestijnse zaak in de weg staat. Als geen andere factor versterkte Iran een Israëlisch gevoel van existentiële onveiligheid.

Kernmacht Iran

Het kernwapen staat daarbij voorop: één Iraanse atoombom is genoeg om Israël weg te vagen. Omgekeerd is dat anders. Denk aan de omvang van Iran als land en het irrationele incasseringsvermogen van een regime dat is gebaseerd op de aanbidding van het martelaarschap.

Op papier is Iran veruit het machtigste land van het Midden-Oosten. De grens met Turkije is in beton gezet, maar richting de Golf, Mesopotamië en de Middellandse Zee van de Levant (de verzamelnaam voor Turkije, Syrië, Libanon, Palestina, Jordanië, Israël, Cyprus en Egypte, red.) ligt de weg open.

De Arabische staten na Saddam Hussein zijn te zwak om tegenspel te bieden. In Syrië heeft Iran uitsluitend verloren door toedoen van Turkije, de erfgenaam van de Ottomaanse hegemonie.

De rijke Arabische Golfstaten kibbelen onderling en zijn niet in staat zichzelf tegen Iran te verdedigen zonder hulp van buitenaf. Hun gemeenschap, de Gulf Cooperation Council, is meer een forum dan een organisatie.

De praktijk is sinds jaar en dag is om veiligheid in te kopen, bijvoorbeeld bij Pakistan. Maar ook de Europese landen, Engeland en Frankrijk voorop, wedijveren om lucratieve wapencontracten.

De Carter Doctrine

Als antwoord op de Iraanse revolutie proclameerde Amerika in 1980 de Carter Doctrine: handhaving van Amerikaanse opperheerschappij in de Golf.

Dat had meer te maken met de veiligheid van energieaanvoer en daaraan gekoppeld de veiligheid van de Arabische Golfstaten, dan met Israël.

Na het fiasco van Bush in Irak heeft Obama zich gewaagd aan nucleaire onderhandelingen met Iran. Dat lukte niet en de Carter Doctrine ging ter ziele in 2019, toen Amerika niet reageerde op de Iraanse aanval op Saudische olie-installaties.

Dat was Amerika First-politiek onder Trump I. Sinds kort heeft Trump II de Carter Doctrine opnieuw omhelsd, tot ontsteltenis van veel van zijn MAGA aanhang.

Europa is een dreumes

Nederland en de Europese Unie kunnen alleen behoedzaam manoeuvreren. Het Europese zelfbeeld heeft zich niet aangepast aan de afgenomen status van de Europese Unie.

Het aandeel van de EU in de wereldeconomie zakte sinds 1995 van 30 naar 15 procent, en raakt steeds verder achterop bij China en de Verenigde Staten. Militair gezien is de EU in verhouding een dreumes.

De EU kan zich zonder Amerikaanse hulp niet verdedigen tegen Rusland en is bovendien, net als de Golfstaten, politiek verdeeld. Twee lidstaten, Hongarije en Slowakije, kiezen al jaren ongestraft partij voor Poetin.

Verdeeldheid in Europa over veiligheidsstrategie

De twee ‘zwaargewichten’ Frankrijk en Duitsland kunnen het zelfs niet eens worden over een nieuw Europees gevechtsvliegtuig voor 2040. Maar ook zonder dat toestel liggen Amerikaanse en Chinese gevechtsvliegtuigen tegen die tijd generaties voor.

De Duitse kanselier Merz geeft het beste voorbeeld. Dat geldt ook voor Israël. In de wedloop naar de morele hoge C kan Europa zijn schandalige geschiedenis van antisemitisme en Jodenvervolging niet uit het oog verliezen als het gaat om Israël, dat daarvan het product is.

Op het punt van geostrategische macht van Europa is realisme geboden. Voor onze veiligheid en welvaart is het van vitaal belang om in Atlantisch verband te blijven, wat de kritiek op Trump ook is.

En de schrijfretraite? Die is voor onbepaalde tijd uitgesteld. Het wachten is tot oranje plaatsmaakt voor geel, dan kan ik mijn veldwerk onder de Bedoeïenen hervatten.

Marcel Kurpershoek (Den Haag, 17 mei 1949) studeerde Arabisch in Leiden en Caïro. Werkte bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, de Verenigde Naties en de NAVO. Bestudeerde het leven van nomadische woestijnbewoners (bedoeïenen) in Saudi-Arabië en was buitengewoon hoogleraar in Leiden. Was voor Nederland ambassadeur in Pakistan, Turkije en Polen en van 2013 tot 2014 speciaal gezant voor Syrië.