Van gastvrouwen tot surrogaatpolitici: de rol van de first lady

''

Nancy Reagan is zondagavond op 94-jarige leeftijd overleden. Als First Lady was ze misschien wel de belangrijkste adviseur van president Ronald Reagan (1981-1989). De rol van de echtgenoten achter en naast de president is in de loop der jaren steeds prominenter geworden.

Lady Bird Johnson, de vrouw van Lyndon, heeft gezegd dat de ‘Eerste Dame’ een onbezoldigde publieke functionaris is die verkozen wordt door slechts één iemand, te weten haar man. Zolang er presidenten bestaan, zijn er ‘Eerste Dames’ geweest.

Hoewel de Grondwet de partner van de president niet noemt, was het al vroeg duidelijk dat er behoefte bestond aan een gastvrouw voor de sociale functies op het Witte Huis. De benaming ‘First Lady’ is pas later in zwang gekomen. Martha Washington, de vrouw van de eerste president, werd vaak aangesproken met Lady Washington of met Mrs. President.

In haar in 1989 verschenen boek The President’s Partner beperkte Myra Gutin zich tot de ‘first ladies’ die na 1920 hun intrede in het Witte Huis hebben gedaan. In dat jaar kregen Amerikaanse vrouwen kiesrecht. De auteur onderscheidt drie soorten ‘first ladies’: vooral gastvrouwen, vrouwen met een bescheiden eigen agenda en surrogaatpolitici.

Gastvrouwen

Florence Harding, Grace Coolidge, Bess Truman en Mamie Eisenhower zijn allen representanten van de eerste categorie en hadden nauwelijks contact met de bevolking. Ze hielden geen redes, wierpen zich niet op als pleitbezorgster voor een goede zaak of voerden campagne voor hun man.

‘Krijgen we dit gedoe nu de rest van ons leven?’ vroeg Elizabeth (Bess) Wallace Truman, wijzend naar een horde journalisten, op de herfstdag in 1944 dat Harry Truman tot vicepresident werd verkozen. Een kenmerkende reactie. Bess Truman zou het openbare leven blijven verafschuwen.

Maatschappelijk betrokken

Bess Truman deed, zij het met tegenzin, mee aan ongeveer 640 sociale activiteiten. Mamie Doud Eisenhower genoot juist van die activiteiten. Zij maakte er 878 mee.

Als vrouw van een generaal was zij gewend aan het ceremonieel van het militaire leven. Bij het begin van hun huwelijk had ‘Ike’ gezegd: ‘Mijn land komt op de eerste plaats, en dan pas kom jij.’ Daar heeft hij zich ook aan gehouden. Mamie op haar beurt zei: ‘Ike vecht in de oorlogen, ik draai de lamskoteletten om.’

Nee, dan was Lou Hoover geboren Henry, zo’n 25 jaar eerder toch een stuk actiever. Zij wordt door Myra Gutin als de eerste presidentsvrouw met een eigen agenda aangemerkt. De Hoovers, alletwee geoloog, hebben beiden hun hele leven veel noodhulp verleend. Lou hield als eerste ‘first lady’ toespraken in het openbaar (15), waarvan verschillende voor de radio.

Garderobe

De volgende presidentsvrouw in deze categorie was Jacqueline Bouvier Kennedy. Opgegroeid met zeilregatta’s, concours hippiques, operabals en wereldreizen leek haar jeugd als twee druppels dry martini op die van haar man, Jack Kennedy. Aantrekkelijk op een manier waarop Audrey Hepburn dat ook was, maakte Jackie met haar garderobe grote indruk.

Bijvoorbeeld op het Franse staatshoofd, generaal Charles de Gaulle, in 1961 in Parijs. Jack zei bij dat staatsbezoek: ‘Ik ben de man die Jacqueline Kennedy naar Frankrijk begeleidt.’ Jackie kon ook stuurs en zelfs onmogelijk zijn, en onttrok zich dan vaak aan haar sociale verplichtingen. Haar nalatenschap is de grondige restauratie van het interieur van het Witte Huis.

Over Patricia Ryan Nixon schrijft Bonnie Angelo in haar boek First Families dat het verschil met Mamie Eisenhower, ‘onder wie’ ze acht jaar (1953- 1961) als vrouw van de vicepresident ‘diende’, niet groter had kunnen zijn. Pat kwam uit een mijnwerkersgezin waar elke dollarcent moest worden omgedraaid. Doordat haar moeder jong stierf, moest Patricia al vroeg haar plaats innemen.

Als ‘first lady’ was Pat vaak te schuchter om krachtdadig naar buiten te treden. Haar stokpaardje was het hameren op het belang van vrijwilligerswerk. In 1974 bezocht ze Vietnam. Daarmee werd ze de eerste presidentsvrouw sinds Eleanor Roosevelt die zich naar een oorlogsgebied begaf.

Surrogaat

De eerste surrogaatpolitica die in het Witte Huis (1933) terechtkwam en daar de recordtijd van twaalf jaar zou blijven, was Eleanor Roosevelt Roosevelt. Toen bij Franklin in 1921 polio werd geconstateerd, werd Eleanor, veel linkser dan haar toch al progressieve man, zijn ogen en oren in het land.

In 1935 kreeg ze een dagelijkse column ‘My Day’ in meer dan honderd kranten. Het was de tijd van de Depressie. Ze kwam op voor de vertrapten, probeerde de daklozen te huisvesten en werd op handen gedragen door de zwarte bevolking. ‘Hoe vindt mevrouw Roosevelt toch de tijd voor alles wat ze voor elkaar krijgt,’ schreef de vroegere ‘first lady’ Grace Coolidge aan collega Lou Hoover.

Uiteraard riep Eleanor enorme weerstanden op bij rechts Amerika. ‘Maar als je je leven zo inrichtte dat niemand je ooit bekritiseert kwam je waarschijnlijk nooit je bed uit – en zou je ook daar weer kritiek op krijgen,’ zei ze ooit.

Activistisch

Lady Bird Taylor Johnson behoort ongetwijfeld tot de activistische presidentsvrouwen. In 1964 vergezelde zij (een novum voor een ‘first lady’) haar man Lyndon op campagne tijdens een slopende treinreis door het Zuiden. Haar grote project was de verfraaiing van Amerika.

Een van de meest originele presidentsvrouwen is Betty Bloomer Ford. Tijdens haar drie jaar in het Witte Huis (1974-1977) deed ze niet geheimzinnig over haar borstkanker, zei dat abortus een kwestie van alleen de vrouw was en verklaarde geen bezwaar te hebben tegen seks voor het huwelijk. ‘Je hebt net weer twintig miljoen kiezers bij mij weggejaagd,’ zei Gerald Ford na zo’n pleidooi.

Toen haar man gouverneur van Georgia was, ijverde Rosalynn Smith Carter al voor betere geestelijke gezondheidszorg. Eenmaal in het Witte Huis, benutte zij dat platform ten volle. Rosalynn kreeg veel kritiek, omdat ze kabinetszittingen bijwoonde en in Latijns-Amerika aan diplomatie deed.

Woud van Alzheimer

Nancy Reagan, die op 6 maart 2016 op 94-jarige leeftijd overleed, had slechts één ‘programmapunt’: namelijk het beschermen van het presidentschap (1981-1989) van haar man Ronald. Zij bepaalde in hoge mate wie toegang kreeg tot hem en wie niet.

Als zij politiek gevaar rook voor Ron greep zij vaak zelf in, zoals bij de Iran-Contra-affaire.

Toen Reagan in het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw steeds verder verdwaalde in het woud van de Alzheimer – hij wist niet meer dat hij ooit president was geweest – ontpopte Nancy zich steeds meer als een trouwe blindegeleide hond die hem nog min of meer op het rechte spoor hield.

Twee presidenten voor de prijs van een

De meest politiek actieve ‘first lady’ was zonder meer Hillary Rodham Clinton. In Arkansas hielp zij gouverneur Bill Clinton al met de hervorming van het onderwijs. Bij zijn entree in het Witte Huis (1993) zei Bill dat Amerika nu twee presidenten voor de prijs van één kreeg. Hillary kreeg de leiding van het (mislukte) project om de gezondheidszorg op een nieuwe leest te schoeien.

Nog tijdens het presidentschap van haar man werd ze tot Senator van New York gekozen. Het is moeilijk om je Laura Welch Bush als een politica op eigen kracht voor te stellen, maar in het rijtje van activistische presidentsvrouwen hoort ze zeker thuis. Haar vroegere beroep van bibliothecaresse verklaart haar voorliefde voor alfabetiseringsprogramma’s en Amerikaanse letterkunde. Maar tijdens de tweede termijn van haar man George W. is Laura zich ook op andere terreinen, zoals aids, en rechten van vrouwen, gaan toeleggen.