Oproep aan nieuw kabinet: maak nú werk van de Nederlandse defensie-industrie

Demissionair minister Ruben Brekelmans van Defensie kijkt door een C-UAS systeem tijdens een bezoek aan Nederlandse luchtverdedigers. Met het systeem zijn drones detecteerbaar en uit de lucht te halen. Beeld: ANP.

Het wordt hoog tijd dat Den Haag ontwaakt uit de geopolitieke winterslaap, zeggen Martijn Kitzen, hoogleraar Krijgswetenschappen, en Raymond Knops, voorzitter van Stichting Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid, in deze ingezonden opinie.‘Er moeten nu radicale keuzes worden gemaakt.’

Nederland moet weer strategisch leren denken en doen. En gauw ook. Vrijwel dagelijks worden we geconfronteerd met de instabiliteit van de internationale orde. Groenland, Gaza, Iran, Oekraïne, Venezuela en Sudan zijn op dit moment de meest in het oog springende symptomen van deze werkelijkheid.

De onderliggende problematiek voert verder: we hebben te maken met een verschuiving van de geopolitieke machtsbalans en dat kan gepaard gaan met nog hevigere aardschokken.

De barsten in de trans-Atlantische band en de grilligheid van Trump’s Amerika, de agressieve houding van Rusland, toegenomen assertiviteit van China en opkomst van andere BRICS-landen vragen allemaal om een sterk en autonoom Europa. Dat is de beste garantie om ervoor te zorgen dat Europese landen gezamenlijk een goede positie krijgen in de strijd om een nieuw globaal machtsevenwicht.

Sterker Europa begint bij nationale keuzes

We moeten daarbij niet uit het oog verliezen dat het geheel zo sterk is als de som der delen. Een sterker Europa begint bij doordachte nationale strategieën die de basis vormen van gezamenlijk buitenlands en defensiebeleid en – vooral ook – van gezamenlijke actie. Zo’n strategie beschrijft hoe het nationale belang gediend is door verdere Europese samenwerking en welke middelen daarvoor moeten worden ingezet.

Natuurlijk, er is altijd een spanningsveld tussen individuele en collectieve belangen, maar juist daarom is een strategie die kan helpen de juiste afwegingen te maken, belangrijk.

Gelet op de noodzaak om Europa minder afhankelijk te maken van bijvoorbeeld Amerikaanse wapenleveranciers, is het cruciaal om dat aspect nadrukkelijk mee te laten wegen. Een stevige nationale strategie vraagt dan ook om een duidelijke (defensie-)industriepolitiek die ervoor zorgt dat Nederlandse bedrijven een effectieve bijdrage kunnen leveren aan het versterken van het Europese strategische vermogen.

Defensie-industrie als ruggengraat van Europese autonomie

Hoe moet zo’n industriepolitiek er dan uitzien? Laten we vooropstellen dat collectieve verdediging essentieel is voor een klein land als Nederland. Om dat als Europa zoveel mogelijk zelfstandig voor elkaar te krijgen, moeten ook wij zorgen dat we na jarenlange bezuinigingen bijdragen aan de wederopbouw van de Europese defensie-industrie.

Daarbij overlappen collectieve en nationale belangen gedeeltelijk: een volwaardige Nederlandse industrie draagt zowel op Europees als op nationaal niveau bij aan een sterkere defensie en producten kunnen worden ingezet als diplomatiek ruilmiddel.

Gezien de grote hoeveelheid dual-use technologie (denk aan drones) zijn er zelfs mogelijkheden op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Een gedegen industriepolitiek draagt in de meest brede zin bij aan Europese en nationale weerbaarheid. Tegelijkertijd hechten individuele landen veel waarde aan hun eigen economische belang. En daar wringt de schoen.

Opkomen voor de eigen defensie-industrie

Op dit moment domineren de Franse, Duitse en Italiaanse defensie-industrieën het landschap binnen de Europese Unie. We moeten ervoor waken dat versterking van de collectieve industriële basis leidt tot een transferunie waarbij kleine landen vooral geld mogen overmaken aan fabrikanten in grote landen.

Een realistisch beleid vereist opkomen voor de eigen industrie. Dat kan door actieve defensie-industriepolitiek en het actief aankopen bij Nederlandse bedrijven. Dat hoeft zeker niet te botsen met het collectieve belang, zolang daarbij wordt ingezet op unieke en schaarse capaciteiten.

Volledige onafhankelijkheid is een illusie

Overigens moeten we geen illusies krijgen van volledige onafhankelijkheid. De realiteit is dat bijvoorbeeld Amerikaanse F-35-jachtvliegtuigen en Patriot-luchtverdedigingsraketten een essentiële rol vervullen in veel Europese krijgsmachten.

In zulke gevallen moeten we vooral inzetten op versterking van de positie van onze eigen industrie bij de doorontwikkeling en instandhouding van deze wapensystemen. Een goed voorbeeld is de samenwerking tussen Duitsland, Spanje, Roemenië en Nederland die in 2026 moet leiden tot de productie van Patriot-raketten in Europa.

 

Daarnaast is het van belang open te staan voor andere strategische partners zoals Japan en Zuid-Korea. Met dat laatste land sloot Polen een overeenkomst waarbij een aanzienlijk deel van de gekochte wapensystemen lokaal gebouwd zal worden.

Nieuwe kansen voor een nieuw kabinet

De komst van een nieuw kabinet biedt een kans definitief te ontwaken uit onze geopolitieke winterslaap. Nu strategisch denken eindelijk weer op de politieke agenda staat, is het zaak door te pakken en invulling te geven aan een robuuste industriepolitiek.

Niets voor niets bevestigt het rapport Wennink de noodzaak fors te investeren in het economische fundament onder defensie en weerbaarheid. Dat vereist de implementatie van een whole of government approach, waarbij de verantwoordelijkheid voor bestedingen van defensie ook bij Economische Zaken komt te liggen. Dat ministerie is immers de hoeder van onze industriële basis en kan de belangen op dit gebied het best bewaken.

Defensie is geen efficiency-organisatie

Hierbij moet voorop staan dat defensie geen efficiency-organisatie is, maar dat het gaat om het genereren van effectiviteit in de vorm van gevechtskracht (met als doel tegenstanders af te schrikken en indien nodig daadwerkelijk te vechten). Gedeelde verantwoordelijkheid moet dan ook niet leiden tot bureaucratische procedures die de opschaling van de krijgsmacht bemoeilijken.

Sterker nog, het nieuwe kabinet zal belemmeringen die voortkomen uit bestaande regelgeving juist kordaat moeten aanpakken. Het belangrijkste is echter dat er vanuit het nationale belang strategische keuzes worden gemaakt die bijdragen aan de versterking van Europese autonomie.

Nederland onderscheidt zich op hoogwaardige terreinen

Dat vergt politiek leiderschap en lef. De prille samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en kennisinstituten in het vorig jaar opgerichte publiek-private platform Defport toont aan dat de Nederlandse defensie-industrie zich vooral onderscheidt op hoogwaardige terreinen.

Denk aan onbemensde systemen, sensoren, space, slimme materialen, quantumtechnologie. Ook is er een unieke maritieme capaciteit en zijn er tal van innovatieve start-ups op gebieden als artificiële intelligentie, data en digitalisering.

Zo wordt Nederland écht onafhankelijker

Als we daadwerkelijk onze afhankelijkheid van Amerikaanse defensiegiganten en Big Tech willen verminderen, moeten we bereid zijn kansrijke bedrijven met unieke en schaarse capaciteiten te stimuleren door productiezekerheid te bieden (bijvoorbeeld via langjarige opdrachten), tijdig te betalen en soms zelfs een belang in een bedrijf te nemen.

De toestand in de wereld vereist dat we daar zo snel mogelijk mee beginnen en keuzes maken die zowel het Nederlands als Europees belang dienen. Dat begint bij durf om nu werk te maken van een concrete industriepolitiek als onderdeel van ons strategisch denken.

Martijn Kitzen is hoogleraar aan de Nederlandse Defensie Academie (NLDA) en de Universiteit Leiden

Raymond Knops is voorzitter van de Stichting Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid (NIDV)