Amsterdam

Nieuwe studie is laatste zetje naar excuses voor slavernij

30 september 2020

Een meerderheid van de Amsterdamse gemeenteraad vindt dat de gemeente niet meer om excuses voor het slavernijverleden heen kan naar aanleiding van een studie die dinsdag in boekvorm is overhandigd aan burgemeester Femke Halsema en wethouder Rutger Groot Wassink van Sociale Zaken, Diversiteit en Democratisering (GroenLinks). Vier vragen en antwoorden.

1. Wat is de conclusie van de studie?

Uit het boek met de naam De slavernij in Oost en West komt naar voren dat de Amsterdamse betrokkenheid bij slavernij grootschalig was, mondiaal, langdurig doorwerkte tot ver na de officiële afschaffing en verschillende vormen kende. Niet alleen de gemeente speelde een ‘systematische en georganiseerde rol’ in de slavernij, ook individuele bestuurders waren actief.

Amsterdam was betrokken bij slavernij in Suriname, Curaçao en Indonesië, maar ook in Zuid-Afrika, Taiwan, Brazilië en in Noord-Amerika. De betrokkenheid was volgens onderzoekers wijder verspreid dan eerder aangenomen.

Die gemeentelijke rol in de kwestie is divers. Zo was er sprake van directe betrokkenheid via bijvoorbeeld de Sociëteit van Suriname, waarvan Amsterdam één van de drie eigenaren was. Deze organisatie bestierde Suriname van 1683 tot 1795 en transporteerde duizenden mannen, vrouwen en kinderen vanuit Afrika naar Suriname. Uit notulen blijkt dat burgemeesters hiervan weet hadden.

Ook op een indirecte manier was de gemeente betrokken. Amsterdamse bewindvoerders hadden de belangrijkste stem in het bestuur van de Vereenigde Oostindische Compagnie. Bij deze onderneming ging de handel in Azië gepaard met slavenhandel, iets wat de nadrukkelijke steun van de stad kreeg. Dat was ook het geval bij de West-Indische Compagnie, die slaven transporteerde naar onder meer Suriname en Curaçao.

Tot slot waren diverse burgemeesters zelf actief in slavenhandel, waarbij ze hun ambt inzetten als dat nodig was.

 2. Wie zaten er in onderzoekscommissie?

Meer dan veertig onderzoekers naar slavernij leverden een bijdrage. EW lichtte er eerder drie uit. In het team zitten onder anderen oud-wethouder en oud-locoburgemeester van Amsterdam Andrée van Es (GroenLinks) en de Surinaams-Nederlandse emeritus hoogleraar Gender en Etniciteit van de Universiteit Utrecht Gloria Wekker. Buiten haar vakgebied werd Wekker pas na haar hoogleraarschap bekend. In 2016 publiceerde ze het boek White Innocence, waarin ze schetst dat blanken graag menen dat zij onschuldig zijn aan kolonialisme en racisme, maar dat er voor ‘witten’ geen ontkomen aan is.

Ook hoogleraar migratiegeschiedenis aan de Universiteit Leiden Leo Lucassen maakte deel uit van de onderzoeksgroep. Lucassen is niet onomstreden. Hij is met zijn tweets geregeld het middelpunt van heftige discussies, waarin hij uitgesproken pro-immigratiestandpunten vertolkt. Zo vergeleek hij PVV-leider Geert Wilders in 2017 met een fascist uit de jaren dertig.

3. Wat zijn de reacties?

FVD-raadslid Annabel Nanninga heeft vernietigend geoordeeld over het rapport. ‘Extreem-links college geeft opdracht aan linkse wetenschappers met vooringenomen standpunten voor een boek over slavernij. De uitkomst laat zich raden. #wegmetons’, twittert ze. ‘“Toegankelijke essays” van activistische types, joe.’

‘Overigens heb ik exact deze communistische manier van waarheidsvinding al voorspeld, 8 maanden geleden bij de behandeling van dit “onderzoeks”voorstel in de commissie,’ schrijft ze in een andere tweet.

Uw cookieinstellingen laten het tonen van deze content niet toe. De volgende cookies zijn nodig: marketing. Wijzig uw instellingen om deze content te zien.

‘De conclusie is verpletterend en wij gaan nu nadenken hoe we ons daartoe gaan verhouden,’ twittert Groot Wassink. 

‘Ik voel een verantwoordelijkheid,’ zei Halsema nadat ze het onderzoek dinsdag in ontvangst nam. ‘Niet om de geschiedenis ongedaan te maken, wel om de gevolgen van ons gedeelde slavernijverleden in het heden te bestrijden en het héle verhaal te vertellen.’

Leo Lucassen twitterde dat hij trots is op wat zijn medewerkers hebben gepresteerd.

De Nederlandsche BankLees het volledige interview met Jan van de Voort: ‘De Nederlandsche Bank zou donatie kunnen doen aan slavernijmuseum’

4. Wat heeft dit nu voor gevolgen?

Alles wijst erop dat Halsema formele excuses gaat aanbieden voor de prominente rol van het toenmalige stadsbestuur bij slavernij en slavenhandel. Komen er daadwerkelijk excuses, dan kan dat de deur openzetten naar herstelbetalingen, maar hoe hoog die moeten zijn en aan wie die dan betaald moeten worden, is onduidelijk.

Formele excuses van de Nederlandse staat wees premier Rutte in een Kamerdebat over racisme in juli nog van de hand, onder meer uit vrees dat de samenleving daardoor ‘verder polariseert’.

Historicus Jan van de Voort, die onderzoek deed naar het slavernijverleden van De Nederlandsche Bank (DNB), gaf in augustus tegenover EW aan dat hij grootscheepse herstelbetalingen ‘onzin’ vindt. Er is volgens hem al veel geld naar Suriname gegaan. Moet DNB dan excuses aanbieden? DNB zou wel haar verantwoordelijkheid kunnen tonen door bijvoorbeeld een donatie te doen om de komst van een slavernijmuseum te bevorderen, vindt Van de Voort. ‘En waarom geen fonds voor studiebeurzen aan Surinamers met een sociale achterstand?’

 

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.