Waarom kiezers de ChristenUnie verlaten, en wat de partijtop over het hoofd ziet

Mirjam Bikker

Weer heeft de ChristenUnie stemmen moeten inleveren. ‘Er is een duidelijke conservatieve trend zichtbaar in de samenleving, de achterban van de partij is kritischer geworden dan de partijtop.’

De dag na de gemeenteraadsverkiezingen van vorige week bedankte ChristenUnie-leider Mirjam Bikker alle kiezers voor de uitgebrachte stem op de partij. ‘Maar eerlijk is eerlijk,’ schrijft ze, ‘we hadden op een andere uitslag gehoopt. Zetels verliezen doet pijn.’

Voor de zevende keer op rij moest de ChristenUnie (CU) zetels inleveren. De afgelopen gemeenteraadsverkiezingen verloor de partij er 91, een verlies van eenderde van het totaal.

‘De uitslag is inderdaad een domper,’ vindt Jerke Setz (27), woordvoerder van ChristenUnie-jongerenorganisatie PerspectieF. ‘Over de brede linie is het teleurstellend. Maar ik geloof niet dat dit einde verhaal is, we zien een groeiende groep jonge mensen die zich inzetten.’

Waar zijn de kiezers gebleven?

Als het ergens duidelijk wordt dat de CU in zwaar weer zit, is dat in Bunschoten (een van oorsprong ChristenUnie-bolwerk), ziet gepensioneerd socioloog Chris Janse (82). Hij verdiepte zich in de christelijke cultuur in Nederland, en de sociale en politieke ontwikkelingen die daarmee gepaard gaan.

Janse schrijft daarover in onder meer Reformatorisch Dagblad, waar hij jarenlang hoofdredacteur was. ‘Hier stemde 25 jaar geleden 40 procent van de gemeente op de voorlopers van de partij, bij de laatste Kamerverkiezingen was dat nog maar 11 procent.’

Er zijn ook lichtpuntjes voor de partij. Door Ipsos I&O werd de ChristenUnie een week voor de verkiezingen nog op vier zetels gepeild, één meer dan de partij momenteel heeft in de Tweede Kamer. Bij de gemeenteraadsverkiezingen haalde de partij ook meer stemmen dan bij de verkiezingen van afgelopen oktober.

‘Kamerverkiezingen en raadsverkiezingen blijven moeilijk vergelijkbaar,’ zegt Janse daarover. De trend van de dalende stemmen binnen de CU is nog altijd zichtbaar.

Hij wijst op het verlies van cohesie binnen de partij sinds de fusie tussen het Gereformeerd Politiek Verbond en de Reformatorische Politieke Federatie. ‘Zeker het GPV was een hechte gemeenschap en voor een groot deel van de achterban meer dan een politieke partij. Politiek en kerk waren sterk met elkaar verweven.’ De kerkelijke binding hield de kiezer bij het GPV, ‘op een andere partij stemmen deed je gewoon niet.’

Zo draagt secularisatie volgens Janse bij aan het verlies van de ChristenUnie. ‘Een paar decennia geleden ging de achterban trouw naar de kerk en stemde zonder meer op de partij, maar die kerkelijke betrokkenheid neemt af.’ De motieven om op een christelijke partij te stemmen worden zwakker, denkt hij. Kiezers stappen makkelijker over naar bijvoorbeeld het CDA.

Die trend ziet Setz van de jongerenpartij ook. ‘Het aantal kerkgaande Nederlanders neemt af en steeds minder mensen noemen zich christen.’ Janse vergelijkt de CU met de SGP, waar die binding nog wel sterk is. ‘Vroeger waren er veel overeenkomsten tussen de partijen, maar de afstand is toegenomen. Binnen de SGP-kring zijn er vast ook mensen die zich aangetrokken voelen tot bijvoorbeeld Forum voor Democratie, maar de kerkelijke betrokkenheid, die binnen die achterban nog sterk heerst, houdt hen bij de SGP.’

(Niet) relevant voor jongeren

Er is een uitstroom zowel ter linker- als ter rechterzijde, ‘als we even mogen praten in de termen van links en rechts,’ zegt Janse. ‘De trend is duidelijk negatief. Ik zag in het Nederlands Dagblad dat 70 procent van de CU-kiezers ouder dan vijftig jaar is. Voor jongeren is de partij blijkbaar niet zo relevant.’

Setz vindt het jammer dat er op die manier naar de partij gekeken wordt. ‘We zien een hoopvolle trend waarbij steeds meer jongeren zich aanmelden bij onze jongerenorganisatie. In 2025 steeg het aantal met 243 nieuwe leden. Die groei is alleen nog niet direct zichtbaar in de verkiezingsuitslag.’ Daarnaast zag hij de weken voor de verkiezingen ‘veel meer jongeren’ die campagne voerden voor de partij.

Cijfers van Ipsos I&O laten zien dat maar 57 procent van de kiezers die in 2023 op CU stemden, dat bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2025 weer deden. Bijna een kwart van de kiezers uit 2023 koos vorig jaar voor het CDA. Overige stemmen gingen naar GroenLinks-PvdA, PVV en D66. Hoe die verdeling bij de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart was, is niet bekend.

Kritische achterban

Janse verklaart de huidige terugloop door de tijdgeest. ‘Over het algemeen heerst er een meer conservatieve sfeer in de maatschappij, terwijl de CU zich de afgelopen decennia progressiever heeft opgesteld.’ De achterban denkt kritischer over beleid rond asiel, boeren en conservatief christelijke waarden dan de partijtop. Dat heeft ertoe geleid dat er een uitstroom is richting de PVV of de conservatief-christelijke SGP.

De overstap naar het CDA is mogelijk te verklaren door de conservatievere koers die de partij vaart onder Henri Bontenbal. Bij de progressieve kiezer verloor hij bijvoorbeeld zijn populariteit toen hij bij Nieuwsuur het recht verdedigde van religieuze scholen om homoseksuele relaties af te keuren. Voormalig CDA-leider Wopke Hoekstra zou zo’n uitspraak nooit hebben gedaan.

‘Wij zitten niet zo in een hokje. Dat was bij de gemeenteraadsverkiezingen duidelijk zichtbaar. Bij de ene gemeente hadden we een linksere koers, bij de andere een wat rechtsere,’ zegt Setz. Hij stoort zich aan de analyses waarin vrijwel uitsluitend gekeken wordt naar de ‘rechtse en conservatieve hoek’ als de maatstaf waaraan de CU moet voldoen.

‘Maar de waarheid is vaak grijs, waar de wereld graag zwart-wit denkt. Als we aan die roep om duidelijkheid gehoor geven wordt christelijke politiek ingekrompen tot een identitaire reflex, een populistische janboel. We zijn christenen die ieder hun eigen opvattingen hebben, maar één zijn in Christus.’

Een aantal jaar geleden koos de partij er bewust voor om de naam ChristenUnie niet te veranderen in CU. De partij wil de volledige naam behouden, om juist te benadrukken dat ze een christelijke partij is, ‘die handelt vanuit waarden, deugden en beginselen.’

Setz gaat liever op zoek naar de mooie bewegingen binnen de CU. Hij ziet een groeiende groep jonge christenen, ‘die een verlangen hebben om mét God midden in de samenleving te staan. Daar kan voor mij geen verkiezingsuitslag tegenop.’

Geschiedenis ChristenUnie

De CU is in 2000 ontstaan vanuit een fusie tussen het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV) en de Reformatorische Politieke Federatie (RPF). Janse: ‘Met name de achterban van GPV was een hechte gemeenschap, die kerkelijk gereformeerd vrijgemaakt was. Het overgrote deel van de leden van die kerk stemden zonder meer op de partij. De achterban van RPF was minder hecht, maar had toch een sterke band met de partij.’

Met de fusie probeerden de oprichters de basis te verbreden en hoopten ze gezamenlijk meer zetels te behalen. Dat is niet gelukt: waar de nieuwe partij begon met vijf zetels, zakte dat aantal na de eerste verkiezingen in 2002 naar vier zetels. ‘Die daling is daarna alleen maar doorgezet, met uitzondering van één forse winst, waarbij ze zelfs in kabinet Balkenende IV mochten deelnemen.’ Vanaf 2017 regeerde de CU ook in de kabinetten-Rutte III en Rutte IV.