Leo Kwarten

Een cursus Nederland voor Saudische beginners

29 december 2020

Of Leo Kwarten naar de hoofdvestiging van een Arabisch bedrijf in de hoofdstad Riaad wil komen om een training ‘Nederland uitgelegd voor Saudiërs’ te geven. Dat wil Kwarten wel. Hij geeft er een hilarisch verslag van.

In Arabische organisaties en bedrijven moet je likken naar boven en trappen naar beneden. Expats beschrijven piramidevormige kolossen, waarin de underdogs zich voornamelijk bezighouden met het doorschuiven van beslissingen naar de topdogs.

Tegelijkertijd klampen ze zich vast aan procedures alsof het reddingsboeien zijn. En terecht. Want wie zich aan de regeltjes houdt en geen initiatief neemt, treft nooit blaam. Wie zijn nek uitsteekt, ondermijnt zijn superieuren en krijgt straf.

Nederlanders zijn autonomer

Leo Kwarten (1957) is arabist en antropoloog. Als zelfstandig gevestigd adviseur werkt hij voor bedrijven die opereren in het Midden-Oosten. Daarnaast publiceert hij over politiek en religie in de regio.

Ik heb me dat nooit zo gerealiseerd, totdat ik Mohsen ontmoet. Hij werkt voor een Saudisch bedrijf dat onlangs een overname heeft gedaan in Nederland.

‘We hebben de cultuurverschillen onderschat,’ zegt Mohsen. We treffen elkaar in een wegrestaurant in Brabant. Hij is een goedlachse vijftiger met een falafelbuikje die even over is uit Riaad. ‘Eerst dachten we nog dat Nederlanders gewone westerlingen waren,’ zegt hij, ‘zoals Duitsers of Amerikanen. Maar jullie zijn een stuk autonomer.’ Dat is Arabisch voor stronteigenwijs.

Of ik naar de hoofdvestiging in Riaad wil komen om een training ‘Nederland uitgelegd voor Saudiërs’ te geven. Twee trainingen eigenlijk: een dag voor de vice-presidents en een dag voor de senior managers.

Even later rijd ik fluitend naar huis, me verheugend op een mooie opdracht. Kort daarop stuur ik mijn voorstel naar Mohsen. Ik bel hem ook nog even. ‘Ik heb het ontvangen hoor,’ bevestigt Mohsen, die weer in Riaad is. ‘Ik bel je binnen drie dagen.’ Dat is Arabisch voor ooit of nooit.

Pikorde

Na tien dagen bel ik zelf maar. ‘Ik dacht net aan je,’ liegt Mohsen. ‘Ik heb je voorstel aan een paar mensen gegeven om te beoordelen. Zodra ik iets hoor, laat ik het je weten.’ Vertaald: ‘Er is iets mis met je voorstel, althans ik brand er mijn vingers niet aan, dus heb ik het maar naar boven doorgeschoven.’

Ik vraag Mohsen wat er mis mee is. ‘Ah, ik wil je niet beledigen,’ lacht hij betrapt. Ik leg hem uit dat het heel moeilijk is om een Nederlander te beledigen. Dat is Nederlands voor: ‘Voor de draad ermee.’

Mohsen legt uit dat ik hetzelfde programma heb gemaakt voor beide groepen. Weet ik dan niet dat vice-presidents hoger in de pikorde staan dan senior managers? ‘Uit je voorstel moet blijken dat ze nét iets belangrijker zijn,’ zegt Mohsen. Hij is niet te beroerd om mee te denken: ‘Voeg bij de vice-presidents gewoon een extra programmaonderdeel toe, iets globals of zo. Maakt niet zo veel uit wat. En o ja, er moet ook een prijsverschil zijn. Maar dat vertel ik je als vriend. Niet doorvertellen.’

Ik herschrijf mijn voorstel, verhoog het tarief voor de vice-presidents met 50 procent en mail alles door naar Riaad. Binnen 24 uur word ik gebeld door een man met een Indiaas accent: ‘Mr. Mohsen says call mr. Leo for passport details for visa.’ Vertaald: Riaad is akkoord gegaan, maar we ondertekenen niets want dan kunnen we er niet meer onderuit.

Twee maanden later sta ik voor een Arc de Triomphe-achtig gebouw in Riaad. Buiten is het bloedheet, binnen staat de airco op tien. Mohsen ontvangt me bij de receptie en omhelst me als was ik een verloren zoon. We zoeven met de viplift naar de vipverdieping, waar ik word gefêteerd in het viprestaurant. Het blijkt een test. De kilo’s vice-president die zijn aangeschoven – zij eten hier dagelijks – openen een spervuur van vragen. Wat ga ik vertellen? Praat ik ook over religie? De Saudiërs worden toch niet beledigd?

Niemand beledigen

De volgende morgen staat een stralende Mohsen al te wachten. ‘We hebben de conferentiezaal geboekt,’ juicht hij. Een conferentiezaal, is dat niet wat groot voor een handvol vice-presidents? Hij vangt mijn blik op. ‘O ja’, zegt hij, ‘gisteren is besloten om er een open sessie van te maken. We hebben iedereen in het bedrijf een uitnodiging gestuurd.’

‘En die twee verschillende programma’s voor vice-presidents en senior managers dan?’ piep ik. Mohsen kijkt me niet begrijpend aan: ‘O dat? Dat was alleen voor de vorm. Anders was je voorstel nooit goedgekeurd.’

Er zit meer dan honderd man in de zaal. Terwijl een camera alles registreert, lepelt de dikste van de vice-presidents bij wijze van introductie mijn hele cv op, inclusief die blauwe maandag bij Het Parool wat merkwaardig genoeg tot instemmend gebrom leidt.

Het wordt een succes. De Saudiërs vragen honderduit. Het poldermodel, Calvijn, het homohuwelijk en de Nederlandse afkeer van gezag, alles komt aan bod. En beter, niemand voelt zich beledigd. Ze moeten zelfs hard lachen als ik zeg dat Nederlanders gek worden van de omslachtige procedures die ze in Saudi-Arabië hanteren en die nog niet eens werken ook.

Na afloop feliciteert Mohsen me uitbundig. ‘We gaan even de betaling regelen,’ zegt hij. We lopen naar het kantoor van een van de vice-presidents. Deze pakt zonder omhaal een chequeboek uit zijn bureaula. ‘Veel beter,’ zegt Mohsen als we weer buiten staan. ‘Een factuur sturen werkt hier niet. Daarvoor zijn de procedures veel te omslachtig. Dit doen we trouwens niet voor iedereen hoor.’

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.