EU is niet toegesneden op wereld van na de Koude Oorlog

Het Europees parlement in Brussel. (Foto: ANP)

De geopolitieke realiteit legt de tekortkomingen van de Europese Unie bloot. Nieuwe dreigingen vragen om nieuwe strategieën en structuren, schrijft Adriaan Schout (Instituut Clingendael) in deze ingezonden opinie.

Moet Nederland nu eindelijk serieus kiezen voor diepere Europese integratie, inclusief eurobonds, voor Europese veiligheid en groei? Vorige week was er weer een EU-crisistop van regeringsleiders nadat Trump Groenland dreigde binnen te vallen en de NAVO verzwakt bleek.

Dit was een klap voor Nederland, omdat de Verenigde Staten en de NAVO traditioneel onze pijlers zijn in de woelige geopolitieke wereld. De diepgevoelde sfeer op de top was dat de EU nu echt een Unie moet vormen.

En niet alleen op het gevoelige defensiebeleid, maar ook op gebieden als energie en concurrentiekracht. Weer werd gerapporteerd dat de EU de Rubicon was overgestoken in de richting van eenheid. Zal dit Nederland veilig maken?

Crisis als katalysator van Europese integratie

In EU-kringen geldt dat de Unie sterker wordt bij elke crisis. In een crisis accepteren lidstaten opeens stappen die eerst onmogelijk leken. De economische crisis in de jaren tachtig leidde tot de interne markt, en de val van de muur tot de euro. De dreigende milieu- en klimaatcrises resulteerde in de ambitieuze Green Deal.

‘Smeed het ijzer als het heet is’, zagen wij ook bij de eurocrisis en coronacrisis. Er kwamen grote hoeveelheden eurobonds. En eurolanden met te hoge schulden kregen financiële hulp, ondanks de afgesproken no-bailout.

In Brusselse kringen en in denktanks werd gesproken over belangrijke stappen in de richting van de federale Unie, Hamiltonian moments, en overgestoken Rubicons.

Dit keer zijn het de Verenigde Staten die de EU een (geopolitieke) crisis induwen. Traditiegetrouw vindt Commissie-voorzitter Ursula von der Leyen dat boeman Donald Trump hiermee kansen schept voor de EU.

Geen verdere federalisering in EU

Voorspellen is onmogelijk. Wel kunnen we verwachtingen schetsen, zodat Nederland zijn positie op het wereldtoneel kan herijken in de opmaat naar nieuwe EU-afspraken en -budgetten. Het blijft twijfelachtig of deze geopolitieke crisissfeer meer Unie afdwingt.

Ten eerste is het maar de vraag of de EU echt zo goed is in het oplossen van crises. De effecten van het grote coronafonds vielen in elk geval tegen. En de maatregelen tijdens de eurocrisis hebben wel rust gebracht, maar zwakke lidstaten niet aangezet om hun overheidsschulden te reduceren.

Hierdoor ontbreekt nu de ruimte voor noodzakelijke defensie-uitgaven. Ook heeft Europa de groeiachterstand met de Verenigde Staten niet ingelopen. Of de migratiecrisis door nieuw EU-beleid wordt bedwongen, of juist door nationale maatregelen, valt nog te bezien.

Het plan om migranten van elkaar over te nemen, dreigt inmiddels te mislukken. Ook dat de Green Deal wordt afgeschaald, past in het beeld van onhandig Europees crisisbeleid en zelfoverschatting.

Buitenlands beleid: het zwakke punt van de EU

Ten tweede blijven lidstaten sterk verschillen, zodat samenwerking tussen lidstaten veelal beter werkt dan Europese eenheid met Europese fondsen en grote wetgevingspakketten. Dit geldt vooral als het aankomt op buitenlandbeleid en veiligheid.

Terwijl Ierland welhaast anti-Israël bleek, bleef Duitsland Israël trouw. Spanje heeft weinig op met Oekraïne, terwijl de Balten zich verwant voelen met de strijd tegen de Russen.

Daarbij, met de opkomst van nationalistische flanken in de lidstaten, zal de hervonden Europese eenheid van de afgelopen crisisweek een broze basis houden.

In deze verdeeldheid is de Duitse opstelling onder kanselier Friedrich Merz interessant. Duitsland reserveert nu juist veel geld voor defensie en ergert zich aan Franse visies met een lege beurs.

Meer in het algemeen zien we dat Europese samenwerking tussen lidstaten veelal beter werkt dan verdiepte integratie met grote wetgevingspakketten en fondsen.

Merz heeft nu ook niet de reflex om met Franse-Duitse voorstellen de EU te versterken en kiest pragmatisch voor samenwerking met de Italiaanse premier Georgia Meloni.

Nederland en de EU

Kortom, crises vergroten ook de Europese zwaktes uit. De EU is, net als de NAVO en de oude West-Europese Unie, een instelling uit de Koude Oorlog. Nieuwe dreigingen vragen om nieuwe strategieën en structuren.

Dit heeft belangrijke gevolgen voor de Nederlandse opstelling in de EU. Terwijl Macron en EU-ambtenaren oproepen tot grote Europese gebaren, is het nodig om op meerdere – en krachtige – paarden te wedden.

Volgens menige expert zat Nederland met de keuze voor veiligheid via de Verenigde Staten en de NAVO op het foute spoor en moest de aandacht worden verlegd naar de EU. De EU-integratie in combinatie met de NAVO had de toekomst tijdens de Koude Oorlog.

Internationale organisaties zijn niet tijdloos

Veel internationale organisaties zijn in de loop van de tijd ingehaald door andere. Het Internationaal Monetair Fonds, de Wereldhandelsorganisatie, de Benelux en de Verenigde Naties zijn voorbeelden van verbleekte internationale organisaties. Ook deze instituties bleken tijdgebonden.

Naast de Benelux, de EU, de NAVO enzovoort, met hun wortels in de Koude Oorlog, gaan nu vast de nodige nieuwe afkortingen volgen die de internationale samenwerking zullen typeren.

Let bijvoorbeeld op JEF, de Joint Expeditionary Force van tien noordelijke landen onder leiding van het Verenigd Koninkrijk, met onder meer Noorwegen en Nederland, dat samenwerkt met Canada als het gaat om veiligheid in het Poolgebied. Het is een beperkt aantal gelijkgestemde en welvarende landen, dat snel kan schakelen.

Europa als één van meerdere ankerpunten

Europa heeft altijd wisselende allianties gekend en de EU zal niet de definitieve Europese ordening blijken.

We moeten rekening houden met een minder duidelijke wereldorde waarin Nederland de banden met de EU warm, en de kanalen naar de rest van de wereld open, moet houden.

Pas dan ook op met grote Europese beloftes en budgetten. De EU zal zeker een speler blijven op belangrijke terreinen zoals handel en marktregulering. Maar bij geopolitieke uitdagingen hoeft het voor Nederland niet de enige, en niet de belangrijkste, actor te zijn. In tijd van nood zie je wie onze relevante vrienden zijn.