Wie durft het Torentje in met deze onmogelijke opdracht?

Wilders, Bontenbal, Jetten, Timmermans (foto:ANP)

De ideale premier bestaat niet, maar kiezers blijven zoeken naar een betrouwbare verbinder. Ipsos I&O-onderzoek toont welke eigenschappen tellen en waarom niemand het Torentje moeiteloos verovert, schrijft Gerry van der List.

Arme Dick Schoof. De brave man heeft werkelijk enorm zijn best gedaan als minister-president en groeide ook ­duidelijk in zijn rol. Maar hij begon in juli 2024 op zijn 67ste aan een praktisch onmogelijke opdracht.

Hij moest het als partijloze compromiskandidaat zonder vanzelfsprekende steun van een fractie in de Tweede ­Kamer stellen en werd meteen na aanvang van zijn werkzaamheden al onder vuur genomen door de grootste regeringspartij, bij monde van de ­verbitterde PVV-leider Geert Wilders die zelf liever zijn intrek in het Torentje had genomen.

Waarom het premierschap zwaarder wordt

Schoof probeerde, als boegbeeld van een ernstig verdeeld kabinet met niet allemaal even sterke bewindslieden, een regeerakkoord uit te voeren dat hij zelf niet had helpen opstellen, en hij werd op cruciale momenten buiten de ­onderhandelingen van de vier regeringspartijen gehouden.

Het was een politiek experiment dat gedoemd leek om te mislukken, en dat vrij snel ook bleek te zijn.

Ook in meer normale omstandigheden heeft de premier overigens een zware baan. Constitu­tioneel gaat het om een enigszins schimmige figuur die formeel geen grote macht toebedeeld heeft gekregen. De Grondwet meldt in artikel 45, lid 2 slechts: ‘De minister-president is voorzitter van de ministerraad.’ Maar in de praktijk hebben deze voorzitters erg veel op hun bordje.

Zonder de macht te hebben van de Britse prime minister moeten zij de regeringsploeg op de rails zien te houden, zich met talrijke uiteenlopende ministeriële kwesties bezighouden en zowel in eigen land als in het buitenland fungeren als het gezicht van het kabinet.

Internationalisering en polarisatie bemoeilijken leiderschap

De voortgaande internationalisering van de binnenlandse politiek betekent een verzwaring van de taken van de premier. Schoof moest vaak de grens over, mede doordat zijn kabinet koos voor een verregaande betrokkenheid bij een mi­litair conflict in Oekraïne.

In het binnenland maakt de politieke versplintering het werk van een premier extra lastig. Mark Rutte had in het tweede naar hem genoemde kabinet (2012-2017) te maken met slechts twee partijen, zijn eigen VVD en de PvdA.

Maar door het afkalven van de electorale steun voor de traditionele middenpartijen zijn nu meer partijen nodig voor een ­parlementaire meerderheid. Met een vergroting van de kans op conflicten binnen het kabinet als onvermijdelijk gevolg.

De polarisatie in de samenleving vormt een extra complicerende factor. ‘Verbinden’ is tegenwoordig een soort toverwoord. Maar het is lastig een consensus te smeden als de maatschappelijke flanken steeds luider hun stem verheffen en elkaar op felle toon bestrijden, soms zelfs inclusief fysieke bedreigingen.

De meningen over een gepaste reactie op het optreden van Israël in Gaza en omstreken zijn bijvoorbeeld zo verdeeld dat ‘verbinding’ in de praktijk illusoir oogt.

Crisis als tijdelijk bindmiddel

Alleen een crisis kan de sociale en culturele verdeeldheid tijdelijk verminderen of in elk geval aan het oog onttrekken. De bevolking schrok in 2020 zo van het rondwaren van het coronavirus dat premier Rutte even kon rekenen op massale bijval voor crisismaatregelen. Maar dit was ook slechts van korte duur.

Dick Schoof heeft het land zeker niet kunnen verbinden en kon zelfs zijn eigen kabinet niet bij elkaar houden.

Het gestuntel van zijn regeringsploeg heeft ertoe bijgedragen dat het vertrouwen in de politiek tot een dieptepunt is gedaald. Daar­­om hoeft het geen verbazing te wekken dat een, in opdracht van EW verrichte, enquête van Ipsos I&O laat zien dat kiezers ‘betrouwbaarheid’ als de belangrijkste deugd van een premier beschouwen.

De gunstige effecten van deze hogelijk gewaardeerde eigenschap kunnen in de praktijk overigens beperkt zijn. Schoof was betrouwbaar in die zin dat hij zich, althans voor zover de buitenwacht dat kan beoordelen, fatsoenlijk gedroeg en geen beloften deed die hij niet nakwam.

Maar door de onfortuinlijke politieke constellatie zal hij niet als een krachtige staatsman de geschiedenisboeken ingaan.

Wat kiezers verwachten van de ideale premier

Uit het rapport van Ipsos I&O blijkt ook dat Nederlanders naar een schaap met vijf poten in het Torentje verlangen. Iemand moet wel een ­politieke virtuoos zijn om te voldoen aan het profiel van een ideale premier.

Hij of zij zou onder meer een ‘betrouwbare en daadkrachtige verbinder die boven de partijen staat’ behoren te zijn. Probleem is dat de eisen in zekere mate tegenstrijdig zijn.

Daadkracht impliceert doorgaans het doorhakken van knopen en het tegen de haren instrijken van sommige bevolkingsgroepen, wat zelden ‘verbindend’ werkt. Zo wekt het saneren van de overheidsuitgaven door middel van bezuinigingen altijd weerstand.

Verder kan het ‘boven de partijen staan’ de ­betrouwbaarheid van een politicus ondermijnen. Rutte ontsteeg als premier als het ware zijn VVD en trok zich weinig meer aan van liberale verkiezingsbeloften, wat tot begrijpelijk gemor leidde bij de eigen achterban.

De balans tussen daadkracht en verbinding

Het is lastig een gulden middenweg te vinden tussen het uitvoeren van het eigen verkiezingsprogramma en het rekening houden met de wensen van de coalitiepartijen.

Een goede premier is een pragmatische idealist, iemand die richting aangeeft zonder blind te zijn voor de wensen en belangen van anderen. Geen Joop den Uyl, de PvdA-premier wiens ambitieuze – en mislukte – hervormingsplannen gepaard gingen met het streven de christen-democratische coalitiepartner kapot te maken.

Het dalende vertrouwen in de politiek gaat gepaard met een groeiende hoop op de prestaties van politici die nog geen compromissen hoefden te sluiten in een regering.

De heiligverklaring van Pieter Omtzigt (NSC) was een duidelijk voorbeeld. Sint Pieter had zich in positieve zin onderscheiden als kritisch Kamerlid, wat aanleiding gaf tot overspannen verwachtingen inzake zijn politieke leiderschap.

Nu hangt alle lof voor Henri Bontenbal samen met een soort van onbevlekte ontvangenis. De CDA-leider is nog nauwelijks besmeurd door politieke zonden omdat hij geen vuile handen heeft moeten maken als regeringspartner.

Waarom succes in het Torentje onvoorspelbaar blijft

Of Bontenbal het goed zou doen in het Torentje, valt nauwelijks te zeggen. Het is steeds afwachten, zo hebben eerdere confessionele voorzitters van de ministerraad laten zien.

De krachtig ogende Barend Biesheuvel (ARP) ging met zijn kabinet (1971-1973) al snel roemloos ten onder, terwijl de laconieke buitenstaander Piet de Jong (KVP) de vier jaar daarvoor vaardig aan het roer van het schip van staat had gestaan. Als de geschiedenis van de 43 Nederlandse premiers iets leert, is dat moeilijk valt te voorspellen wie slaagt.