Orbán overschaduwt Kyiv-bezoek Von der Leyen bij begin vijfde oorlogsjaar

De Hongaarse President Viktor Orbán Bron: ANP

Nu de oorlog in Oekraïne exact vier jaar duurt, brengen de presidenten van de Europese Commissie en Europese Raad, Ursula von der Leyen en António Costa, op dinsdag 24 februari een bezoek aan Kyiv. Zij hadden de Oekraïense regering graag een aantal steunmaatregelen geboden, maar daarover is onzekerheid ontstaan.

Zo wilden Von der Leyen en Costa in de Oekraïense hoofdstad het twintigste pakket EU-sancties tegen Rusland presenteren.

Ook de belofte van een 90 miljard euro tellende lening, in december tot stand gekomen nadat de Belgische premier Bart De Wever weigerde om bevroren Russische gelden aan Oekraïne toe te zeggen, zou moeten tonen dat de Europese steun voor Oekraïne onbetwist en unaniem is.

Orbáns blokkade 

Toch lijkt Von der Leyen in Kyiv te moeten komen met halve beloftes en twijfelachtige toewijding.

De Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken Péter Szijjártó heeft gezegd: ‘Tijdens de Raad Buitenlandse Zaken van morgen wil de EU het twintigste sanctiepakket aannemen. Hongarije zal dit blokkeren.

Zolang Oekraïne het olietransport naar Hongarije en Slowakije via de Droezjba-pijpleiding niet hervat, laten wij geen besluiten doorgaan die belangrijk zijn voor Kyiv.’

De pijpleiding werd eind januari beschadigd door een Russische droneaanval. Maar volgens sommige Hongaarse bronnen was Oekraïne daarvoor verantwoordelijk, en vertraagt dat land opzettelijk de reparatie.

De Slowaakse premier Robert Fico stelt dat Kyiv met het niet herstellen van de pijplijn doet aan ‘politieke chantage’. Oekraïne zou het herstellen vertragen omdat Hongarije en Slowakije zich verzetten tegen toekomstig Oekraïens EU-lidmaatschap.

Onnodige Hongaarse afhankelijkheid van Russische olie

Sinds het begin van de oorlog in 2022 beweegt de EU zich weg van Russische energie. Althans, dat is de bedoeling. Hongarije, Slowakije en Tsjechië waren sterk afhankelijk van Russische olie. Daarom kregen zij in mei 2022 een uitzondering op de EU-boycot en mochten zij voorlopig die olie blijven inkopen.

Maar waar Tsjechië in april 2025 is gestopt met dat inkopen, hebben Slowakije en Hongarije juist hun afhankelijkheid van Russische olie vergroot. Zo ging de Hongaarse olie-import uit Rusland van 61 procent in 2022 naar 92 procent in het afgelopen jaar.

Orbán beargumenteert dat Hongarije moeilijk andere betaalbare leveranciers kan vinden. Russische olie is circa 20 procent goedkoper dan alternatieve bronnen. Maar de Hongaarse consument merkt daar niets van. De brandstofprijzen waren in 2025 18 procent hoger (exclusief btw) dan in Tsjechië, dat dus juist van Russische olie afstapte.

Orbán wil vrienden blijven met Poetin

In een onderzoek van het Center for the Study of Democracy (CSD) wordt aannemelijk gemaakt dat Orbán andere motieven heeft. Orbán zou vooral Russische olie willen importeren om bij te dragen aan het Russische offensief. Volgens het CSD gaat het om 85,8 miljoen euro per maand. Geld dat Rusland gedeeltelijk inzet om de oorlog in Oekraïne verder te financiëren.

Daarnaast is er een persoonlijk belang: Orbáns eigen aandelen in het grootste Hongaarse oliebedrijf MOL. Hetzelfde CSD-onderzoek constateert een stijging van 30 procent in inkomsten voor MOL sinds 2022. Terwijl Orbán beweert dat afgeprijsde Russische olie nodig is om energie betaalbaar te houden voor de gemiddelde Hongaar, zou hij dus vooral aan zijn eigen kas denken.

Orbán heeft een opvallend hechte band met het Kremlin. Als minister-president van Hongarije ligt hij vaak dwars bij voorstellen tot levering van hulp aan Oekraïne. Ook besloot hij om een aantal keren met Poetin af te spreken, terwijl andere Europese leiders dat uit solidariteit met Oekraïne weigeren.

Oekraïne als boeman

Los van zijn financiële beweegredenen en banden met Poetin is er nog een belangrijke motivatie voor Orbán.

Bij de komende verkiezingen in april moet hij het opnemen tegen de meer pro-Europese Péter Magyar. Een van Orbáns strategieën lijkt het oproepen van anti-Oekraïnesentiment.

Volgens de Hongaarse premier zal een betere verstandhouding met Brussel, waarvan Magyar voorstander is, Hongarije samen met de EU meeslepen in een oorlog met Rusland.

Die strategie lijkt tot dusver niet aan te slaan, aangezien Orbán in de peilingen nog steeds rond de 10 procentpunt achter staat op Magyar.

Hongaarse blokkade brengt EU in verlegenheid

Eind december gingen alle EU-leiders akkoord met het plan om 90 miljard euro aan Oekraïne te lenen op de kapitaalmarkt. Hongarije, Tsjechië en Slowakije doen niet mee, maar stemden wel in met de resolutie.

De 90 miljard is hard nodig, zo stelt de Europese Commissie. Volgens de website Politico is de Oekraïense oorlogskas tegen april dit jaar leeg. Een Brusselse woordvoerder zei daarom tegen het ANP: ‘We verwachten dat alle leiders hun verplichtingen nakomen. Doen ze dat niet, dan schenden ze duidelijk de loyaliteitsplicht.’

Zonder sancties voor Rusland komt Kyiv in gevaar

Het is vooralsnog onduidelijk of de blokkade van Orbán en Fico er daadwerkelijk komt. Orbán dreigt wel vaker tijdens onderhandelingen om EU-wetgeving te blokkeren, maar tot nu toe komen de Hongaar en Brussel er altijd uit.

Het verschil is nu dat Orbán zijn woord al had gegeven om de Oekraïne-lening door te laten gaan. Mocht hij vasthouden aan zijn voornemen, dan wordt het spannend om te zien hoe de EU daarop reageert.

Voor de overlevingskansen van Oekraïne is dat in elk geval verontrustend. Zonder sancties en zonder lening zal Kyiv grotere concessies aan Rusland niet kunnen vermijden. Een scenario dat voor Europa allesbehalve wenselijk is.