Marijn Jongsma

Dure beleggingsfondsen maken belofte niet waar

20 augustus 2020

De coronacrisis heeft maar weer eens geleerd dat beleggers soms stalen zenuwen moeten hebben. Strategieën die meer nachtrust beloven, maken hun beloftes echter niet waar, schrijft Marijn Jongsma.

Wie 20 jaar belegt, heeft al heel wat crises achter de rug. Begin deze eeuw liep de internetzeepbel leeg, pakweg 7 jaar later sloeg de kredietcrisis toe, die in Europa overging in de schuldencrisis. Corona deed de aandelenbeurzen afgelopen maart op hun grondvesten schudden.

Marijn Jongsma

Marijn Jongsma (1969) is economisch redacteur bij Elsevier Weekblad. Hij blogt wekelijks over financieel- en macro-economische onderwerpen.

Speciale fondsen voor een goede nachtrust

Inmiddels is er een enorm assortiment aan beleggingsfondsen die als doel hebben om ongeacht de marktpositie een positief rendement te maken. Zo’n ‘absolute return’-strategie doet het wat minder als de koersen omhoog schieten, maar daar staat tegenover dat er ook geld wordt verdiend als ‘gewone’ beleggers ’s nachts nagelbijtend wakker liggen. Rust in de tent.

Particulieren laten hun bankadviseurs meestal een keuze maken uit dit soort fondsen (ook wel hedgefondsen genoemd) omdat het voor de leek lastig te begrijpen is wat er onder de motorkap gebeurt. De strategieën lopen sterk uiteen: van een positief rendement ongeacht de marktsituatie als doel, tot het ‘gematigd’ meebewegen met de markt.

Ingewikkeld verhaal onder de motorkap

Hoe doen ze dat? Bijvoorbeeld door gebruik te maken van derivaten zoals opties, waarmee kan worden verdiend aan aandelen die in koers dalen. Of door ‘short’ te gaan in bepaalde aandelen. In dat geval worden er aandelen voor een bepaalde periode geleend en doorverkocht, in de verwachting dat deze stukken op de beurs tegen een veel lagere koers kunnen worden teruggekocht. Soms wordt er ook gespeculeerd op de koersdaling van een munt.

De rode draad is dat de traditionele beleggingsmethoden (aandelen en obligaties selecteren en profiteren van een koersstijging) worden aangevuld met constructies die juist geld opleveren als de koersen dalen. Net als een verzekering tegen schade zijn zulke strategieën niet gratis. Aan het lenen van aandelen en het kopen van opties zijn kosten verbonden, en de verantwoordelijke managers vragen hogere vergoedingen (vergelijkbaar met de bedrijvenopkopers in de private equity-sector) dan beheerders van doorsneefondsen.

In de praktijk valt het tegen

Een goede nachtrust is natuurlijk wat waard. Maar zijn deze fondsen daarin geslaagd? De indexen voor dit type beleggingen geven dat niet aan. De indices van HFRI beslaan verschillende types hedgefondsen. Ze laten dit jaar rendementen variërend van -5 tot +2 procent zien en staan gemiddeld op -1 procent. De Credit Suisse Hedge Fund Index staat ook op een min van bijna 1 procent, waarbij onderliggend de uitslagen variëren van -7 procent tot +6 procent. De coronacrisis heeft de alternatieve strategieën dus niet gespaard.

coronacrisisLees ook van Marijn Jongsma: Overheidssteun blijft nodig in coronacrisis, maar omscholing wordt cruciaal

Natuurlijk zijn er wel degelijk absolute return-fondsen die de verwachtingen wel hebben waargemaakt. Maar, zo blijkt uit onderzoek van onder meer dataleverancier Lipper – dat geldt voor minder dan de helft. De resultaten vallen overigens al langer tegen, waardoor er de afgelopen jaren sprake is van een uitstroom van beleggers. Selectie is dus belangrijk in dit segment, dat bestaat uit duizenden fondsen, zegt Michiel Meeuwissen, hoofd van ‘alternatieve strategieën’ bij vermogensbeheerder Kempen Capital Management.

Simpel beleggen bleek onverslaanbaar

Ook in Nederland is de belangstelling tanende. De concurrentie met passief beleggen (het kopen van fonds dat tegen lage kosten de markt volgt) was dan ook wel heel groot nadat de kredietcrisis was bezworen. ‘Even afgezien van de coronadip gingen aandelen en staatsobligaties sinds 2009 in rechte lijn omhoog. Hoe simpeler je belegde, hoe beter. Denk aan grote Amerikaanse aandelen. Die zijn het goedkoopst in te kopen, en boden het hoogste rendement.’ Eerder deze week sloot de brede Amerikaanse index S&P 500 op een nieuw record, het vorige dateerde van 19 februari jl.

Enkele hobbels daargelaten hebben beleggers in simpele en goedkope indexfondsen of trackers, waar onder de motorkap maar heel weinig gebeurt, de afgelopen jaren aan het langste eind getrokken. Voor passief beleggen (waarbij je de markt volgt en dus meebeweegt met pieken en dalen) was het een gouden decennium. Risico’s werden gesmoord in een ongekend ruim monetair beleid: goedkoop geld dreef zowel aandelen- als obligatiekoersen omhoog.

Lees ook van Marijn Jongsma: Forse coronakrimp, maar we doen het goed

Heimwee naar de jaren nul

Zonder risico valt er weinig eer te behalen voor ‘alternatieve’ strategieën, benadrukt Meeuwissen. ‘En bij een plotselinge, felle schok zoals bij corona hebben ze het ook moeilijk.’ Wat is het ideale klimaat voor absolute return-fondsen? Een meer geleidelijke glijvlucht van de koersen, zoals de ‘crash in slow motion’ die 20 jaar geleden plaatshad onder internetgerelateerde fondsen. Recenter heeft de tijd beurswonden juist geheeld, en trekken de eenvoudige ‘kopen en houden’-beleggers aan het langste eind – wat natuurlijk geen garantie is voor de toekomst.

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.