Zihni Özdil

Turkije is democratischer dan Nederland

06 november 2021Leestijd: 5 minuten

Tweede Kamerlid Fleur Agema (PVV) werd afgekapt in talkshow Jinek omdat Nederland geen debatcultuur heeft. Daardoor is het land ook geen volwaardige democratie, schrijft Zihni Özdil.

Vreselijk vond ik het altijd: Het Lagerhuis, een televisieprogramma van de VARA dat eind jaren negentig op de zaterdagavond veel kijkers trok. Opgenomen in het Amsterdamse debatcentrum de Rode Hoed reduceerde Het Lagerhuis  ‘debat’ tot een ultiem Nederlandse praxis: netjes afgebakend en met zorgvuldig uitgekozen typetjes die in rap tempo de te verwachten meninkjes ventileerden die bij die typetjes zouden horen, maar zonder verdieping. Want de klok tikt en voor je het weet telt nota bene het publiek je laatste vijf seconden af, voordat je je gedachte hebt kunnen afmaken. In naam ‘debat’, maar in wezen georganiseerd gepruttel.

Dit is geenszins kritiek op de VARA of De Rode Hoed. Ik had elk willekeurig ander voorbeeld kunnen pakken.

Zihni Özdil (1981) is historicus. Hij schrijft elke zaterdag een column voor ewmagazine.nl.

Neem het huidige Nederlandse talkshowlandschap. Zowel de publieke omroep als de commerciële zenders trakteren de bevolking (na ellenlange voorgesprekken) op keurige, van tevoren dichtgetimmerde ‘debatten’. Twaalf onderwerpen en dertien gasten in een uur die, aldus doorpruttelend, niet in staat zijn een gedachte af te maken. Laat staan dat de presentator echt kan doorvragen. Gevolg: geen ontregeling, geen memorabele momenten.

Het gesprek bij Jinek loopt volgens een voorbesproken format

Deze week was Tweede Kamerlid Fleur Agema (PVV) te gast bij talkshow Jinek. Ze zat aan tafel met voormalig kickbokser Remy Bonjasky, oud-voorzitter van de Tweede Kamer Gerdi Verbeet (PvdA) en journalist Floor Bremer. Dat zijn, even tellen, vijf aanwezigen om over de coronamaatregelen te praten. In eerste instantie verloopt het gesprek volgens het voorbesproken format. Alle gasten zijn het in grote lijnen met elkaar eens dat het Nederlandse coronabeleid, bijvoorbeeld wat betreft het tonen van een QR-code als toegangsbewijs, onwenselijk is, dan wel principieel, dan wel onuitvoerbaar.

Maar dan doet Agema iets wat niet de bedoeling is in Nederlandse debatprogramma’s: namelijk een debat aanzwengelen. ‘Op dit moment loopt er 1.600 man bij Ter Apel ons land binnen,’ aldus het PVV-Kamerlid. Je ziet aan het gezicht van presentator Eva Jinek dat ze het niet prettig vindt dat Agema afwijkt van het van tevoren besproken script. Meteen probeert Jinek haar af te kappen. Maar Agema laat zich niet van de wijs brengen: ‘Dat kost geld. Er komen dit jaar zestigduizend mensen ons land binnen.’ Bremer en Verbeet roepen meteen dat Agema ‘mensen tegen elkaar aan het opzetten’ is. ‘Ik was je in het hele verhaal aan het steunen,’ voegt Bonjasky daaraan toe, ‘maar nu laat je me gewoon in de steek. Dit gaat nergens meer over.’ Waarna Jinek het gesprek, zichtbaar geërgerd, beëindigt.

Vooroordelen over Turkije gingen rechtstreeks de prullenbak in

Erdogan

Lees ook deze bijdrage voor EW Podium van Kaan Özgök: President Erdogan moet ‘investeren’ in nieuwe verkiezingen

Omdat een naaste die in Turkije woont ernstig ziek was geworden, ben ik dit jaar een paar maanden naar het land van mijn voorouders gegaan. Voor het eerst sinds twee decennia was ik er langer dan een week. Dat werd een enorme eyeopener. Mijn eigen vooroordelen over Turkije en de Turkse cultuur gingen rechtstreeks de prullenbak in. Net als in Nederland zijn er in Turkije talkshows op elke belangrijke televisiezender. Daarmee houden de overeenkomsten op.

De dagelijkse talkshows in Turkije duren ten eerste veel langer: twee tot drie uur, vaak meer. Gasten met zeer uiteenlopende politieke standpunten gaan op het scherp van de snede met elkaar in gesprek. Dat doen ze door elkaar te laten uitpraten en elkaar vervolgens met inhoudelijke argumenten te kritiseren. De presentator kapt een gast bijna nooit af, maar leidt het gesprek naar een hoger niveau. Het is spetterende televisie, juist doordat het niet kapot geformatteerd is. Bijna elke avond was ik aan de Turkse buis gekluisterd om te genieten van een zeer divers scala aan sprekers die ideeën met elkaar uitwisselden. Zelfs keiharde inhoudelijke kritiek op de regering van president Recep Tayyip Erdogan is schering en inslag in Turkse talkshows.

‘Waar gaat de economie heen?!’ Recente aflevering van een van de meest populaire talkshows op de Turkse televisie

Uw cookieinstellingen laten het tonen van deze content niet toe. De volgende cookies zijn nodig: marketing. Wijzig uw instellingen om deze content te zien.

Langzaam maar zeker kwam ik tot de conclusie dat dit een weerslag is van de democratische cultuur in Turkije. Waar Turken, ondanks perioden van enorme repressie, zich durven uit te spreken. Waar intellectuelen die ideologisch elkaars tegenstander zijn, wél met elkaar in gesprek gaan. Ook op straat zijn er levendige politieke discussies, merkte ik. En de burgers in Turkije zijn verrassend goed geïnformeerd.

Het deed me denken aan de tijd dat ik in de Verenigde Staten woonde. Ook Amerikanen hebben, ondanks de vooroordelen die sommige Nederlanders over hen hebben, een ‘Turkse’ debatcultuur.

Het Nederlandse publieke debat en, daarmee, de democratie is armoedig

Gedurende die maanden in Turkije besefte ik hoe armoedig het Nederlandse publieke debat, en daardoor de Nederlandse democratie is. Want democratie is meer dan één keer in de vier jaar met een rood potlood een vakje inkleuren en dan achterover leunen. Verkiezingen zijn het beginpunt. De wrijving van een open, inhoudelijk en levendig debat geeft pas glans aan een democratie.

In een normaal land waren de gasten aan tafel bij Jinek met Fleur Agema in discussie gegaan. Ze hadden inhoudelijk en feitelijk uitgelegd waarom de stijging van de zorgkosten niet door de komst van asielzoekers ontstaat. Maar niemand aan tafel had de intellectuele capaciteit of de democratische inborst. Dan maar op z’n Nederlands de discussie afkappen.

Beeldvorming

Lees ook deze column van Geerten Waling: Broekers-Knol en Hoekstra: recht uw rug 

Ook in andere gremia van de Nederlandse samenleving zien we dat het Nederlandse ‘debat’ vooral gaat over of iemand iets mag zeggen, op welke manier iemand iets mag zeggen en wanneer iemand iets mag zeggen. Vooral de ‘progressieve’ Nederlandse hoek heeft er een handje van niet echt met vertegenwoordigers van het ‘andere’ kamp in gesprek te gaan. Lekker makkelijk, dan hoef je je eigen standpunt ook niet te onderbouwen.

Hoe ‘Nederlands’ dit is, weet ik trouwens niet. Niemand kan me wijsmaken dat de kijker het programma had weggezapt als bij Jinek het argument van Agema inhoudelijk was gepareerd. Integendeel.

Ik vermoed dat de angst voor een volwaardig debat, en daarmee voor een volwaardige democratie, vooral een hobby van de Nederlandse elites is.

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.

Reacties die anoniem worden geplaatst of met een overduidelijke schuilnaam zullen door de moderator worden verwijderd, evenals reacties die niets met het onderwerp van het artikel te maken hebben. Dit geldt evenzeer voor racistische of antisemitische reacties. De moderator handelt in opdracht van de hoofdredacteur.