Leo Kwarten

Bahrein kan geen weerstand bieden aan Saudische sekstoeristen

08 september 2020

In Bahrein maakt Leo Kwarten een rumoerige hotelovernachting mee. Continu bieden prostituees zich aan hem aan, zonder dat hij om hun diensten vraagt. Voor de economie van de Arabische Golfstaat is sekstoerisme een lucratieve inkomstenbron.

Welcome, sir.’ De conciërge van hotel Yamama Plaza in Bahrein is een gedistingeerde sikh met een zwarte tulband. Terwijl hij achteloos een bell boy sommeert om zich over mijn reistas te ontfermen, meld ik me aan de balie om in te checken. Dit driesterrenhotel is me aangeraden door de taxichauffeur die me oppikte van de luchthaven. ‘Nice hotel, sir. Good for you,’ had hij me verzekerd. Op het eerste gezicht lijkt er inderdaad niets mis met Yamama Plaza.

Leo Kwarten

Leo Kwarten is arabist en antropoloog. Als zelfstandig gevestigd adviseur werkt hij voor bedrijven die opereren in het Midden-Oosten. Daarnaast publiceert hij over politiek en religie in de regio.

De receptionist vraagt om mijn creditcard. Hij wil een borgsom van 200 Bahreinse dinar. Ik geloof mijn oren niet. Dat is omgerekend 450 euro, acht keer de prijs van mijn kamer! ‘Maybe you break a glass, sir,’ licht de Indiër verontschuldigend toe. Ik heb geen keus. Het is donderdag. Vanavond zullen alle hotels in Bahrein zijn volgeboekt door duizenden Saudische toeristen die een weekendje willen zuipen en beesten in de bars en disco’s van dit liberale eilandje in de Golf.

222 is niet het nummer van de roomservice

Ik sjok achter de bell boy uit Bangladesh aan naar mijn kamer. Onderweg wordt me een blik in de hotelbar gegund. Een droeve Saudische vijftiger onder een rood-wit geblokte keffiya zit er roerloos achter een fles Johnnie Walker. Hij is er vroeg bij. Het is 1 uur ’s middags. ‘Thank you, sir,’ zegt de bell boy als hij me naar mijn kamer heeft gebracht en zijn fooi heeft ontvangen. ‘If you need anything, call this number, sir.’ Hij wijst op een doos met tissues waarop met krulletters ‘222’ is geschreven.

Even later besef ik dat ik inderdaad iets nodig heb: mineraalwater, essentieel in dit bloedhete land. Ik bel 222, maar krijg geen gehoor. Als ik naar beneden wil lopen, wordt er op de deur geklopt. Vier dames maken hun opwachting. ‘Hallooo, may we come in?’ vraagt de oudste brutaal. Ze is een geblondeerde troela met een Oost-Europees accent en een slecht gebit. Mijn blik valt op de andere drie. De meisjes zijn erg jong en veel te zwaar opgemaakt. Ze kijken ongelukkig en vermijden oogcontact.

Ik gooi gillend de deur dicht. Als ik na vijf minuten door het spionnetje in de deur loer, zijn ze goddank verdwenen. Okay, ik weet dat Bahrein bekendstaat als het bordeel van de Golf. In 2009 werd het door het online mannenblad AskMen opgenomen in de top-10 van sin cities. Prostitutie is er goed georganiseerd. Zo cateren sommige bars en clubs naar nationaliteit: Chinees, Thais, Russisch, Arabisch of Europees. Vaak zijn de meisjes naar Bahrein gelokt met de belofte te kunnen werken als kindermeisje of huishoudhulp.

Belangrijke inkomstenbron

De prostitutie in Bahrein wordt aangewakkerd door de Saudische sekstoeristen die zich hier komen vermaken. In tegenstelling tot in het nog altijd puriteinse Saudi-Arabië is alcohol toegestaan. Betaalde seks is officieel verboden, maar de overheid kijkt de andere kant op. De lokale economie is te zwak om deze lucratieve inkomstenbron onbenut te laten. Voor Saudische mannen is Bahrein een soort darkroom: je ontsnapt ongezien even aan het verstikkende sociale keurslijf thuis en naderhand vraagt niemand wat je hebt uitgespookt.

De hoerenmadam van 222 laat zich niet zo gemakkelijk afschepen, zo blijkt. Elke keer als ik ben teruggekeerd op mijn kamer, word ik meteen gebeld. Ze hoeft maar ‘hallooo’ te zeggen en ik weet al hoe laat het is. En daar blijft het niet bij. Om de zoveel tijd wordt er zachtjes maar irritant aanhoudend op mijn kamerdeur geklopt. Ik word er gek van en bel de receptie. ‘Too much honky ponky, sir?’ vat de Indiër mijn klacht samen. ‘We see to it, don’t worry.’ Maar er verandert niets.

De sikh! De conciërge, hij zit in het complot! Ineens heb ik het door. Elke keer als ik het Yamama Plaza betreed, grijpt hij naar zijn telefoon. Wedden dat hij 222 belt? Ik schuif discreet 5 dinar onder zijn tulband en vraag om een rustige nacht. ‘Okay, sir,’ lacht hij. En inderdaad, mijn telefoon rinkelt niet meer. Het geklop op de deur stopt. Maar een rustige nacht wordt het niet. Vloekende mannen op de gang, Arabische muziek op discosterkte, een krijsende vrouw. ’s Nachts klinkt geraas alsof een deur wordt ingetrapt.

Stank van drank, urine en braaksel

Na een doorwaakte nacht haast ik me de volgende ochtend naar beneden. Ik passeer een hotelkamer die volledig is vernield. De deur is inderdaad ingetrapt. Het bed is ontwricht. De gordijnen lijken te zijn bewerkt met een mes. Het stinkt er naar drank, urine en braaksel. ‘Saudis, sir,’ zegt een Indiase supervisor opgewekt. ‘They drink, they become crazy.’ Ik begrijp nu ook die borgsom van 450 euro.

Als ik langs de bar loop, zie ik dat de eenzame Saudiër er nog steeds zit. Hij lijkt sinds gistermiddag niet te hebben bewogen. Alleen het niveau in zijn whiskyfles is 15 centimeter gedaald. In de fauteuils in de lobby liggen drie uitgeputte meiden te slapen.

Hoogste tijd om uit te checken.

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.