Coronacrisis

Ophef na tweet Wilders: waarom we niet weten wie er op IC ligt

12 oktober 2020

Een bericht op Twitter van Geert Wilders zorgde zondag 12 oktober voor veel reacties. De PVV-leider vroeg zich af of ‘Fatima en Mohammed’ plekken in ziekenhuizen bezet houden van ‘Henk en Ingrid’. Wilders schreef dat naar aanleiding van een uitspraak van een IC-arts, die zei dat de intensive care vol ligt met mensen met een niet-westerse achtergrond. Maar een verband tussen besmettingsaantallen en bevolkingskenmerken is niet te bewijzen.

Lees ook het interview met epidemioloog Patricia Bruijning: ‘Te laat begonnen met nieuwe maatregelen? Ja, dat vind ik wel’

In het radioprogramma Argos deed het hoofd van de intensivecare-afdeling van het Amsterdamse ziekenhuiz VUmc, Armand Girbes, zijn uitspraken: ‘Mij valt op dat wij voornamelijk patiënten hebben met een niet-westerse achtergrond, waarbij ook zo is dat ze de Nederlandse taal niet helemaal machtig zijn.’ Girbes had daarover ook contact gehad met collega’s van andere ziekenhuizen.

Boze reactie van politici

Wilders schreef op Twitter dat het kabinet dat moet uitleggen en vroeg zich af waarom dat ‘verzwegen’ wordt.

Veel politici reageerden op Wilders’ retoriek. DENK-lijsttrekker Farid Azarkan vond dat Wilders ‘als een aasgier rond de lijken’ cirkelt om zijn ‘zieke ideologie’ te verspreiden:

PvdA-leider Lodewijk Asscher noemde Wilders’ woorden ‘racistische drek’ en zei dat Wilders ‘over de rug van mensen op de intensive care verdeeldheid probeert te zaaien.’ D66-fractievoorzitter Rob Jetten viel Wilders ook aan op Twitter.

Hij riep de PVV-leider op te stoppen met ‘tegen-elkaar-opzetten-tweets’. Jetten wil samen met Wilders oproepen tot doelgroepcommunicatie. Volgens Jetten moet het coronabeleid niet alleen in het Nederlands, maar ook in het Pools en Arabisch worden uitgelegd.

Verspreiding ook sociaal probleem

De verspreiding van het COVID-19-virus is niet alleen een medisch, maar ook een sociaal probleem. Wilders’ tweet en de reacties daarop laten zien dat over dat laatste zelden wordt gesproken. Er is grote kans op overdracht van het virus als mensen in elkaars buurt zijn. En hoe langer ze dicht bij elkaar zijn, des te groter de kans op besmetting. Veel van de maatregelen om verspreiding tegen te gaan, hebben daarom betrekking op sociale factoren: de 1,5 meter-regel, sluitingstijden voor horeca en thuiswerken, om maar wat te noemen.

Bron- en contactonderzoekLees ook het commentaar van Bram Hahn: Laatste kans om het virus in te dammen

Het in het gareel houden van mensen blijkt minstens zo lastig als de behandeling van het virus zelf. Om goed bij te kunnen sturen als het fout dreigt te gaan, zou het corona-dashboard van minister Hugo de Jonge kunnen worden uitgebreid met feiten en cijfers over de coronapatiënten achter de besmettingsaantallen, reproductiegetallen en ziekenhuisopnamen. Toch is er weinig meer bekend over risicogroepen in Nederland dan op basis van cijfers over leeftijd, geslacht en onderliggende aandoeningen die het ziekteverloop beïnvloeden.

Analyse van oversterfte

Er zijn pogingen gedaan om meer te weten te komen over de achtergrondkenmerken van coronapatiënten op basis van oversterfte. Dat wil zeggen: hoeveel mensen sterven er nu meer dan wanneer er geen pandemie was geweest? En welke kenmerken hebben de groepen met veel oversterfte?

In de eerste weken van de epidemie was de oversterfte naar verhouding hoger onder inwoners met een migratieachtergrond dan onder inwoners met een Nederlandse achtergrond, maar op het totaal aantal overledenen viel het aantal mensen met een migratieachtergrond mee: 4 procent van de extra overledenen betrof mensen met een zogenoemde ‘niet-westerse migratieachtergrond’ en 12 procent met een westerse migratieachtergrond. Uit dezelfde analyse bleek dat oversterfte in de eerste weken het hoogst was onder mensen met een hoog inkomen en welvaartsniveau.

Ook regionale verschillen kunnen de indruk wekken dat er een verband is tussen kenmerken van de plek waar naar verhouding veel patiënten wonen en de verspreiding van COVID-19. Denk aan het zuiden van het land waar in februari veel mensen carnaval vierden.

Lastig verband aan te tonen

Het is lastig om op basis van een beperkt aantal gegevens verbanden aan te tonen tussen bevolkingskenmerken en besmettingsaantallen. En al helemaal als dat gebeurt op basis van indirecte cijfers op basis van oversterfte of regionale verschillen. Er kunnen immers veel andere factoren meespelen die werkelijk ten grondslag liggen aan risico’s.

Misschien werken mensen uit bepaalde risicogroepen bijvoorbeeld vaker nog op locatie, zoals in fabriekshallen. Of zijn ze werkzaam als verpleger of arts in het ziekenhuis. Tot de sociologen zich hebben vastgebeten in de materie, moet vooral worden gevaren op het uitwisselen van ervaringen, zoals hoogleraar intensivecaregeneeskunde Armand Girbes doet met zijn collega’s.

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.