Leo Kwarten

Lange monologen zijn aan Arabieren niet besteed

23 februari 2021

Tijdens presentaties van Leo Kwarten luistert zijn Arabische publiek in stilte en zonder op- of aanmerkingen – heel anders dan Nederlanders dus. Soms vallen ze zelfs in slaap, tenzij de politiek ter sprake komt. Dan laait de discussie hoog op.

Leo Kwarten (1957) is arabist en antropoloog. Als zelfstandig gevestigd adviseur werkt hij voor bedrijven die opereren in het Midden-Oosten. Daarnaast publiceert hij over politiek en religie in de regio.

Ontelbare presentaties over het Midden-Oosten heb ik inmiddels gehouden. Voor studenten en hoogbejaarden, feministen en rechercheurs, kippenslachters en CEO’s, Irakezen en Friezen, zelfs voor een Saudische prins. De ambiances zijn soms kleurrijk: architectonische blikvangers met panoramische uitzichten over de Perzische Golf, een koloniaal gebouw waar de deurkrukken olifantenslurven zijn, of de skybox van een Engelse voetbalclub. Maar vaker zijn het steriele conferentiekamers of bedompte kantoortjes waar het ruikt naar okselzweet of de kebab van gisteren.

Arabieren zijn liever stil, tenzij het om politiek gaat

Presentaties voor een Arabisch publiek verlopen volstrekt anders dan voor Nederlanders. Waar Arabieren doorgaans te beleefd zijn om te interrumperen, tref je bij ons maar al te vaak figuren aan die je verhaal al na vijf minuten onderuit dreigen te halen met slecht getimede vragen of bij elkaar gegoogelde kletskoek. Bij Arabieren heb je dat niet. Die houden hun mond, ook al verkoop je de grootst mogelijke onzin. En na afloop prijzen ze je de hemel in, ook al waren ze halverwege in slaap gevallen.

Tenzij er politiek in het spel is…

Zoals toen in Damascus, waar ik door een westers oliebedrijf was gevraagd een exposé te houden over de ontwikkelingen in de regio. Ter illustratie hing ik een landkaart van Syrië en de omringende landen aan de muur. Vrijwel meteen kwam een van de Syriërs aanrennen met een pakje gele zelfklevende stickers. ‘I’m very sorry, Mr Leo,’ zei hij. Hij plakte een gele sticker op Israël – ja, ook dat is een buurland van Syrië – en schreef er ‘Palestine’ op. Iemand opperde dat ‘Zionist entity’ beter was. Dat werd dan een extra sticker.

Inmiddels was een van zijn collega’s druk bezig een sticker te plakken op Hatay, een Turkse provincie die grenst aan Noordwest-Syrië. Hatay behoorde na de Eerste Wereldoorlog tot het mandaatgebied Syrië, maar is in 1939 door de Franse koloniale machthebbers aan Turkije gegund. Syrië heeft dat nooit erkend. ‘Iskenderoun (Syria)’ stond er nu. Toen we eindelijk konden beginnen, zat de kaart vol stickers. ‘Dit is wat jullie imperialistische politiek van Syrië heeft gemaakt,’ zei een vrouw. De toon was gezet.

‘Elk land heeft een zwarte bladzijde’

In een groep Saudiërs brak tumult uit toen ik een slide toonde met daarop ‘Conquest of Saudi Arabia’. Dat sloeg op de periode 1902-1932, waarin de grondlegger van Saudi-Arabië, Abd Al-Aziz ibn Saud, het land veroverde. Dat was een bloedige affaire geweest. Met grote voortvarendheid had hij gehakt gemaakt van zijn vijanden. De Koning toonde zijn gasten graag de ‘Klopper’ (Al-Khafiq), het zwaard waarmee hij zijn rivaal Obeid Al-Rashid had doorboord. ‘Ik zag zijn hart nog kloppen,’ lachte hij dan. ‘Ik kuste het zwaard.’

De groepsleider eiste dat ik ‘conquest’ zou veranderen in ‘unification’, alsof er sprake was geweest van vrijwilligheid. ‘Zo heet dat officieel bij ons,’ zei hij. ‘Verovering is verboden.’ Ik zei dat ik dan de stekker van de projector er wel uit zou trekken. Dat was ook goed. Het scherm sprong op zwart, waarop er een zucht van verlichting door de zaal ging. Opmerkelijk was dat er daarna geen taboe meer op het onderwerp rustte. Natuurlijk was het bloedig geweest, erkenden de Saudiërs. Elk land had wel een zwarte bladzijde in zijn geschiedenis, toch?

Maar lange monologen zijn aan Arabieren niet besteed. Dit is een volk dat praten tot kunst heeft verheven. In de salons van Bagdad en Damascus worden ’s avonds gedichten voorgedragen en liederen gezongen. Een goede gastheer nodigt interessante gasten uit en leidt de discussie in goede banen. Er bestaat in het Arabisch zelfs een werkwoord voor ‘levendig praten in de avonduren’ (samura) met als afgeleide eigennamen Samir en Samira.

Slapend marinepersoneel

Ofwel, maak een groep Arabieren monddood met een spervuur van powerpoint slides en geheid dat de meesten binnen tien minuten slapen. In mijn ervaring is er slechts één doelgroep die hen daarin overtreft, en dat is onze eigen Koninklijke Marine.

De locatie was de marinebasis in Den Helder. Een aantal fregatten werd gereedgemaakt voor Nederlands vlagvertoon in Arabische zeehavens. De bemanning moest worden voorbereid voor de momenten dat zij in aanraking zouden komen met de plaatselijke bevolking. ‘Héél praktisch houden, meneer Kwarten,’ adviseerde de schout-bij-nacht, een gezellige Brabander. ‘De verdieping komt vanmiddag.’ Dan kwamen de officieren aan bod, vandaar.

Na afloop van mijn eerste verhaal, waarin de imperatief prominent aanwezig was geweest – ‘Houd je handen thuis’, ‘Blijf van de alcohol af’ – had de schout goed nieuws voor me. ‘Het is rijsttafeldag,’ glunderde hij. En inderdaad, op het fregat waar we gingen lunchen, stonden de saté en de rendang al klaar. De officieren attaqueerden het buffet alsof het een militaire operatie betrof.

Wat het onderwerp van de ‘verdieping’ die middag was, ben ik vergeten. Het enige wat ik me herinner, zijn de zes officieren die op hun stoeltjes in slaap sukkelden. De schout hield als laatste manhaftig stand, maar uiteindelijk zwichtte ook hij onder het naijlende effect van de sajoer lodeh, het sonore gebrom van de machines en het zachte maar onweerstaanbare gedein van het schip. De manschappen waren uitgeteld. Wat nu?

Ik heb de deur heel zachtjes achter me dichtgedaan.

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.