Hoe ik op de UvA werd gecanceld vanwege mijn mening over Israël

16 mei 2024Leestijd: 4 minuten

De gewelddadige pro-Palestijnse demonstraties krijgen vat op de universiteit. Zo werd wetenschapsfilosoof Maarten Boudry liefst twee keer in korte tijd gecanceld op de Universiteit van Amsterdam. In dit artikel doet hij zijn verhaal.

Ironie is dood: op het laatste moment schrapte UvA-discussieplatform BètaBreak een evenement met de bioloog Jerry Coyne over ideologische bias in de wetenschap, wegens… de politieke standpunten van de sprekers over Israël. Ik was één van die sprekers.

Even recapituleren.

Vorige week was ik uitgenodigd om aan de UvA een gastcollege te geven over klimaatbeleid. Toen ik in Amsterdam aankwam, kreeg ik de mededeling dat mijn lezing niet op de campus kon doorgaan. De reden was ‘de veiligheid niet kon worden gegarandeerd’ (de lezing was niet publiek, dus omwille van de discretie vermeld ik niet de cursus en de docent).

Dat had kennelijk te maken met mijn standpunt over Israël en de oorlog in Gaza, zoals ik dat hier in EW had uiteengezet. Uiteindelijk sprak ik de studenten toe op 100 meter van de campus, vanuit de woning van een collega. 

Klimaatbeleid heeft niets met Gaza-oorlog te maken

Natuurlijk was ik geschrokken. Want in tegenstelling tot wat sommige activisten beweren, heeft klimaatbeleid absoluut niets met de oorlog in Gaza te maken. Toch kon ik toen nog enig begrip opbrengen voor de beslissing. De universiteit was overrompeld door onverwacht woelige studentenprotesten, en kon misschien niet snel extra capaciteit optrommelen voor beveiliging. Geval van overmacht. 

Maar toen ik de week erop moest deelnemen aan een evenement met mijn collega en co-auteur Jerry Coyne, die eveneens bekendstaat om zijn pro-Israëlische standpunten, voelde ik de bui alweer hangen.

Ik had geen zin had om vanuit mijn woonplaats Gent nog een keer naar Amsterdam te reizen, om daar ter plekke te horen dat we niet welkom zijn. Dus lichtte ik deze keer op voorhand de organisatoren in over het eerdere incident, zodat ze voldoende tijd hadden om de situatie te evalueren en eventueel voor beveiliging te zorgen.

Uitsluiting vanwege onze standpunten

Deze keer volgde een ondubbelzinnige uitsluiting vanwege onze politieke standpunten.

Een bericht van Bètabreak: ‘Helaas zullen we het evenement moeten annuleren. Veel leden van ons comité voelen zich niet op hun gemak om dr. Coyne en dr. Boudry een platform te geven, gezien hun standpunten over het Palestina/Israël-conflict. Een andere angst is hoe dit op ons zou afstralen, en dat we misschien op een zwarte lijst worden gezet bij de UvA of het Amsterdam University College.’

BètaBreak verschuilde zich deze keer niet eens achter de smoes van ‘veiligheid’. Het maakte zich enkel zorgen om de eigen reputatie, en de mogelijke repercussies voor zichzelf.

Opnieuw had het onderwerp van het evenement absoluut niets te maken met Israël en Palestina. We zouden een artikel van Jerry Coyne bespreken over sluipende ideologische bias in wetenschap, in het bijzonder als het gaat om seksualiteit en gender. 

Studenten bang voor uitsluiting en intimidatie

Mijn bedoeling is niet om BètaBreak aan de schandpaal te nagelen. De groep wordt geleid door studenten, en enige mildheid is daarom op zijn plaats.

Veel belangrijker en verontrustender is de sociale dynamiek die op de achtergrond speelt, en die de studenten van BètaBreak wellicht correct aanvoelden. De studenten zijn niet bang voor fysiek geweld, maar voor uitsluiting en intimidatie door medestudenten en door de universiteit zelf. 

De website van BètaBreak werd enkele uren afgeschermd, wellicht omdat de organisatie in paniek schoot na de (voorspelbare) tegenreactie op de cancelling.

In een officiële reactie op zijn website kwam BètaBreak daarna toch met de smoes van de fysieke veiligheid aanzetten, waarover de organisatie oorspronkelijk niets had gezegd. Maar een paar zinnen verder kwam de ideologische aap alweer uit de mouw: ‘Sommige sprekers hadden zeer publieke standpunten die niet overeenkwamen met die van de demonstranten. Aan hen een podium geven, zou de toch al vijandige en onveilige sfeer op de campus nog verder vergroten.’

Geen ruimte voor andere standpunten

Dat is de enige echte reden: aan de UvA-campus wordt nog slechts één orthodox standpunt gedoogd. En dat is het radicale pro-Palestijnse standpunt dat alle schuld van het huidige conflict bij Israël legt – liefst nog met obscene verwijten over ‘genocide’.

Studenten en docenten die andere standpunten erop nahouden – en die zijn er ongetwijfeld bij bosjes – moeten hun mond houden. 

De beslissing om sprekers van de campus te weren die te veel aan de pro-Israëlische kant zitten (daarbij aangetekend dat ik veel kritiek heb op premier Benjamin Netanyahu en zijn extreem-rechtse coalitiepartners) zendt een duidelijk signaal uit naar anderen die het in hun hoofd zouden halen om vergelijkbare standpunten te verspreiden, delen of verdedigen.

Open debat niet meer mogelijk

Een universiteit hoort een vrijplaats te zijn waar ideeën mogen botsen: van fervent pro-Israëlische (nog radicaler dan mijn eigen standpunt) tot fervent pro-Palestijnse, en alles daartussenin. De laatste jaren zijn er steeds meer signalen dat aan de universiteit een open debat over deze kwestie (net als over seksualiteit en gender, de erfelijkheid van iq en de negatieve gevolgen van migratie) niet langer mogelijk is.

Hoe meer ideologische scherpslijpers hun meningen opleggen aan de academies, hoe meer ze het vertrouwen in de wetenschap ondermijnen. Hoog tijd dat academici én studenten de moed hebben om dit verstikkende eenheidsdenken te doorbreken. 

Het gesprek tussen Maarten Boudry en Jerry Coyne gaat vrijdag 17 mei alsnog door. Op een privé-locatie in Amsterdam, zonder publiek. Een registratie ervan verschijnt op YouTube, en onder aan dit artikel.