Bart De Wever

Waarom Nederland en Vlaanderen moeten worden herenigd

30 juli 2021

Samenwerken doe je als de winst daarvan groter is dan het verlies. Voor landen als Vlaanderen en Nederland, die geen taalbarrière kennen en economisch zo op elkaar lijken, is het zelfs nog maar de vraag of er naast de evidente winsten enig verlies is. Partijleider van de Nieuw-Vlaamse Alliantie en burgemeester van Antwerpen Bart De Wever over waarom Nederland en Vlaanderen moeten worden herenigd.

Eind zestiende eeuw tekenden de meeste leden van de Staten-Generaal van de Nederlanden het Plakkaat van Verlatinghe. Ze zeiden daarmee de tirannie en de religieuze repressie van de Spaanse koning Filips II vaarwel en kozen voor hun vrijheid. Maar de kostprijs voor die juiste keuze zou een lange oorlog zijn en uiteindelijk de scheiding van de Zuidelijke en de Noordelijke Nederlanden.

Bart De Wever (1970) is sinds 2013 burgemeester van Antwerpen en sinds 2004 voorzitter van de politieke partij N-VA. Hij schreef onder meer Het kostbare weefsel (2009), Werkbare Waarden (2011) en Over Identiteit (2019).

 

Ingezonden opinieartikelen worden geselecteerd door de redactie, maar vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs het standpunt van EW.

Het jaar 1585 geldt als één van de absolute rampjaren uit onze geschiedenis. De Antwerpse burgemeester Filips van Marnix van Sint-Aldegonde – de vermeende auteur van het Wilhelmus en de spitsbroeder van Willem van Oranje – was na een lang beleg verplicht de overgave van de stad aan de Spaanse troepen onder leiding van Alexander Farnese te tekenen.

Vele Antwerpenaren waren in de jaren daarvoor al naar het Noorden uitgeweken. Antwerpen verloor de helft van zijn inwoners, de gouden eeuw van de stad kwam ten einde. Amsterdam begon aan zijn gouden eeuw, mede dankzij alle inwijkelingen die er zich massaal vestigden.

Na de val van Napoleon kregen we in 1815 van de Europese grootmachten een herkansing met de oprichting van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Een volgehouden levensduur van deze nieuwe staat had wellicht de herwonnen eenheid steeds meer gestalte kunnen geven en onomkeerbaar kunnen maken. Zeker in Antwerpen groeide het orangisme dankzij de economische opportuniteiten die ontsproten aan het bestuur van koning-koopman Willem I.

Helaas maakte het zuidelijk separatisme een eind aan de eenheid. Opnieuw werd Antwerpen hierin onwillig meegesleurd. In het door de Franstalige bovenklasse gedomineerde België werd niet meer naar het Noorden gekeken, tenzij als bondgenoot tegen een dreigende Franse annexatie van het jonge land later in de negentiende eeuw. Premier Charles Rogier liet in 1860 alle voor het Nederlandse koningshuis vijandige passages schrappen uit het Belgische volkslied en sprak zowaar over het herstel van de eenheid via een confederatie. Maar het zou er niet meer van komen en het idee geraakte sindsdien nooit meer op het politieke voorplan.

Herinnering aan de eenheid werd binnen Vlaamse Beweging gekoesterd

Het sentiment van verlies zou in Vlaanderen echter nooit geheel verdwijnen. Vooral binnen de Vlaamse Beweging, die decennia strijd zou moeten leveren voor de gelijkwaardige positie van het Nederlands en voor de rechten van de Nederlandstaligen in België, bleef men de herinnering aan de eenheid koesteren.

‘Hier en aan de overkant, daar en hier is Nederland’, dit vers van schrijver Theodoor Van Rijswijck hing in mijn ouderlijk huis aan de muur. Zijn neef, Jan Van Rijswijck, weigerde als burgemeester van Antwerpen eind negentiende eeuw een monument te vergunnen voor de 871 Franse soldaten die gewond raakten of sneuvelden toen ze in 1832 het Nederlandse garnizoen definitief uit de stad verdreven. Gazet van Antwerpen steunde deze beslissing omdat de Antwerpenaren volgens de krant helemaal niet wilden worden herinnerd aan bloedige gebeurtenissen die ‘ons gescheiden hebben van ons broedervolk’.

Na de Eerste Wereldoorlog groeide binnen de Vlaamse Beweging het radicalere Vlaams-nationalisme. Zeker daarbinnen groeide opnieuw het politieke streven naar een hereniging met het Noorden. En ook in Nederland begon dit in deze periode een relevante belangstelling te genieten. De besmetting van de Vlaamse Beweging door de opkomst van de Nieuwe Orde zou echter funest blijken.

Na de Tweede Wereldoorlog kreeg het idee van een hereniging het stigma van fascisme en collaboratie. In het Noorden zou sindsdien nog slechts sporadisch een relevante politieke stem belangstelling doen klinken. De jongste decennia lijkt de kaars zelfs helemaal uit te doven. De hergeboorte van extreem-rechts, eerst in het Zuiden en daarna ook in het Noorden, heeft daar uiteraard veel mee te maken. Niemand wil worden gezien als bondgenoot van radicaal rechts in Vlaanderen dat de eenheid met Nederland meesleept in zijn fraseologie en morfologie, weliswaar eerder als een inhoudsloos ritueel dan als een daadwerkelijk streven. En als PVV-leider Geert Wilders uitroept dat hij Nederland wil veroveren en desnoods Vlaanderen er nog wel bij wil nemen, geldt dat in het Noorden vast evenmin als een uitnodiging voor ernstige mensen om dat idee op te pikken.

Meer dan ooit twee volkeren gescheiden door dezelfde taal

Lees ook dit opiniestuk van Geerten Waling: Liefde voor Vlaanderen is verwaterd

Het is dus ver van de waarheid om te beweren dat een hereniging van de Nederlanden anno 2021 top of mind zou zijn in de politiek of bij grote groepen in de wederzijdse bevolking. Sinds de opkomst van de commerciële televisie eind twintigste eeuw leven we zelfs meer dan ooit als twee volkeren gescheiden door dezelfde taal. Daarvoor keken de meeste Vlamingen nog geregeld naar Nederlandse zenders.

Uit mijn eigen jeugd herinner ik me nog De Fabeltjeskrant, Ren je Rot en de Ted de Braakshow. Hollands bloot was voor menige zuiderling van betekenis bij zijn of haar ontluiking. Het zinnetje ‘buurman, wat doet u nou?’ uit de onvolprezen film Flodder kent menig Vlaming van boven de veertig maar al te goed.

De noordelijke uitspraak van onze taal gold toen ook in het Zuiden als wat men toen nog ‘beschaafd Nederlands’ durfde noemen. Die positie is hier sindsdien overgenomen door wat men ‘tussentaal’ pleegt te noemen, een spraakgebruik dat het midden houdt tussen Algemeen Nederlands en de Vlaamse dialecten. Televisieprogramma’s uit het Zuiden worden in het Noorden bijgevolg zelfs ondertiteld en vice versa (wat al helemaal absurd is).

We zijn de enige taalgemeenschap in de wereld die zoiets doet. Ondanks de oprichting van de Nederlandse Taalunie in 1980 drijven we dus van elkaar weg. De talrijke culturele samenwerkingsverbanden en nobele instellingen als het Vlaams Cultuurhuis de Brakke Grond in Amsterdam of het Vlaams-Nederlands huis voor cultuur en debat deBuren in Brussel bereiken slechts een elitair publiek.

De totale mislukking van het Belgisch federalisme

Waarom spreekt een Vlaamse partijvoorzitter vandaag dan plots opnieuw over de droom van de Lage Landen? Misschien omdat hij de gewoonte heeft eerlijk te antwoorden op vragen en hij deze oude droom nu eenmaal altijd is blijven koesteren? Dat is zo. Maar er is meer.

Ten eerste is er de totale mislukking van het Belgisch federalisme zoals zich dat in de loop van deze eeuw steeds pijnlijker ontvouwt. Nederlanders begrijpen doorgaans geen snars van België en de complexiteit van het land overstijgt in ruime mate hun bereidheid om er zich in te verdiepen. Heel eenvoudig uitgelegd zou een Nederlander zich moeten inbeelden dat zijn land zou bestaan uit twee delen waarin mensen wonen die een andere taal spreken en doorgaans elkaars taal niet of niet goed genoeg kennen.

De groepen leven in een eigen samenleving met eigen beroemdheden, eigen media, eigen onderwijs, eigen cultuurbeleving, eigen politieke partijen… Ze telefoneren nauwelijks nog van de ene groep naar de andere groep, laat staan dat er onderling veel relaties worden aangegaan. Na verkiezingen wordt het resultaat van de ene groep opgeteld bij de andere groep in het parlement en moet er een meerderheid worden gezocht voor een regering. De uitslagen lijken echter helemaal niet op elkaar. In de ene groep is er steevast – net als in Nederland – een duidelijke meerderheid van centrum-rechts en rechts, in de andere groep is er een steeds hardere drang naar links. Die laatste groep maakt bovendien jaarlijks aanspraak op vele miljarden aan nationale solidariteit van de andere groep zonder dat er enige aanwijsbare economische verbetering mee gepaard gaat.

Lees meer over de Vivaldi-regering in België: Werkende Vlamingen betalen voor niet-werkende Walen

Men kan zich toch inbeelden dat zo’n situatie moeilijke regeringsformaties, zoals Nederland er nu een denkt te beleven, stilaan tot een onmogelijke opdracht maakt. Politieke analisten vergelijken Belgische formaties met schaken voor gevorderden in drie dimensies. Ervaringsdeskundigen zoals ondergetekende spreken hen niet tegen. Sinds decennia tracht men dit probleem op te lossen via het federalisme: bevoegdheden worden overgeheveld naar de deelstaten.

Het leverde helaas een ondoordringbaar, ondoeltreffend en peperduur kluwen op. Of zoals het Britse liberale weekblad The Economist het recent stelde: ‘the world’s most successful failed state’. Volgens alle recente peilingen zouden de Vlamingen nu al voor de helft willen stemmen op partijen die afscheid willen nemen van het Belgische imbroglio. De inzet van de volgende verkiezingen zou derhalve de stap van het federalisme naar het confederalisme kunnen worden: het Belgisch kluwen inruilen voor een leeg blad dat vervolgens wordt ingevuld met een helder leesbaar samenwerkingscontract.

Vlaanderen is erg dichtbevolkt, geïndustrialiseerd en gericht op export

Nu is het toch de logica zelve dat bij zo’n confederale omslag ook kan worden bekeken met welke buren men optimaal kan samenwerken. Vlaanderen is erg dichtbevolkt, geïndustrialiseerd, zeer gericht op export, met een hoge activiteitsgraad en met een unieke logistieke positie ten aanzien van Noordwest-Europa dankzij een grote rivier.

Lees meer over de verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië: De geldautomaat en de bodemloze put

In Wallonië zal niemand zich hierin herkennen. Maar in Nederland? Al sinds 2004 heeft de Vlaamse regering, in wisselende samenstellingen en zonder enige tegenstand in het Vlaams parlement, de conclusie getrokken dat Nederland de aangewezen partner is om de handen mee in elkaar te slaan voor de bevoegdheden die Vlaanderen al in eigen handen heeft.

De ambitie om cultureel, economisch en logistiek één enkele ruimte te vormen, staat sindsdien helder omschreven in een strategienota – dit naast de wens om ook internationaal zoveel mogelijk samen met Nederland  de wereld tegemoet te treden. Sinds 2011 houdt de Vlaamse regering om de twee jaar een top met de Nederlandse regering om te proberen dit concreet uit te werken. Het andere jaar treft de top van de wederzijdse administraties elkaar.

Samenwerken doe je als de winst daarvan groter is dan het verlies

Goed, maar de aandachtige lezer zal opmerken dat dit tot op heden nog niet is gegroeid tot een episch project waarvan de gewone Vlaming en Nederlander veel weet heeft, laat staan zich erbij betrokken voelt. Waarom zou dat veranderen? Hier komt naast de ontrafeling van België een tweede potentiële gamechanger voor de Lage Landen op het toneel. De globalisering en de digitale technologische revolutie veranderen in sneltreinvaart de verhouding tussen schaalvoordelen en heterogeniteitskosten.

Samenwerken doe je als de winst daarvan groter is dan het verlies. Voor landen als Vlaanderen en Nederland, die geen taalbarrière kennen en economisch zo op elkaar lijken, is het soms zoeken naar enig verlies naast de evidente winst van samenwerken. Criminelen hebben dat alvast goed begrepen. Voor de drugsmaffia zijn de Lage Landen al geruime tijd één enkel land.

Uw cookieinstellingen laten het tonen van deze content niet toe. De volgende cookies zijn nodig: marketing. Wijzig uw instellingen om deze content te zien.

Het grenslijntje dat de Spanjaarden op de landkaart achterlieten, is alleen voor justitie een grote hinderpaal. Een strengere aanpak in Nederland doet zich meteen voelen in een verschuiving van criminele operaties naar Vlaanderen. Het omgekeerde zal evenzeer waar zijn. De winst van justitiële eenmaking is een no-brainer, wat ermee te verliezen zou zijn, is daarentegen een raadsel.

Het afweren van de parasitaire logistiek van de drugsmaffia is bovendien van cruciaal belang om de aorta van onze wederzijdse welvaart open te houden: de unieke ligging aan de delta van de Schelde en de Rijn. Vlaanderen en Nederland zijn de poort van en naar het sterkste deel van de Europese economie. We zijn in die logistiek en alle bijhorende sectoren al jaren conculega’s die elkaar scherp houden.

ASML en IMEC: twee kroonjuwelen van Europa

Maar de globalisering heeft de internationale handel wel ingrijpend veranderd. De opkomst van het illiberale China in de wereldeconomie en de consolidaties in de scheepvaart leiden ertoe dat we zakendoen met steeds grotere reuzen. Blijft het verstandig om hen tegemoet te treden als concurrenten, of gaat ons dit veel meer kosten dan opbrengen? De havens van Gent, Terneuzen en Vlissingen besloten alvast te fuseren tot North Sea Port. Inzake innovatie en de groei van de nieuwe economie heeft Europa het nakijken ten aanzien van de Verenigde Staten en China, die quasi het gehele lijstje van de twintig grootste technologiebedrijven vullen.

Lees het omslagverhaal over ASML terug: Onaantastbare gigant in de markt voor chipmachines

Europa zal hier meer dan een tandje moeten bijzetten om niet af te glijden tot een continent waar Amerikaanse en Chinese toeristen vooral komen om naar ons verleden te kijken. In Europa zijn Vlaanderen en Nederland allesbehalve slecht geplaatst om de sprint aan te trekken. De snelheid van de digitale revolutie wordt bepaald door de wet van Moore: de onwaarschijnlijke, maar accurate voorspelling in 1965 door Gordon Moore dat het aantal transistors dat de mens op één chip kan plaatsen jaarlijks zou verdubbelen. Twee van de meest cruciale en innovatieve  bedrijven die dit mogelijk maken, zijn gevestigd in de Lage Landen: ASML in Nederland en IMEC in Vlaanderen. De CEO van Intel omschreef ze als de twee juwelen van Europa.

In potentie de vijftiende economie van de wereld

Zou de samenwerking in één economische ruimte hun en alle andere innovatieve sectoren niet helpen nog slagkrachtiger in de wereld te staan? De verdere, volledige integratie van de Vlaamse en Nederlandse arbeidsmarkten zou ook voor de werknemers van al die bedrijven een veel breder speelveld kunnen vormen. Dat is economisch alleszins een beter perspectief dan het ‘overkopen’ van elkaars beste arbeidskrachten in de war for talent, de oorlog om jong talent die de vergrijzing in de Lage Landen onvermijdelijk veroorzaakt.

Het verder integreren van het hogeronderwijslandschap kan bovendien nog zoveel meer bijdragen tot een vlotte en verrijkende arbeidsmobiliteit. Voor de interne handel is een volledig geïntegreerde markt van meer dan 23 miljoen Nederlandstalige consumenten evenmin een afschrikwekkend perspectief. Recent zagen we in Vlaanderen de abrupte opkomst van retailer Albert Heijn, maar we zagen ook hoe abrupt die stopte aan de taalgrens in dit land. De Nederlandse taal verbindt ons dus toch allemaal. En wel in een economische ruimte die jaarlijks 1.200 miljard dollar (ruim 1.000 miljard euro) waard is en daarmee de vijfde economie van Europa en de vijftiende van de wereld zou zijn.

Om velerlei overwegingen afgeleid uit ons gedeelde verleden, maar om nog veel meer overwegingen afgeleid uit de uitdagingen voor onze nabije toekomst, meen ik dus dat een evolutie naar een confederatie van de Lage Landen een serieuze en volgehouden overweging verdient. De harten en geesten zijn er misschien bepaald nog niet voor gewonnen en de lachers heb je meteen tegen. Maar je maintiendrai, ik zal volhouden, want Willem van Oranje hield ons voor dat het niet nodig is te hopen om te ondernemen, noch te slagen om te volharden.

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.

Reacties die anoniem worden geplaatst of met een overduidelijke schuilnaam zullen door de moderator worden verwijderd, evenals reacties die niets met het onderwerp van het artikel te maken hebben. Dit geldt evenzeer voor racistische of antisemitische reacties. De moderator handelt in opdracht van de hoofdredacteur.