Vicepresident Raad van State Premium Corner

Thom de Graaf: ‘Het is niet anders: samen zijn we sterker’

15 juli 2022Leestijd: 13 minuten

In onzekere, instabiele tijden hebben burgers baat bij internationale samenwerking en versterking van de internationale rechtsorde, schrijft Thom de Graaf, vicepresident van de Raad van State in zijn zomeressay voor EW.

Thom de Graaf (65) is vicepresident van de Raad van State, de ­onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wet­geving en ­bestuur en hoogste algemene bestuursrechter.

Door de Russische inval in Oekraïne in februari van dit jaar ligt Europa voor het eerst in lange tijd letterlijk onder vuur. Het buitensporige oorlogsgeweld confronteert het Europees continent met een werkelijkheid die het tegenbeeld vormt van het Europese streven van de afgelopen decennia. Vrede en welvaart wijken op ons continent voor oorlog en vernieling. Deze oorlog leert ons opnieuw dat een robuuste internationale rechtsorde, gebaseerd op respect voor mensenrechten en democratische principes, cruciaal is voor vrede, veiligheid en welvaart.

Wederzijds vertrouwen tussen politici en burgers onder druk

Tegelijkertijd broeit het ook in ons eigen land. Het wederzijdse vertrouwen tussen enerzijds de politici die het overheidshandelen bepalen en anderzijds de burgers, staat onder druk. Het vertrouwen van burgers in de overheid is in de afgelopen jaren flink afgenomen. Als we onze democratie en rechtsstaat willen bewaken, verdienen beide aspecten de komende jaren aandacht en inspanning.

Binnen de Europese Unie wordt aan het respect voor de internationale rechtsorde geknaagd. In landen als Polen en Hongarije staat de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, die een cruciale rol speelt bij het naleven van Europese afspraken, onder druk en is het niet vanzelfsprekend dat vrijwillig aangegane Europese afspraken worden nagekomen. Internationale afspraken, zoals verdragen, die samen met ongeschreven algemene rechtsbeginselen zoals rechtszekerheid en rechtsgelijkheid een gezamenlijke rechtsorde vormen, zijn niet alleen van belang voor stabiele verhoudingen tussen staten.

Lees ook het vorige zomeressay van Thom de Graaf: ‘Investeer in vertrouwen’

In de eerste plaats gaat het om de belangen en rechten van burgers, van ons allemaal. Niet alleen om zo oorlogen en internationale spanningen te voorkomen, maar ook om het hoofd te kunnen bieden aan grote maatschappelijke problemen die de grenzen van ons land en zelfs ons continent overstijgen: cybercriminaliteit, klimaatverandering, pandemische ontwikkelingen, grote vluchtelingenstromen en terroristische dreigingen. Dit zijn mondiale problemen, die staten alleen in internationaal verband kunnen oppakken.

EU heeft ons met euro en interne markt grote welvaart gebracht

Een goed functionerende internationale rechtsorde is voor veel burgers ook in het dagelijks leven van betekenis. De Europese Unie, ooit begonnen als een samenwerking voor de productie van kolen en staal, heeft ons met haar euro en interne markt de afgelopen decennia grote welvaart gebracht. We kunnen vrij reizen, vaak zonder geld te hoeven wisselen, en in het buitenland werken, studeren of ondernemen. Dankzij de EU hebben wij duidelijke privacyregels die burgers een hoog niveau van bescherming bieden. En de burger geniet ook bescherming als consument. Wat trivialer, maar toch heel prettig, heeft de burger dankzij de EU lage roamingkosten en uniforme telefoontarie­ven. Soms lijken we geneigd deze verworvenheden voor lief te nemen en de oorsprong ervan te vergeten.

De credits gaan echter niet alleen naar de EU. Burgers en bedrijven hebben ook, en vaak heel concreet, baat van andere internationale verdragen en afspraken, zoals op het terrein van belastingen en het internationaal privaatrecht. Denk alleen al aan de wederzijdse erkenning van gesloten huwelijken, erfrechtelijke kwesties of rechterlijke uitspraken over economische of private geschillen. En vanzelfsprekend mogen wij niet vergeten dat door internationale verdragen burgers niet met lege handen staan wanneer mensenrechten worden geschonden. Veel van deze rechten die in verdragen zijn opgenomen, zijn ook in te roepen voor de eigen nationale rechter. Zij zijn bovendien afdwingbaar bij het Euro­pese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg of verschillende verdragscomités in Genève.

Veelgehoorde kritiek op intensieve internationale samenwerking is dat dit ten koste gaat van de nationale soevereiniteit. Dat geldt in het bijzonder voor de samenwerking binnen de EU. Dat is naar mijn stellige overtuiging een geframed misverstand. Om met de president van het Hof van Justitie van de EU, de Belg Koen Lenaerts, te spreken: ‘De lidstaten hebben hun soevereiniteit gebundeld, niet uit handen gegeven.’ Nationale soevereiniteit betekent niet alleen dat landen zelfstandig beleid kunnen voeren en besluiten nemen die hun burgers aangaan, maar ook dat zij bewust kunnen kiezen om in grotere verbanden de belangen van hun burgers te dienen. Daarvoor is draagvlak en democratische verantwoording nodig en uiteindelijk de mogelijkheid om weer uit zulke verbanden terug te treden.

Burgers gebaat bij versterking internationale rechtsorde

 De lidstaten hebben hun soevereiniteit gebundeld, niet uit handen gegeven

In de onzekere en instabiele tijden waarin we momenteel verkeren, hebben burgers baat bij internationale samenwerking en versterking van de internationale rechtsorde. Veel meer dan bij een stap terug, als dat al realistisch zou zijn. Niet voor niets zoekt een in zijn soevereiniteit bedreigd land als Oekraïne aansluiting bij de EU, zoals eerder Oost-Europese landen deden, en zoeken Zweden en Finland aansluiting bij de NAVO.

Juist in onzekere tijden komt de rechtsorde onder druk te staan, van buitenaf én van binnenuit. Nationale en soms nationalistische sentimenten blijken sterker dan menigeen dacht. In de EU, gebouwd op democratische en rechtsstatelijke waarden, wordt aan de wortels geknaagd van het Unierecht, dus de rechtsorde waarvoor alle lidstaten vrijwillig hebben gekozen. In lidstaten als Hongarije en Polen wordt openlijk getwijfeld aan de status van het verdragenrecht als hoogste recht, terwijl die verdragen willens en wetens zijn gesloten. Bovendien hebben alle Europese lidstaten bij toetreding tot de EU zich verplicht om democratische en rechtsstatelijke kernwaarden te garanderen en na te leven. Evidente schendingen van die verplichting, zoals de aantasting van de onafhankelijkheid van de rechtspraak, horen aan de orde te worden gesteld en gesanctioneerd. De Unie als rechtsgemeenschap verliest anders aan geloofwaardigheid én betekenis.

Ons land heeft veel te danken aan internationale samenwerking op alle gebieden – van veiligheid tot handel en export, en van vrij verkeer van personen tot infrastructuur. Toch moeten we constateren dat ook hier het internationale recht niet altijd wordt omarmd. Of beter gezegd: geregeld wordt gezien als een à la carte-restaurant: je eet er wat je bevalt en wat minder bevalt, wordt vergeten, ontkend of betwist. Bijvoorbeeld de wijze waarop ons land lang dacht een eigen lijn te kunnen trekken bij de pulsvisserij en tot een paar jaar geleden ook de uitleg van de Europese Habitatrichtlijn om toch toestemming te kunnen blijven geven voor activiteiten die stikstof uitstoten in de buurt van natuurgebieden, de zogenoemde PAS-regeling. Met de ellende daarvan worstelen kabinet en parlement nu nog dagelijks. Te vaak zien we ook in het publieke debat de beschuldigende vinger naar Brussel wijzen of naar rechters die verdragsverplichtingen uitleggen en tot naleving verplichten. Alsof deze verplichtingen eenzijdig over ons zijn uitgestort, zonder dat wij daar zelf bij betrokken zijn geweest.

Deze ambivalente houding is zorgelijk, juist vanuit het oogpunt van de burger en zijn belangen. Als je je eraan hebt gecommitteerd, moet je ook bereid zijn deze na te leven. ‘Pacta sunt servanda’ is een oud principe dat uit de Romeinse tijd dateert: afspraken moeten worden nagekomen. Onze eigen Hugo de Groot, een van de grondleggers van het internationale recht, noemde de internationale rechtsorde ‘een alle volkeren omvattende gemeenschap, die bijeengehouden wordt door het bindmiddel van de goede trouw’. Die goede trouw, maar ook ons internationaal gezag vereist dat wij oprecht en naar beste vermogen Unierecht en ander internationaal recht naleven en handhaven. Essentiële zaken als de vrije uitoefening van fundamentele rechten, gegarandeerde rechtsbescherming, rechtszekerheid, economische en consumentenvrijheid komen anders onder druk te staan.

Laden…

Word abonnee en lees direct verder

Al vanaf € 9,- per maand leest u onbeperkt alle edities en artikelen van EW. Bekijk onze abonnementen.

Verder lezen?

U hebt momenteel geen geldig abonnement. Wilt u onbeperkt alle artikelen en edities van EW blijven lezen? Bekijk dan onze abonnementen.

Bekijk abonnementen

Er ging iets fout

Uw sessie is verlopen

Wilt u opnieuw

Premium Corner