Waarom het in Amerika soms makkelijker is om een geweer te kopen dan een biertje

Een man bekijkt een wapenwinkel in Utah.

Zoals vaker spelen wapens een belangrijke rol in een verhit maatschappelijk debat in de Verenigde Staten. Een kijkje in de wonderlijke wereld van de Amerikaanse wapenwetgeving.

Op 24 januari werd Alex Pretti, een 37-jarige verpleegkundige, door federale grenspolitie doodgeschoten tijdens een demonstratie. De omstandigheden van zijn dood zijn onderwerp van felle discussie: veel aandacht gaat uit naar het wapen dat Pretti bij zich droeg. Daar had hij een vergunning voor, en in Minnesota mag je een wapen meenemen naar een demonstratie.

Om te begrijpen waar de Amerikaanse wapenwetgeving op is gebaseerd, is kennis van de Grondwet uit 1789 belangrijk. ‘Het recht van het volk om wapens te bezitten en te dragen zal niet worden aangetast.’ Dat is de belangrijkste zin uit het Tweede Amendement, in 1791 toegevoegd aan de Grondwet.

Wapens als waarborg tegen tirannieke overheid

Het recht werd vastgelegd omdat de Amerikanen hun vrijheid niet uitsluitend wilden toevertrouwen aan de staat. Wapens golden als een noodzakelijke waarborg tegen zowel buitenlandse dreiging als mogelijke onderdrukking door de eigen regering.

Wat precies wordt bedoeld met dit Grondwetsartikel is al meer dan twee eeuwen onderwerp van juridische en politieke strijd, maar het recht om wapens te bezitten staat nog altijd fier overeind.

Er bestaat er geen allesomvattende federale wapenwet. Behalve het grondwettelijke kader en bepaalde federale restricties, is invulling van wapenwetgeving grotendeels een bevoegdheid van de staten.

Invulling wapenwet verschilt per staat

Het gevolg is een lappendeken van regels, waarin het recht om wapens te dragen grondwettelijk is beschermd, maar de praktische invulling per staat sterk uiteenloopt. Toch kan het systeem in grote lijnen worden teruggebracht tot drie manieren waarop een vuurwapen mag worden gedragen.

Allereerst is er open carry, oftewel het openlijk dragen van een wapen. Dat betekent dat een vuurwapen zichtbaar mag worden gedragen, bijvoorbeeld in een heup- of schouderholster. In de praktijk houdt dit in dat een Amerikaanse staatsburger in bepaalde staten legaal met een vuurwapen over straat kan lopen.

In sommige staten is hiervoor een vergunning nodig. Maar er zijn grenzen: open carry kan verboden zijn bij bepaalde openbare bijeenkomsten, en private eigenaren – zoals winkeliers of organisatoren van evenementen – mogen het dragen van wapens op hun terrein weigeren.

Daarnaast bestaat concealed carry, het ‘verborgen’ dragen van een vuurwapen. Daarbij mag een wapen wel worden gedragen, maar moet het uit het zicht blijven, bijvoorbeeld onder de kleding, in een tas of in de broekband. Verborgen dragen is strenger gereguleerd dan openlijk dragen. In veel staten is hiervoor een vergunning vereist.

De vorm die het meest aan het Tweede Amendement doet denken, is constitutional carry. In dit geval is geen vergunning nodig om een vuurwapen te dragen, openlijk of verborgen. Steeds meer staten, inmiddels 29 van de 50, hebben een variant hiervan ingevoerd.

(KAARTJE JELRIK)

Minneapolis hanteert afwijkende wetten

Zoals de kaart laat zien, is Minnesota een van de weinige staten waar een vergunning vereist is voor zowel het verborgen als het openlijk dragen van een vuurwapen. In die staat moeten burgers voor beide vormen een permit to carry hebben om in het openbaar gewapend te mogen zijn. Volgens diverse media beschikte Alex Pretti over zo’n vergunning.

Ook over de vraag of je een vuurwapen mag meenemen naar een demonstratie, is in de Verenigde Staten veel discussie ontstaan. Net als bij de rest van de wapenwetgeving verschilt dit per staat. In veel staten, waaronder Minnesota, is er geen expliciet verbod om een vuurwapen te dragen tijdens een protest of publieke bijeenkomst, zolang je aan de wapenwetgeving voldoet.

Eerder een geweer dan een biertje

Voor het gros van de Amerikanen is het niet moeilijk om een vuurwapen te kopen en bezitten. Toch gelden er enkele beperkingen, vooral qua leeftijd. In de meeste staten mag een Amerikaans staatsburger vanaf achttien jaar een zogeheten long gun kopen. Dit zijn vuurwapens met een lange loop, zoals jachtgeweren, maar ook semi-automatische geweren, waaronder de even populaire als omstreden AR-15 – ook wel ‘America’s Rifle’ genoemd.

Voor handguns – pistolen en revolvers – ligt de leeftijdsgrens doorgaans hoger. Die mogen in de meeste staten pas vanaf 21 jaar worden gekocht. Dat betekent dat jonge Amerikanen in sommige staten eerder legaal een semi-automatisch geweer mogen aanschaffen dan alcohol drinken, wat in de Verenigde Staten eveneens pas vanaf 21 jaar is toegestaan.

Bepaalde groepen zijn uitgesloten van wapenbezit, zoals veroordeelde (zware) criminelen, personen met een geschiedenis van huiselijk geweld, en mensen die door de rechter ongeschikt zijn verklaard vanwege ernstige psychische problemen. Erkende wapenverkopers zijn verplicht deze beperkingen te controleren via het National Instant Criminal Background Check System, een landelijke databank die wordt beheerd door de FBI.

Meer wapens dan mensen

De Verenigde Staten zijn wereldleider in privébezit van vuurwapens, zowel absoluut als per hoofd van de bevolking. Naar schatting zijn er tussen de 400 en 500 miljoen vuurwapens in particuliere handen – meer dan er inwoners zijn (345 miljoen).

Ongeveer eenderde van de Amerikanen bezit zelf minstens één wapen, terwijl bijna de helft van de huishoudens gezamenlijk een vuurwapen in huis heeft.

Die enorme aantallen zijn mogelijk door een uitgebreid netwerk van verkooppunten. De Verenigde Staten tellen tienduizenden erkende wapenhandelaren, en wapenbeurzen en particuliere verkopen spelen eveneens een belangrijke rol. In veel staten is ook die vorm van handel legaal.