Bauke Geersing Premium Corner

50 Onjuistheden in Limpachs ‘Brandende kampongs van Generaal Spoor’

16 februari 2022Leestijd: 11 minuten

De Zwitserse historicus Rémy Limpach is erg slordig in zijn boek De brandende kampongs van Generaal Spoor, dat mede aanleiding was voor het grote Indië-onderzoek dat donderdag 17 februari wordt gepresenteerd. Bauke Geersing, biograaf van kapitein Raymond Westerling, haalde vijftig fouten uit het boek van Limpach en is daarna gestopt met tellen. Hieronder zijn bevindingen over Limpachs inleiding en zijn hoofdstuk over de Zuid-Celebes-affaire.

Mr. Bauke Geersing (1944) is auteur van Kapitein Westerling en de Zuid-Celebes-Affaire (1946-1947) – Mythe en werkelijkheid (2019).

  1. Limpach suggereert met de titel van zijn boek De brandende kampongs van Generaal Spoor dat de Nederlandse krijgsmacht in opdracht van generaal Spoor kampongs in brand staken. Feitelijk heeft hij die titel ontleend aan een uitlating van een reservekapitein van de Koninklijke Landmacht, die de term gebruikte in een brief, vol gewetenswroeging, aan een vriend (p.15, 16). Opvallend is dat de compacte editie van zijn boek een andere titel heeft meegekregen, alleen Brandende kampongs. Spoor is verdwenen. In het interview met NRC, 3 juli 2020, zegt Limpach dat de uitgever verantwoordelijk is voor deze nieuwe editie.
  2. In zijn Woord vooraf (p.13) schrijft Limpach dat in 2009 zijn promotieonderzoek zich richtte op ‘de Nederlandse extreme geweldspleging in de jaren van de dekolonisatie’. In werkelijkheid was op dat moment de titel van dat onderzoek ‘Die Niederlande und der Dekolonsierungskrieg in Indonesien 1945-1949’.
  3. In Woord vooraf (p.14) schrijft Limpach dat in zijn boek het commentaar en de opmerkingen gemaakt tijdens de verdediging van zijn dissertatie op september 2015 zijn verwerkt. De werkelijkheid is dat dit commentaar en deze opmerkingen tijdens die verdediging niet zijn gemaakt. De universiteit van Bern heeft dat op schrift bevestigd.
  4. Limpach schrijft in zijn Woord vooraf dat hij het extreme Nederlandse geweld in al zijn facetten in kaart wil brengen, het is niet representatief voor het militaire optreden als geheel, het is geen kruistocht, zo stelt hij. (p.15). De werkelijkheid is dat hij bewust heeft gezocht naar de donkere kanten van het optreden en het extreem geweld, omdat dit volgens hem nodig zou zijn om de complexe kwestie van het massageweld te belichten, toch een kruistocht derhalve (p.779, 780).
  5. Limpach noemt de Zuid-Celebes-affaire de met afstand grootste Nederlandse massamoord (p.247). Er bestaat geen lijst met Nederlandse massamoorden waarop deze affaire boven aan prijkt.
  6. Limpach noemt de onafhankelijke deelstaat De Oost een marionettenstaat (p.247). In werkelijkheid was sprake van een staat met een eigen parlement, een eigen regering en een eigen president, tot die in 1950 door het bewind van Soekarno met geweld werd opgeheven. De term ‘marionettenstaat’ is een propagandistische uitlating van Soekarno.
  7. Limpach schrijft dat vrijwel overal op Zuid-Celebes een krachtige, politieke beweging actief was, terwijl tegelijkertijd de traditionele vorsten en de bevolking verdeeld waren (p.250). In werkelijkheid was sprake van gewapende infiltratie vanuit Java, georganiseerd door het bewind van Soekarno & Hatta, met generaal Soedirman, om een gewelddadige revolutie met behulp van ‘rood-witte-terreur’ te realiseren.

    Lees ook het omslagverhaal terug: En weer laait de strijd om Indië op

  8. Limpach schrijft, met een beroep op Willem IJzereef, dat de Nederlanders bij het ondertekenen van een intentieverklaring met de vorsten van Zuid-Celebes vergaande ‘concessie deden’ (p.251). IJzereef schrijft echter dat er sprake was van ‘een grote bereidheid tot concessies’.
  9. Met een beroep op IJzereef schrijft Limpach dat de intentieverklaring van de edellieden op Zuid-Celebes, die het Nederlandse gezag zouden erkennen, niets voorstelde en onder Australische druk onvrijwillig was afgegeven (p.252). IJzereef schrijft echter iets geheel anders, namelijk dat een minderheid van de vorsten principieel voor oppositie tegen Nederland koos.
  10. Limpach schrijft dat zonder bewijs wordt beweerd dat het lidmaatschap van PNI (Partij National Indonesia) een vrijgeleide zou vormen voor terreur tegen burgers (p.254). In werkelijkheid bewijzen IJzereef en mr. B.J. Lambers, vertegenwoordiger van de procureur-generaal op Zuid-Celebes, dat dit wel degelijk het geval was. In het privéarchief van Lambers worden in de brief van 29 augustus 1946 de bedragen genoemd waarvoor een PNI-lidmaatschap werd verhandeld en als vrijgeleide kon dienen.
  11. Limpach schrijft dat door het uitspelen door Nederland van een lokaas of ethische kaart deelstaat De Oost tot stand zou zijn gekomen (p.255). In werkelijkheid is die deelstaat tot stand gekomen tijdens een tweetal conferenties (Malino en Bali) waar alle bevolkingsgroepen aan deelnamen, ook vertegenwoordigers van de geproclameerde republiek.
  12. Limpach schrijft dat vanuit Batavia richting Zuid-Celebes sprake was van een compromisloze koloniale politiek die de democratische principes met voeten trad. Daardoor zou de tegenpartij gedesillusioneerd raken en het geweld hebben geïntensifieerd (p.256). In werkelijkheid was sprake van een democratisch proces dat leidde tot de onafhankelijke deelstaat De Oost en was het geweld en de terreur daartegen vanuit Java georganiseerd (zie ook punt 7).
  13. Limpach schrijft dat Lambers tijdelijk zijn politieke standpunt zou hebben veranderd over de Indonesische vrijheidsstrijd (p.257). In werkelijkheid veranderde Lambers zijn standpunt helemaal niet. Hij noemde de vanuit Java (Soekarno & Hatta & Soedirman) veroorzaakte gewelddadige revolutie ‘rood-witte-terreur’.
  14. Limpach noemt procureur-generaal Henk Felderhof rechts-conservatief en autoritair. Hij onderbouwt dit niet (p.258). P.J. Koets, destijds directeur van het kabinet van Van Mook, noemt deze man, een eerlijke, onbaatzuchtige en bovenal rechtvaardige man. Een loyale ambtenaar: vermoedelijk ARP, jurist en dus formeel (verklaring van 14 juli 1982 in het archief-IJzereef.)
  15. Limpach schrijft dat biograaf Jaap de Moor zou hebben geschreven dat Raymond Westerling ‘nietsontziend’ was p.258). De Moor schrijft slechts dat Westerling iemand was die ‘harde klappen durft geven, als het moet’. Limpach schrijft dat in Zuid-Celebes massageweld tot koloniaal beleid werd verheven (p.265). In werkelijkheid werd de onafhankelijkheid van de deelstaat De Oost als beleid gevoerd.

    Laden…

    Word abonnee en lees direct verder

    Al vanaf € 9,60 per maand leest u onbeperkt alle edities en artikelen van EW. Bekijk onze abonnementen.

    Verder lezen?

    U hebt momenteel geen geldig abonnement. Wilt u onbeperkt alle artikelen en edities van EW blijven lezen? Bekijk dan onze abonnementen.

    Bekijk abonnementen

    Er ging iets fout

    Uw sessie is verlopen

    Wilt u opnieuw

    Premium Corner

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.

Reacties die anoniem worden geplaatst of met een overduidelijke schuilnaam zullen door de moderator worden verwijderd, evenals reacties die niets met het onderwerp van het artikel te maken hebben. Dit geldt evenzeer voor racistische of antisemitische reacties. De moderator handelt in opdracht van de hoofdredacteur.