feature

Waarom vastgoedbeleggen volgens Madelon van der Tol (Annexum) juist saai moet zijn

Madelon van der Tol (48) is partner bij vastgoedbelegger Annexum. Ze heeft ervaring in marketing en wil het sociale hart van de belegger versterken.
1  U bent partner bij een aanbieder van vastgoedfondsen. Is dat niet saai?‘Saai is in deze branche het nieuwe sexy. Na alle geopolitieke onrust, in de fiscaliteit en door de overheidsbemoeienis is het fijn als iets saai is. Het mooie is dat ik voor gave merken heb gewerkt bij Unilever, zoals Magnum en Ben & Jerry’s. Ik heb daar veel geleerd over hoe je duurzaam merken bouwt. Dat zijn kennis en ervaring die ik meeneem naar de wereld van vastgoedbeleggen.‘Het is mijn intentie om van ­Annexum hét Nederlandse merk voor vastgoedbeleggingen te maken. Wij beloven klanten rust aan hun kop en dan is saai juist goed.’ 2 Wat is jullie positie in de markt?

‘Annexum heeft 1,3 miljard euro onder beheer en ruim vierduizend beleggers als klant. Dan ben je een grote speler voor particuliere beleggers. Al is de vastgoedmarkt gigantisch en gefragmenteerd. Er zijn veel spelers en de markt is minder transparant.‘Je hebt ook institutionele beleggers zoals verzekeraars en pensioenfondsen. Wij zijn er echt voor de particuliere belegger. Vaak beleggen zij voor hun pensioen.’

3 Hoe gaat dat in de praktijk?

‘Onze fondsen kopen supermarkten, woonblokken of hotels en verhuren die. Beleggers kopen een participatie in zo’n fonds. Dan heb je vervolgens twee rendementsstromen. De eerste is het directe rendement. Een huurder betaalt huur en na aftrek van kosten blijft er iets over.

‘Daarnaast heb je de langetermijn-waardeontwikkeling. Dat is het indirecte rendement. De waarde van het vastgoed verandert en als we het na een aantal jaren verkopen, is er winst. Dat is natuurlijk een spel voor de langere termijn. Dus waar Unilever de fast mover is, zie je dat vastgoed slow moving is.’

4 U werkt er nu ruim een jaar. Bevalt het?

‘Er is mij verteld dat de vastgoedbranche in Nederland diverser is dan in andere landen. Je hebt twee grote Europese vastgoedbeurzen, een in München en een in Cannes, waar ik geweest ben. Daar is het inderdaad een zee van mannen in blauwe pakken met witte overhemden. Als je zelf een beetje kleurrijk bent, val je al snel op in deze branche.

‘Niet dat het daar om gaat, ik denk dat het vooral belangrijk is dat je je thuisvoelt. En ik voel me heel welkom. Mensen vinden het leuk dat ik niet uit het vastgoed kom. Ik ben het frisse geluid, kijk net even anders tegen de wereld aan. Ik ben nu één van de drie partners van Annexum en had een jaar nodig om deze wereld te doorgronden. Dat is nu wel gelukt, vastgoed is geen rocket science hoor.’

5 Wat is uw taak nu?

‘Mensen kennen Annexum vooral van het supermarktvastgoed. Maar we hebben ook huizen en hotels. Onlangs zijn door ons de grootste hotels van Rotterdam getransformeerd tot twee Hilton-labels: Curio Collection en DoubleTree.

‘Mijn taak is vooral om bekend te maken wat wij allemaal doen en uit te zoeken hoe competitief we zijn als Annexum ten opzichte van de concurrentie. Welke voorwaarden hanteren we? Wie is onze belegger eigenlijk? Is dat iemand die net komt kijken of is het een ervaren belegger? Is het iemand die voor zijn pensioen belegt? Of heeft hij andere doelen? Waar bereik je die beleggers? Dat moeten we allemaal in kaart brengen en die gelaagdheid maakt het voor mij leuk en uitdagend.

‘Ik wil ook het sociale hart van Annexum sterker maken. Als bedrijfs­leven hebben we meer verantwoordelijkheid dan alleen zorgen voor onze medewerkers en onze klanten. We moeten ook kijken naar de bredere context, de samenleving waarin wonen belangrijk is. We moeten zorgen dat het in de wijken goed gaat.’

6 U bestuurt toch geen liefdadigheidsinstelling?

‘Ik woon in Rotterdam, tegenover het depot van Museum Boijmans Van Beuningen. Dat is het Oude Westen. Wat je daar op straat ziet, vooral de afgelopen twee jaar, is schrijnend. Steeds meer daklozen, straatslapers met een groot drugsprobleem. Er was altijd al armoede in Rotterdam, maar die is zo toegenomen. Jongeren die uit de jeugdzorg komen en nergens terechtkunnen.

‘Dat zie ik allemaal op mijn stoep. Ik vind dat we daar ook aan moeten denken als we vastgoed beheren. Als een wijk slechter wordt, dan kan mijn belegger ook bedenken dat het vastgoed minder waard wordt. Dan moeten we investeren in leefbaarheid.’

7 Is vastgoed nog wel interessant? Veel kleine beleggers stappen eruit.

‘Ja, ik hoef niet uit te leggen wat dat voor effect heeft op mensen die een huurwoning zoeken. De particuliere huizenbelegger heeft een rol in Nederland. We hebben niet alleen maar institutionele beleggers en gemeenten die bezig zijn met de woningvoorraad. Dus op het moment dat die particuliere belegger besluit om te verkopen, omdat het financieel niet meer interessant voor hem is, betekent dat iets voor de woonsituatie van een groot aantal Nederlanders.

‘Dat zie je nu bijvoorbeeld aan het verdwijnen van studentenhuisvesting. Dat zijn grote bewegingen. De belegger zoekt bij ons een goed rendement op zijn vermogen. Dus hij wil iets hebben wat bestand is tegen inflatie en hij wil een beetje rust aan zijn hoofd.

‘Commercieel vastgoed, zoals onze supermarkten, levert voor een particulier meer op dan een huurhuis. Wij verkopen nu ook huurhuizen die vrijkomen. Dat zijn er tientallen. Als we ons alleen maar zouden richten op woningverhuur, zouden we mogelijk dezelfde problemen hebben als een particulier met een beleggingspand. Het is niet rendabel genoeg. Op het moment dat zo’n appartement vrijkomt en we verkopen het, dan geeft dat vaak een mooie verkoopopbrengst. Dat boost het rendement en daar zijn onze beleggers blij mee. Met beleggen in een vastgoedfonds heb je als belegger geen gedoe. Met al die wetgeving en lokale regels kan dat voor beleggers een uitweg zijn.’

8 U concurreert met crypto?

‘Nee, doorgaans niet met speculatieve producten, maar wel met aandelen en obligaties en ook wel met goud. Veel beleggers investerentussen de 10 en 20 procent van hun vermogen in vastgoed. Als je één pand kunt kopen als belegger, is dat op zich hartstikke gaaf, maar met dat geld kun je ook participaties kopen in een fonds dat gespreid belegt. Dan zit je ineens in zevenhonderd huizen in plaats van in één. Met veel minder gezeur. Je ziet nu beleggers vastgoed verkopen en hun vermogen in vastgoedfondsen stoppen.’

9 Wie is jullie belegger?

‘We beheren fondsen waar je vanaf een paar duizend euro in kunt stappen en we hebben fondsen waar je vanaf 1 miljoen euro instapt. En alles ertussenin. Er is natuurlijk niet zoiets als de gemiddelde belegger, maar als ik hem zou moeten typeren, dan is het vaak iemand die wat ervaring heeft met beleggen. Een deel van hen is een ondernemer die het bedrijf heeft verkocht. Wij hebben vaak de wat meer defensieve belegger. Voor het offensieve deel van het vermogen kiest hij of zij dan een ander pad.’

10 Bevalt het ondernemen?

‘Na Unilever heb ik vijf jaar gewerkt als zelfstandig ondernemer. Dat was een grote sprong. Ineens was het alleen Madelon met haar laptop die advies kwam geven. Er zat geen concern meer achter met grote merken.

‘Ik heb het vijf jaar met veel plezier gedaan. Ik zat alleen vaak in mijn eentje te werken en miste het team. Bij Annexum in Amsterdam werken 35 mensen en dat zorgt voor inspiratie. Ik moest me inkopen als partner. Ik had in de loop der jaren een paar spaarpotjes opgebouwd. Geheel tegen het geldende advies in dat je je vermogen moet spreiden, heb ik nu bijna al mijn eitjes in één mandje gelegd.’

11 Komt u uit een ondernemend gezin?

‘Nee, mijn vader was politieagent en mijn moeder administratief medewerkster. Ik kom uit een echte Brabantse familie. Elke zaterdag ging ik naar mijn opa en oma met alle tantes, ooms, neefjes en nichtjes. Tot op de dag van vandaag gebeurt dat nog. Opa’s en oma’s leven niet meer, maar ik kom nog wel in Brabant. Vorig jaar is mijn moeder overleden, het is fijn dat er een Brabants nest is om naartoe te gaan.’

12 U recenseerde ook twintig jaar lang restaurants?

‘Ja, dat deed ik tot ik bij Annexum begon. Ik sluit niet uit dat ik het in de toekomst weer ga doen, maar ik woon in Rotterdam en werk in Amsterdam en heb een samengesteld gezin, dus het is nogal druk. Ik vond het echt leuk om als blogger restaurants te bezoeken en daarvan verslag te doen. Maar ik plaatste eigenlijk alleen positieve recensies. Als het minder was dan een vijfsterren-review, schreef ik er niet over. Dan kom ik er gewoon nooit meer.’