Leo Kwarten

Bladeren door Arabisch woordenboek is reis op zich

15 juni 2021

In de Arabische wereld is een woordenboek een trouwe metgezel en een schatkamer om urenlang in te verdwalen. Leo Kwarten zet een aantal pareltjes uit de taal op een rij.

Ik heb de nieuwe Dikke Wehr aangeschaft, en daarover voel ik me een beetje schuldig. Het voelt als verraad aan mijn oude Arabische woordenboek, dat jarenlang mijn trouwe metgezel was en me niet in de steek liet als ik ’s avonds laat in een gehorige hotelkamer in Caïro een gesprek voorbereidde met een taaie Moslimbroeder de dag daarop.

Leo Kwarten (1957) is arabist en antropoloog. Als zelfstandig gevestigd adviseur werkt hij voor bedrijven die opereren in het Midden-Oosten. Daarnaast publiceert hij over politiek en religie in de regio.

Of het vonnis vertaalde van een drugssmokkelaar die tegen de lamp was gelopen in Marokko. Of toen ik – o schaamte – door financiële nood gedreven akkoord was gegaan met het vertalen van een breipatroon in het Arabisch, ‘één recht, twee averecht’. Gelukkig heb ik nooit een Arabier zien breien.

Maar toen beide kaften eraf lagen en het beduimelde zaakje met elastiekjes bijeen moest worden gehouden, en steeds vaker bladzijden vermist raakten, was er geen houden meer aan. De jongste editie van A Dictionary of Modern Written Arabic van Hans Wehr, bij arabisten bekend als de Dikke Wehr, is een pareltje van lexicologie. Maar liefst 2,1 kilo nieuwe woorden zijn toegevoegd aan mijn oude editie van 1974, waardoor de Dikke Wehr zich niet langer in de hand vleit als een fles Pouilly-Fuissé maar handzaam is als een kamerformaat stalinorgel. Hoe dan ook, urenlang kan ik reizen in deze schatkamer van woorden.

Khazouq: stinkstreek

We slaan het woordenboek open bij khazouq, wat staak of paal betekent. Het is ook spreektaal voor ‘vette pech’ of ‘stinkstreek’. Er hoort ook een gebaar bij dat hufterige automobilisten wel maken. Handpalm naar boven gericht, de vijf vingers bij elkaar, en dan hup met een snelle beweging de hand naar boven terwijl de vingers zich spreiden: khazouq! Eigenlijk als een holle wandplug die je door een gipsplaat timmert. Het is het Arabische equivalent van de middelvinger. Doe dit in Libanon, en je krijgt een scheldkanonnade terug. Doe dit in Qatar, en je komt voor de rechter.

Khazouq stamt uit de Ottomaanse periode. Struikrovers, oplichters, rebellen en godslasteraars konden bij wijze van afschrikking worden gespietst. Met een moker werd een meterslange ingevette armdikke paal via de opengesneden anus het lichaam ingeslagen, waarna de ongelukkige overeind werd gehesen en langs de weg geplaatst.

Khazouq is tegenwoordig vooral populair bij Arabische cartoonisten. In spotprenten zie je hoe ‘Ali Modaal’ wordt gespietst door de elk jaar stijgende grafiek van prijsverhogingen. Of hoe de bewoners van de Gaza-strook hun eigen khazouq mogen uitkiezen: ‘elektriciteitsstoringen’, ‘Israëlische blokkade’, ‘hongerlonen’.

Hatif: telefoon

We bladeren verder. Ah, hatif, Arabisch voor telefoon. Het is afgeleid van het werkwoord hatafa, dat schreeuwen betekent. Hatif is ‘schreeuwer’ dus. Treffend, want dat is precies wat ze doen als ze aan het telefoneren zijn in het Midden-Oosten. Al zit de beller tien stoelen voor je, dan nog kun je hem letterlijk verstaan. Ook dit is een leuke: tasabba. Het betekent ‘je aanstellen als een kind’ of ‘weer jong worden’. Maar het wordt ook gebruikt voor ‘iemand het hof maken’, wat qua gedrag misschien niet eens zo ver van de eerste betekenis af ligt.

We staan even stil bij usfur, ‘vogeltje’. Daarvan afgeleid is het Syrisch-Arabische usfuriyya, dat gekkenhuis betekent. Er bestaat een zouteloze soap met die naam in Jordanië, maar ik krijg eerder de associatie met Twitter. Je ziet ze al zitten, al die digitale vogeltjes die om het hardst tsjilpend en kwetterend dezelfde slaapverwekkende informatie rondtoeteren: ‘Deel dit filmpje. LOL’, ‘Ik heb weer een stukje geschreven’ en ‘Jurgen joins this week the Excellent Performance Seminar’.

Abu: vader van

Laten we even stilstaan bij de abu-woorden, ‘vader van’. In de Arabische wereld worden vaders vaak aangesproken met de naam van hun oudste zoon. ‘Abu Saad’ betekent dan de vader van Saad. Maar vaak wordt abu ook gebruikt om iemand een bepaalde eigenschap toe te dichten. Zo had mijn Tunesische kat Omar Effendi – moge Allah hem in genade ontvangen – de hebbelijkheid om in de visvijver van de buren te hengelen, waarop hij de bijnaam Abu Khamsa kreeg, ‘Vader van de vijf’. Dat is Irakees slang voor een dief, maar in Saudi-Arabië is hij een schrokop die met zijn handen eet. Beide waren van toepassing.

Er bestaan veel lokale abu-variaties. Zo is ‘vader van de traan’ in Irak een huilebalk of een gemakkelijk beïnvloedbaar persoon, en is ‘vader van de hond’ in Saudi-Arabië een klus waarvoor je je neus ophaalt. Al bladerend door de Dikke Wehr valt me op hoeveel dieren- en plantennamen er zijn met abu. Een haan heet abu al-yaqzan, ‘de vader van de wakkere’. Je hebt ook ‘de vader van de slaap’, namelijk papaver. ‘De moeder van de 44’ is een duizendpoot. En ‘de moeder van de inkt’ is – u raadt het al – een inktvis.

Met dit woordenboek in mijn handbagage hoef ik me nooit meer te vervelen als ik een paar uur moet wachten op een luchthaven. Of bezorgd te zijn als ik bij de voorbereiding van een interview even niet het Arabische equivalent van ‘vatbommentapijt’ paraat heb. Of met mijn mond vol tanden te staan als er een ‘jodenkameel’ – sprinkhaan – mijn pad kruist. Maar je moet er wel wat voor over hebben: 4,6 kilo weegt mijn nieuwe Dikke Wehr! Khazouq!

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.

Reacties die anoniem worden geplaatst of met een overduidelijke schuilnaam zullen door de moderator worden verwijderd, evenals reacties die niets met het onderwerp van het artikel te maken hebben. Dit geldt evenzeer voor racistische of antisemitische reacties. De moderator handelt in opdracht van de hoofdredacteur.