Hoe moties steeds vaker dienen als politieke stemmingmakerij

Thierry Baudet stemt en scrollt op social media. (Foto: ANP)

Toen tv-presentator Arjen Lubach vier maanden geleden in verkiezingstijd het ‘bolletjesterreur’-fenomeen belichtte, kwam er landelijk aandacht voor de manier waarop moties worden ingezet als stemmingmakerij op sociale media.

De zogeheten bolletjesterreur: bolletjes refereren naar de rode (tegen) en groene (voor) bolletjes op de overzichten waar moties vaak mee worden gevisualiseerd. Terreur naar de politieke strategie waarbij oneindig veel moties op sociale media worden gepost in het kader van stemmingmakerij. Zelfs zonder verkiezingen in aantocht blijft het zich voordoen.

Hoe ziet bolletjesterreur eruit?

Twee voorbeelden: PVV-leider Geert Wilders plaatste deze maand al vier moties op zijn X-account. Opvallend was de motie: ‘De Kamer spreekt uit dat het kabinet-Jetten niet mag worden beëdigd’. De motie kreeg steun van FVD en PVV.

Niet bepaald realistisch. Het doel is namelijk onhaalbaar: een motie kan de benoeming van een kabinet niet voorkomen. Zelfs als ze een meerderheid krijgt. Pas nadat het kabinet is beëdigd door de Koning, kan het nieuwe kabinet via een motie van wantrouwen worden weggestuurd.

Op 5 februari verscheen de volgende motie op het X-account van JA21: ‘De regering dient zich actief te verzetten tegen iedere stap richting structurele gezamenlijke EU-schulduitgifte.’ De motie werd goedgekeurd door de Kamer. SP, VVD, BBB, SGP, PVV, CU, FVD, JA21 en de Groep Markuszower stemden voor.

Enkele problemen: ‘actief verzetten’ is een vage term, en het besluit om over te gaan tot gezamenlijke EU-schulduitgifte ligt niet in Den Haag, maar in Brussel.

Het voorstel heeft waarschijnlijk weinig politiek effect, en is daarmee een mooi voorbeeld van een zogeheten ‘spreekt-uit-motie’. Het gaat vooral om het geven van een signaal aan de achterban.

Motie-inflatie

Tussen 2012 en 2022 is het aantal moties in de Tweede Kamer meer dan verdubbeld. In 2022 werd een record van 5.011 moties ingediend, tegenover 2.352 in 2012. In 2025 daalde dat aantal naar 4.104 moties.

CDA-fractievoorzitter Henri Bontenbal pleitte in 2024 voor het invoeren van een maximumaantal moties. Hij noemde het gestegen aantal een ‘diarree aan moties’ en ontving steun van toenmalig PVV-Kamervoorzitter Martin Bosma.

Bontenbal zei over het gigantische aantal moties: ‘Ze worden vaak alleen gebruikt om aan de achterban te laten zien: kijk eens hoe goed wij bezig zijn.’

Ook buiten politieke partijen om blijft bolletjesterreur toeslaan

Een recent voorbeeld van zo’n ‘spreekt-uit-motie’: tijdens het debat over het eindverslag van informateur Rianne Letschert op 3 februari stemde D66 tegen de motie om tijdens de komende kabinetsperiode de Palestijnse staat te erkennen.

Rob Jetten zei vlak voor de verkiezingen nog: ‘Er valt straks niets meer te erkennen’ en noemde het erkennen van Palestina noodzakelijk voor vrede.

Ook nam Jetten deel aan de Rode Lijn-protesten. Het is dan ook niet gek dat meerdere sociale-mediakanalen het resultaat van de motie naast de video plaatsten die Jetten van zichzelf maakte tijdens het Rode Lijn-protest in mei.

In die berichten ontbrak de context dat D66 tijdens het gehele debat niet op inhoud stemde, maar op procedure.

In een reactie op een artikel van de pro-Palestijnse mensenrechtenorganisatie The Rights Forum liet de partij weten: ‘De D66-fractie heeft bij het formatiedebat tegen alle moties gestemd die buiten de orde vielen van het besluit over de aanstelling van de formateur, ook tegen moties waar de fractie het wel mee eens is.’

Wie is verantwoordelijk voor de bolletjesterreur?

Politicoloog Maarten Muijser (35) is de man achter het Instagramaccount @checkjestem, waarop hij de resultaten van moties publiceert. Hij voorziet 160.000 volgers van onafhankelijke en in de context geplaatste resultaten van moties.

‘Sinds ik begon in 2021 is mijn kanaal ontzettend gegroeid en daarmee ook mijn verantwoordelijkheidsgevoel. Moties kunnen een duidelijke en toegankelijke kijk op de politiek bieden. Ik zie het als mijn taak om ze onpartijdig te posten en van de juiste context te voorzien. Helaas gebeurt dat online te weinig.’

De schuld voor deze bolletjesterreur ligt volgens Muijser bij de politiek zelf: ‘Als een partij zelf een motie deelt op sociale media, dan vertelt die nooit het hele verhaal. Elke partij trekt ze uit context en dient ze in voor pure stemmingmakerij. Ik vind dat niet netjes.’

Het gevaar zit hem volgens Muijser niet alleen in het delen van stemmingsmakende moties op zich, maar ook in de reacties daarop, en de verspreiding ervan door andere partijen en organisaties buiten de politiek.

‘Toen het CDA vorig jaar tegen een motie stemde die uitsprak dat Joodse studenten en medewerkers zich veilig moeten voelen op hogescholen en universiteiten, kwam er al snel kritiek vanuit het CIDI, het Centrum Informatie en Documentatie Israël.

‘In het debat lichtte de CDA-fractie toe dat zij tegen stemde omdat de partij principieel tegen spreekt-uit-moties is. Ondanks media-aandacht staat de post van het CIDI nog steeds online.’ Dat noemt Muijser ‘heel lelijk’, omdat het CIDI volgens hem makkelijk had kunnen weten waarom het CDA tegenstemde.

Het boycotten van stemmingsmakende moties is niet het antwoord

Is het principiële beleid van het CDA de oplossing? Volgens Muijser vergroot je daarmee het echte probleem. ‘Op sociale media zal er altijd sprake zijn van stemmingmakerij, maar omdat partijen niet altijd hun argumenten voor hun stem bekendmaken, kan ik, of iemand die het ziet op sociale media, niet weten of de stem inhoudelijk, procedureel of principieel is.’

De enige oplossing is volgens Muijser dan ook dat partijen consequent bij hun standpunt een korte toelichting geven via hun eigen kanaal of de site van de Tweede Kamer.

‘In verkiezingstijd staan alle partijen te popelen om toelichting te geven bij hun keuzes. Is het echt te veel gevraagd om dat buiten verkiezingstijd ook te doen?’