De stille revolutie in Iran: wanneer een ideologie instort, vallen regimes

Jongeren in Iran nemen steeds meer afstand van de islam (Foto: Getty Images)

De kwetsbaarheid van het Iraanse regime is niet alleen het gevolg van structureel economisch wanbeleid, repressie of corruptie. De fundamentele oorzaak ligt in het afbrokkelen van zijn belangrijkste ideologische pijler: de islam, zegt Farid Alamdar die in 1998 vluchtte uit Iran, in een ingezonden opinie.

Juist onder de jonge generatie, die demografisch dominant is in Iran, neemt de afkeer van religieuze dwang en staatsislam zichtbaar toe. Deze tendens raakt het bestaansrecht van het regime in de kern.

Kloof tussen modernisering en samenleving

In de jaren 1974-1975 bevond Iran zich economisch in een uitzonderlijk gunstige positie. De olieprijs was verdubbeld en de sjah wilde de inkomsten volledig inzetten voor versnelde economische groei en modernisering.

Die ambitie botste met de maatschappelijke realiteit van dat moment. Uit landelijke peilingen in 1974, uitgevoerd door Iraanse staatsmedia, bleek hoe diep religie en conservatieve sociale verhoudingen waren geworteld in de samenleving.

Zo gaf 96 procent van de Iraniërs aan altijd te bidden en deed 79 procent mee aan de ramadan. Daarnaast ging 23 procent bewust niet naar de bioscoop omdat dit als haram (religieus verboden) werd gezien.

Filmbezoek was bovendien vooral een mannelijke aangelegenheid; ongeveer 70 procent van de mannen vond het ongepast om met zijn vrouw naar de film te gaan. Arbeid buitenshuis voor vrouwen was ondenkbaar: 75 procent van de mannen wees dat idee af. Tegelijkertijd was ongeveer 60 procent van de bevolking ongeschoold.

Dit alles toont een samenleving met uitgesproken conservatieve sociale verhoudingen, die cultureel en sociaal nauwelijks aansloot bij het tempo van economische modernisering. De staat versnelde, maar de samenleving resoneerde niet mee.

De rol van de islam

Ali Assadi, grondlegger van de eerste nationale opiniepeilingen in Iran, beschreef dit als een fase van maatschappelijke ontwrichting, waarin een samenleving haar vertrouwde verleden loslaat, zonder een helder toekomstbeeld te hebben ontwikkeld.

In zo’n situatie zoeken mensen houvast bij structuren die stabiliteit en betekenis bieden. In Iran werd die rol vervuld door de islam.

Parviz Nikkhah (1939-1979) een prominent Iraniër, toonde in zijn proefschrift aan dat waar in veel landen economische groei en modernisering leidden tot een afname van religieuze groeperingen en religieuze opleidingen, in Iran juist het omgekeerde gaande was.

De islam fungeerde daarmee niet alleen als geloofsovertuiging, maar ontwikkelde zich als sociaal anker in de samenleving.

Lees ook: Iraanse diplomaat Araghchi klem tussen diplomatie en harde realiteit

Groeiende afkeer van de staatsislam

In het huidige Iran is omgekeerde gaande. Jongeren in Iran nemen steeds meer afstand van de islam. De afkeer groeit mede door het dictatoriale regime van de afgelopen 47 jaar, dat onder het mom van de islam de meest gruwelijke daden heeft begaan.

Dat contrasteert sterk met de situatie in de jaren zeventig. Destijds was ongeveer 75 procent van de samenleving voorstander van de hijab, terwijl Iraanse media juist modernere en westerse kledingstijlen promootten.

Recente peilingen laten zien hoe sterk die houding is veranderd. Volgens een grote peiling van het onderzoeksinstituut GAMAAN (2020) is ongeveer 80 procent van de Iraniërs tegen de verplichte hoofddoek en zou circa 68 procent voorstander zijn van een scheiding tussen staat en islam.

Sinds de beweging Woman, Life, Freedom in 2022-2023 en de recente protesten van januari 2026 is het aannemelijk dat deze cijfers zijn toegenomen.

Terug naar Perzische geschiedenis

Deze verschuiving betekent een zoektocht naar andere bronnen van identiteit. Veel jongeren richten zich nadrukkelijker op de Perzische geschiedenis en de culturele identiteit van voor de Islam.

Zij verwijzen daarbij vaak naar Cyrus de Grote, die het eerste Perzische rijk stichtte en daarmee de basis legde voor een van de vroegste beschavingen ter wereld. Tegelijkertijd wordt de situatie in Iran vergeleken met die van vóór de revolutie van 1979, toen het land onder leiding van de sjah juist probeerde aan te sluiten bij moderniteit en economische ontwikkeling.

1979: Ayatollah Khomeini steekt zijn hand op om zijn aanhangers te begroeten.
Ayatollah Khomeini begroet zijn aanhangers in 1979 (Foto: Getty Images)

‘Identiteit en overtuiging kun je niet onderdrukken’

Veel jongeren maken een historische vergelijking: waar de islam in de zevende eeuw door verovering Iran binnenkwam, zien zij de revolutie van 1979 als het moment waarop de ayatollahs de staatsislam aan de samenleving oplegden en de Perzische identiteit naar de achtergrond verdween.

Deze tendens onder jongeren raakt het ideologische fundament waarop het regime al decennia steunt. Het regime heeft het volk 47 jaar onderdrukt en met geweld proberen te beheersen, maar identiteit en overtuiging kun je niet onderdrukken.

De belangrijkste pijler van het regime begint daardoor weg te rotten; de macht lijkt nog intact, maar instorting is onvermijdelijk. Geen kogel zal dat uiteindelijk kunnen tegenhouden.

Farid Alamdar (1986) vluchtte in 1998 uit Iran en woont sindsdien in Nederland. Hij werkt als adviseur in de publieke sector en schrijft over Iraanse maatschappelijke en politieke ontwikkelingen. Tussen 2016 en 2018 woonde en werkte hij in Iran, waar hij de sociale en demografische veranderingen van dichtbij observeerde. Door zijn contacten met onder meer jongeren, studenten, zorgprofessionals en mensen binnen overheidsinstanties is hij nauw betrokken bij de actuele ontwikkelingen in het land.

Farid Alamdar