Leo Kwarten

Geef jihadist Abu ‘Haak’ Hamza zijn haken terug

29 juni 2021

Van uitsmijter in een Londense nachtclub tot gehandicapte topjihadist die in een van Amerika’s strengst beveiligde gevangenissen bivakkeert. Leo Kwarten beschrijft het leven van Abu Hamza.

Leo Kwarten (1957) is arabist en antropoloog. Als zelfstandig gevestigd adviseur werkt hij voor bedrijven die opereren in het Midden-Oosten. Daarnaast publiceert hij over politiek en religie in de regio.

In 2017 publiceerde de Britse Daily Mail een korrelige zwart-witfoto van een oude man met volkomen wit haar en dito baard. Hij poseert staande in een slobberig hemd. Om zijn hals hangt een koord met een leesbril, alsof deze opa net nog de krant zat te lezen. Alleen heeft hij geen handen meer om een krant vast te houden. Langs zijn lichaam hangen twee misvormde armen die onder de ellebogen zijn geamputeerd. Op de foto lijken zijn ogen zwarte gaten, maar ik weet dat over zijn linkeroog een melkwit vlies zit en dat het niet meer beweegt en de wereld doods aanstaart.

Door prins Charles geopende moskee overgenomen door extremisten

Als ik de foto zie, word ik teruggeworpen in de tijd, naar maart 1999. Ik bevind me in de Finsbury Park-moskee in Londen. Om me heen, tegen de muur op de grond, zitten tientallen groezelige jongens. Sommigen dragen hoofddoeken. Ze bekijken me vijandig, barsten van de testosteron.

Ik zit in het midden op een stoel en voel me als een insect onder een microscoop. Tegenover me heeft een reus in een bruin gewaad plaatsgenomen achter een bureau. Hij houdt zijn handen in zijn zakken. Maar zodra een van de jongens toesnelt met een bekertje water, schiet er een haak tevoorschijn die zich met een droge klik om de rand klemt en het bekertje naar zijn mond takelt.

Abu Hamza Al-Masri, alias ‘Haak’, is op het toppunt van zijn macht. Twee jaar geleden hebben hij en zijn volgelingen bezit genomen van de moskee die in 1994 nog feestelijk werd geopend door prins Charles en de Saudische koning Fahd als symbool van religieuze tolerantie. Nu komt er geen normale moslim meer. Abu Hamza’s extremisten weigeren de toegang aan iedereen die niet gelooft in zijn boodschap: ‘Allah houdt van degenen die in Hem geloven. Die degenen vermoorden die níet in Hem geloven. Allah wil dat. Dus als jullie moslims dat niet willen omdat jullie een hekel hebben aan bloed, dan is er iets mis met je.’

Abu Hamza: van uitsmijter tot jihadist

Abu Hamza (1958) is niet altijd zo geweest. In 1979 kwam de Egyptische jongeman op een studentenvisum het Verenigd Koninkrijk binnen. Aanvankelijk werkte hij als uitsmijter bij de stripclubs in de Londense wijk Soho. Islam boeide hem niet. Totdat hij zijn eerste vrouw leerde kennen, een Britse bekeerling. Toen ging het snel. In 1987 reisde hij af naar de jihad in Afghanistan. Daar raakte hij zijn handen en een oog kwijt toen er iets fout ging met explosieven. Zijn prothesen leverden hem in de Britse tabloids de bijnaam ‘Haak’ op. In 1997 keerde hij terug als de meest onverdraagzame moslimextremist die ooit op Britse bodem is toegelaten.

De hele middag heb ik in de Finsbury Park-moskee op Abu Hamza zitten wachten. Telkens belde hij dat hij wat later kwam. Al die tijd was ik overgeleverd aan zijn aanhangers, jonge drop-outs van over de hele wereld die in de moskee slapen en eten. Ze zijn vervuld van haat.

‘Bekeer je tot de islam,’ had een jonge Algerijn geroepen. Hij had verteld dat hij twee jaar had vastgezeten in Nederland wegens autodiefstal. ‘Als jij je niet bekeert, zal ik je binnenkort moeten doden. Het is niet persoonlijk bedoeld, hoor, maar zo staat het in de Koran.’ De jongens om me heen hadden instemmend geknikt.

Onthaal als een popster voor Abu Hamza

Tegen het vallen van de avond komt Abu Hamza eindelijk binnen. Hij wordt onthaald als een popster. Terwijl alles in gereedheid wordt gebracht voor het interview, drukt de autodief nog even snel een foto onder mijn neus. Er staat een doorgesneden vleestomaat op. Ik kijk hem niet begrijpend aan.

‘Zie je het niet?’ vraagt hij. Ah, de witte zaadlijsten vormen een Arabisch zinnetje: ‘Er is geen God dan God.’ ‘Zie je,’ zegt hij triomfantelijk: ‘God is overal.’ Inmiddels zitten de jongens langs de wand. Ze verheugen zich op Abu Hamza’s optreden. Niet in het Arabisch, maar in het Engels van een Londense uitsmijter.

Dan gaat ‘Haak’ los. ‘Ik geloof niet in verkiezingen,’ buldert hij. ‘Voting is vomiting really. Jullie democratie stelt de gelovigste moslim gelijk aan de lelijkste hoer!’ Osama bin Laden is voor hem een held: ‘De meeste miljonairs gaan naar bordelen of naar het casino, waar ze hun geld verliezen als ezels. Hij stopt zijn geld tenminste in de jihad.’ En natuurlijk kunnen Britse moslims niet integreren in de westerse samenleving. ‘Hoe kun je nou integreren in zo’n toilet? Waar priesters homo zijn en lesbo’s met elkaar mogen trouwen? Waar een man zijn hond mag trouwen en elke avond op een andere vrouw kan springen?’

De jongens langs de muur schateren het uit.

In Amerikaanse gevangenis moet Hamza zijn haken inleveren

In 2004 is Abu Hamza veroordeeld tot zeven jaar cel voor haat zaaien. In 2012 leverden de Britten hem uit aan de Verenigde Staten, waar een reeks aanklachten tegen hem liep, onder meer wegens het opzetten van een trainingskamp voor jihadisten in de staat Oregon. Momenteel bevindt ‘Haak’ zich in Colorado’s superbeveiligde ADMAX-gevangenis, waar hij een levenslange gevangenisstraf uitzit. Hij verkeert in goed gezelschap. Shoebomber Richard Reid, een leerling van Abu Hamza, zit er ook. In 2001 probeerde hij American Airlines-vlucht 63 van Parijs naar Miami op te blazen met explosieven die verstopt zaten in zijn sneakers.

Zat Reid in maart 1999 misschien tussen de andere jongens langs de muur?

Het is moeilijk voor te stellen dat de oude man op de foto me ooit toebeet dat het slechts een kwestie van tijd was voordat de moslims het Westen zouden overnemen. Abu Hamza’s jihad beperkt zich nu tot een cel met een raampje van 10 centimeter. Hij wordt al jaren in eenzame opsluiting gehouden. Slechts een uur per dag mag hij luchten, in een kooi, zonder contact te hebben met medegevangenen. Zijn haken zijn vervangen door een prothese met een plastic lepeltje. Hij klaagt over ontstoken stompen en rottende tanden omdat niemand de plastic verpakking van zijn maaltijd verwijdert. ‘Haak’ is nu bijna geheel blind.

Net goed, zult u misschien zeggen. Maar daar ben ik het niet mee eens. Fjodor Dostojevski meende dat de beschaving van een volk zich laat afmeten aan de wijze waarop het zijn gevangenen behandelt. Ofwel, geef ‘Haak’ alsjeblieft zijn haken terug.

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.

Reacties die anoniem worden geplaatst of met een overduidelijke schuilnaam zullen door de moderator worden verwijderd, evenals reacties die niets met het onderwerp van het artikel te maken hebben. Dit geldt evenzeer voor racistische of antisemitische reacties. De moderator handelt in opdracht van de hoofdredacteur.