In podcast Elke Week bespreken Sam Verbeek, Bram Hahn en Jacqueline Krouwel het drankgebruik onder jongeren. De daling van de afgelopen decennia lijkt nu tot stilstand te zijn gekomen.
Vroeger stonden Nederlandse tieners bekend als de grootste drinkers van Europa. De cijfers waren schrikbarend: 80 procent van de jongeren onder de achttien dronk regelmatig. Nu is dat 20 procent. Dit succes wordt deels toegeschreven aan de verhoging van de minimumleeftijd voor alcohol naar achttien jaar en strengere regels rond reclame. Toch blijft het huidige niveau een punt van zorg.
Tieners beginnen nu gemiddeld rond hun dertiende met drinken, een lichte verbetering vergeleken met 1997, toen de beginleeftijd nog onder de twaalf lag. Maar ze grijpen steeds vaker naar mixdrankjes en sterke drank in plaats van bier. Shotjes en likeuren met zoete smaken zijn razend populair. Dit vergroot niet alleen de kans op overmatig drinken, maar ook die op acute gezondheidsproblemen zoals alcoholvergiftiging.
De redenen zijn complex. Strengere leeftijdscontroles weren jongeren uit de horeca, waardoor het drinken zich verplaatst naar slaapkamers, schuurtjes en parkjes. Hier is de sociale controle beperkt, wat bingedrinken in de hand werkt.
Experts wijzen op de langetermijnrisico’s: hersenschade, verslaving en meer kans op ongevallen en agressie. Toch blijkt niet iedere ouder consequent. Sommigen faciliteren drankgebruik uit angst om als ‘strenge ouder’ te worden gezien, terwijl anderen heldere grenzen stellen.
Een mogelijke oplossing ligt in een brede aanpak zoals in IJsland, waar jongeren sporten en culturele activiteiten krijgen aangeboden. Het biedt hun een alternatief en verlaagt de behoefte aan alcohol. In Nederland zijn vergelijkbare experimenten begonnen, maar het blijft een uitdaging om de culturele en sociale normen rond alcoholgebruik te veranderen.
De cijfers mogen dan gestabiliseerd zijn, de echte strijd tegen de drinkcultuur is nog lang niet gestreden.