Consumenten klagen over de hoge benzineprijzen, maar ook het bedrijfsleven wordt flink getroffen door de oorlog in het Midden-Oosten. Hoe langer het conflict duurt, hoe groter de impact op de economie.
Nederlanders voelen de gevolgen van het gewapende conflict in het Midden-Oosten rechtstreeks in hun portemonnee. Automobilisten betalen als gevolg van de oorlog al snel één tot twee tientjes extra aan de pomp voor een volle tank benzine.
Ook gas is in enkele weken tijd 20 eurocent per kuub gestegen. Een flinke tegenvaller voor wie begin 2026 nog dacht dit jaar een gunstiger energiecontract af te kunnen sluiten.

Extreem hoge olie- en gasprijzen: inflatietrauma herleeft
Die gedachte was niet zo gek, want eerder dit jaar was de trend nog gunstig. De inflatie was eindelijk op weg naar 2 procent, het streefpercentage van de Europese Centrale Bank (ECB).
Maar in maart werd alles anders. Nadat de Verenigde Staten en Israël het vuur openden op Iran, stegen de prijzen voor olie en gas fors.
Daarbij gaan de herinneringen terug naar het begin van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne in februari 2022. Rusland kneep de gaskraan dicht, waarna de energierekening in Nederland door het dak ging.
Er volgde een periode van hoge inflatie en onrust in de samenleving. De overheid zag zich genoodzaakt om huishoudens en bedrijven te compenseren voor de hoge energiekosten.
Het inflatietrauma zorgt al in de eerste weken van de oorlog in het Midden-Oosten voor een nieuwe roep om compensatie.
Energieprijzen stijgen: kabinet grijpt nog niet in
Toch is dat volgens het net aangetreden kabinet nog niet noodzakelijk. In een brief aan de Tweede Kamer over de economische impact van het conflict meldt het kabinet de zorgen in de samenleving serieus te nemen. Tegelijk wijst de regering erop dat de energieprijzen nog niet zo pieken als ze deden in 2022.
Ook is voldoende olie en gas beschikbaar en zijn er geen acute zorgen over mogelijke tekorten. De situatie is anders dan vier jaar terug, toen Europa in allerijl op zoek moest naar alternatieve gasleveranciers. Dat gas komt nu vooral uit de Verenigde-Staten, Noorwegen en Noord-Afrika.
Desondanks belooft het kabinet de situatie in het Midden-Oosten nauwlettend te blijven volgen en bereidt het zich voor op mogelijke steunmaatregelen, als de situatie verslechtert. De regering houdt rekening met ‘bredere economische effecten naargelang de spanning in de regio aanhoudt’.
Energieoorlog ontwricht mondiale olie- en gasmarkt
Zo’n situatie is denkbaar nu het conflict in de Golf zich ontwikkelt tot een ware energieoorlog. Terwijl de scheepvaart – en daarmee de handel in olie en gas – door de Straat van Hormuz al sinds het begin van de oorlog stilligt, wordt nu ook de energieproductie getroffen. Beide kampen bestoken belangrijke olie- en gasfaciliteiten in de regio met drones en raketten.
Qatar, een van de grootste exporteurs van vloeibaar aardgas (lng), lijdt onder het conflict. Saad al-Kaabi, CEO van QatarEnergy, meldt dat Iran 17 procent van de Qatarese lng-export heeft uitgeschakeld. Herstel kan tot vijf jaar duren.
Terwijl de energiemarkten zich instellen op een hevig maar kort conflict, is een scenario met langdurige verstoringen in het wereldwijde aanbod van olie en gas niet langer ondenkbaar.
Van bouw tot logistiek: Nederlands bedrijfsleven lijdt onder conflict
De energiecrisis doet niet alleen de automobilist aan de pomp pijn, maar treft ook grote delen van het bedrijfsleven. Onderzoekers van RaboResearch verwachten dat vooral de industrie, transport, bouw, groothandel en de reisbranche onder het conflict zullen lijden.
Binnen de industrie worden bedrijven in chemie, basismetaal en bouwmateriaal getroffen doordat zij grootverbruikers van energie zijn. Vooral de chemie was de afgelopen jaren al verzwakt door relatief hoge energieprijzen in Nederland.
Delen van de maakindustrie kunnen eveneens in de problemen komen door hogere grondstofprijzen en mogelijk zelfs tekorten. Zo is Qatar een belangrijke leverancier van helium, een bijproduct van lng. Helium wordt gebruikt voor de productie van computerchips, een markt die al krapte aan materialen kent.
De transportsector krijgt te maken met hogere (brandstof)kosten. Daarnaast zijn diverse zee- en luchtroutes ontregeld door de oorlog. Transporteurs moeten omvaren of omvliegen, wat leidt tot extra brandstofverbruik en vertraging.
Stijgende transportkosten zorgen op hun beurt weer voor minder handel en minder vraag naar (verre) reizen. Ook de bouw lijdt onder toenemende kosten voor bouwmaterialen, energie en transport.
Stagflatie ligt op de loer
RaboResearch denkt dat de impact forser en breder wordt, naarmate het conflict langer duurt. Dat brengt namelijk meer onzekerheid. Een dalend ondernemersvertrouwen kan bedrijfsinvesteringen remmen met negatieve gevolgen voor de ICT-sector en zakelijke dienstverlening.
Daarnaast zullen hogere energieprijzen op termijn resulteren in hogere voedselprijzen. Dat leidt ertoe dat consumenten minder geldt besteden aan horeca en winkels.
Veel zal afhangen van de duur van het conflict. Het Centraal Planbureau (CPB) houdt daarom rekening met meerdere scenario’s. In de basisraming gaat het CPB voor dit jaar uit van van 2,3 procent inflatie en 1,4 procent economische groei. In alternatieve scenario’s varieert de inflatie van 2,9 tot 3,8 procent.
Ook RaboResearch houdt vast aan een groei van 1,4 procent. In het meest ongunstige scenario – met langdurige verstoringen in olie en gas – ziet de bank de groei dalen tot 0,6 procent. De inflatie loopt daarbij op tot 4,4 procent.
ECB stand-by voor renteverhoging
Zo’n scenario van stagflatie (een combinatie van hoge inflatie en lage economische groei) is dus mogelijk. Nederland kende zo’n situatie bijvoorbeeld in 2023.
Wat toen niet hielp, was de late ingreep van de ECB, maar die lijkt nu meer alert. Hoewel de ECB de rente in maart nog ongemoeid liet, staat de centrale bank naar eigen zeggen stand-by voor een tijdige ingreep.
De financiële markten anticiperen daar al op. In de afgelopen weken stegen langetermijnrentes op onder meer hypotheken. ECB-voorzitter Christine Lagarde zal toch niet dezelfde fout willen maken als drie jaar terug.