Pulskorvisserij

De zee zit weer vol vis en toch moet de visser het ontgelden

11 augustus 2015

Er heeft nog nooit zoveel schol in de Noordzee gezwommen. Ook met andere vissen (schar, tong) gaat het weer uitstekend. Toch gooit Greenpeace keien in zee en moet de visser bij wijze van Brusselse pesterij alle bijvangst aan wal brengen.

De Nederlandse vissers zijn boos. Nog nooit zwom er zo veel vis in de Noordzee, maar toch mogen ze slechts vissen met de handrem erop. Ze waren de afgelopen ­jaren voortdurend het braafste jongetje van de Europese klas, ze hebben met pijn in het hart de helft van hun vloot afgestaan, en nog is het niet goed genoeg.

De vaderlandse visserman is door elke brandende hoepel gesprongen die hem is voorgehouden, maar nog steeds wordt hij  afgeschilderd als bodemverstorende vandaal. Geen enkele minister of politicus komt meer voor hem op, rechters kiezen steevast partij tegen de visserij. Als klap op de vuurpijl moet de visser straks elke bijvangst aan land brengen, waardoor de Nederlandse vloot voorgoed in de mottenballen kan.

‘Alles is ingenomen door de overheid’

Dus zijn de Nederlandse vissers woedend. Luister naar garnalenvisser Robert-Frido Boom (42), in de stuurhut van de TX10, varend over de Waddenzee en tierend over zoveel onrecht. ‘Alles is van ons afgestolen en ingenomen door de overheid.’

Of kijk via Uitzending Gemist nog even naar Anja Keuter. De vissersvrouw uit Urk zat in het televisieprogramma Pauw tegenover een actievoerder van Greenpeace, vlak nadat de actiegroep grote keien had gestort op de Klaverbank.

De actie zowel als het protest (alweer door de rechter verworpen) was bovenal symbolisch. De Klaverbank, waar Greenpeace voor de tweede keer grote keien stortte, bestaat immers grotendeels uit grind en is voor vissers minder interessant dan de rest van de Noordzee.

Maar voor de vissers was de maat vol en dus vonkten de ogen van Keuter toen ze werd geconfronteerd met een goedbetaalde, arrogante actievoerder die zijn schouders ophaalde toen zij zich namens de vissersvrouwen bezorgd toonde over de levens van hun mannen en zonen die met hun netten achter de keien van Greenpeace zouden kunnen blijven vastzitten.

Ach mevrouwtje, zei de groene actievoerder, jullie kunnen op internet de coördinaten van onze in zee gestorte keien opzoeken. Ach meneertje, zei de vissersvrouw, wetend dat dit zou komen, je gooit toch ook niet van een viaduct keien op een snelweg en zegt dan wanneer automobilisten daartegenaan rijden dat ze de coördinaten hadden kunnen opzoeken?

De woede is begrijpelijk. In de Noordzee wemelt het weer van de vis. De onafhankelijke wetenschappelijke organisatie International Council for the Exploration of the Sea (ICES) meldt bijvoorbeeld dat er sinds de metingen zijn begonnen in 1957 nog niet zoveel schol in de Noordzee zat als nu.

Visserijbiologen hebben via tellingen op verschillende locaties geschat dat er momenteel ruim 900.000 ton schol rondzwemt. Dat is twee keer zo veel als tijdens eerdere pieken en ruim vier keer zo veel als tijdens het dieptepunt in 2000.

Destijds was overigens wel sprake van overbevissing, al horen vissers dat beladen woord niet graag. Hans Polet (50), wetenschappelijk directeur Visserij van het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) in Oostende, België: ‘Als de Europese Unie destijds niet had ingegrepen, was het fout gegaan met de vis in de Noordzee. De schol bijvoorbeeld is gered door de EU.’

Inmiddels is de situatie ten goede gekeerd. In 1987 zwom er in de Noordzee ongeveer 400.000 ton schol. Daarvan werd zo’n 300.000 ton gevangen of als ondermaatse bijvangst overboord gegooid. Driekwart van het bestand werd dus door de visserij onttrokken.

Van het bestand van ruim 900.000 ton nu wordt maar 115.000 ton gevangen. De bevissingsgraad is in dertig jaar dus van meer dan 75 naar ruim 10 procent gegaan. Volgens de Vlaamse visserijbioloog Polet kan bij een bevissing tussen 25 en 75 procent worden gesproken van een maximum sustainable yield, vrij vertaald een ‘duurzame’ visserij. Dan blijft de hoeveelheid vis op peil en kan de visserij leven van de ‘rente’.

Foto:VidiPhoto/ANP

Met andere woorden, de vissers vissen de Noordzee al lang niet meer leeg, zoals de milieubeweging nog steeds beweert. Ook met andere platvissen gaat het goed, vooral schar, maar ook tong. Dat maakt het des te wranger dat juist de bodemvisserij op platvissen, die typisch Nederlandse specialiteit, door de milieubeweging zo in de beklaagdenbank is geplaatst.

Tegen alles wat de Nederlandse bodemvisserij doet, zeggen Greenpeace en co njet. Tegen de boomkor die de bodem een beetje kietelt met kettingen waardoor de bodemvissen omhoog springen, zegt de milieubeweging njet omdat het de bodembiologie verstoort.

De visserij heeft niet alleen de milieubeweging tegen, maar ook het gros van de Nederlandse biologen. Neem Han Lindeboom. Hij is hoogleraar mariene ecologie aan de Wageningen University, werkt bij een instituut op Texel en zegt geregeld dat hij liefst een kwart van de Noordzee tot reservaat zou laten verklaren en geen traan zou laten als de visserij met de boomkor verdwijnt.Tussen twee haakjes, iedere visserijbioloog tekent daarbij aan dat één flinke storm de bodem meer verstoort dan de totale visserij in een heel jaar. Tegen de pulskor, die de bodem nog minder beroert, zeggen de groenen njet, tegen fijnmazige netten zeggen ze njet, tegen iets minder fijnmazige netten zeggen ze njet.

Garnalenvisser Boom: ‘Al die biologen stemmen GroenLinks en zijn lid van de milieubeweging. Ze schilderen ons af als barbaren die de zee leegvissen, willen net als de milieubeweging dat de Noordzee een reservaat wordt, maar weten minder van de Noordzee en visbestanden dan wij.’

Iedere visser die Elsevier Weekblad heeft gesproken, komt met het verhaal van de noordkromp. Dat is een langzaam groeiende zwarte schelp die wel vierhonderd jaar oud kan worden en door de milieubeweging en door biologen geregeld wordt genoemd als voorbeeld van de afnemende ‘biodiversiteit’  (soortenrijkdom) op de Noordzee.

Het mag dan goed gaan met sommige ‘populaire’ vissen als de haring en schol, zeggen de biologen en de milieubeweging, maar kijk eens naar de noordkromp. Die wordt niet oud meer omdat hij wordt beschadigd door de kettingen van de boomkorvisserij.

Met andere woorden, die biologen en de jongens en meisjes van Greenpeace weten volgens hem niet waarover ze het hebben.Een aantal jaren geleden vroeg een visser hoe die beruchte noordkromp waar al die ‘groene gekkies’ het telkens over hadden, er nou eigenlijk uitzag. ‘Oh,’ zei de schipper, ‘daar haal ik er elke maand honderden van op.’ Hij bezorgde als bewijs enkele noordkrompen die hij in een intensief bevist gedeelte van de Duitse Bocht had opgehaald bij een laboratorium. De jongste bleek maar liefst zeventig jaar oud!

Visserijbioloog Hans Polet van onderzoeksinstituut ILVO in Oostende, glimlacht als hij naar het noorden kijkt: ‘Het is zo Hollands. Bij jullie is het altijd hard tegen hard. De tegenstelling tussen vissers en biologen wordt op de spits gedreven. Natuurlijk moet je voorzichtig blijven met de ecologie, maar tegelijkertijd moet je erkennen dat het inmiddels weer goed gaat met de Noordzee en dat er ruimte is voor een verantwoordelijke visserij. De vissers hebben een hoge prijs betaald. Driekwart van de Noordzeevisserij is verdwenen. Als beloning mogen de teugels zo langzamerhand weleens wat worden gevierd. Althans, bij een vis als schol.’

Europa weigerde in gesprek te gaan met vissers

Dat gebeurt echter niet. De Nederlandse visserij wordt vanaf volgend jaar zelfs extra hard aangepakt. Dat steekt de Nederlandse vissers nog het meest. Ze zijn er zo langzamerhand aan gewend dat ze de milieubeweging en de daaraan gelieerde biologen tegen hebben.

De vorige Europees Commissaris voor de Visserij, de Griekse Maria Damanaki, weigerde op recepties en congressen zelfs om in gesprek te gaan met vertegenwoordigers van de visserij. Meun: ‘Ze keek ons met de nek aan. Wanneer ze dan zo’n jong ding van een milieuclub zag, stapte ze daarop af en dan spraken ze elkaar bij hun voornamen aan. Ha Maria, alles kits?’Geert Meun (56), secretaris van VisNed, de Vereniging Kottervisserij Nederland: ‘Het bestaansrecht van Greenpeace en andere ngo’s is om leugens te verspreiden. Erger is dat we geen steun meer krijgen vanuit de overheid en de politiek.’

Het is deze Griekse dame – inmiddels werkzaam als directeur Oceanen bij de Amerikaanse milieuorganisatie The Nature Conservancy (TNC) – die de maatregel heeft voorbereid die de doodsteek voor de Noordzeevisserij moet vormen: de aanlandplicht voor bijvangsten.

Die regel gaat op 1 januari 2016 in en behelst dat de bijvangst niet meer overboord mag worden gegooid. Bijvangst moet tot het quotum worden gerekend, vindt Brussel, dat zo ook overbevissing van bijvangst denkt tegen te gaan.

Het is in veel opzichten een onlogische maatregel. Van de bijvangst die overboord gaat, overleeft niet zelden 10 tot 30 procent. Van de bijvangst die naar de wal moet worden vervoerd, overleeft 0 procent. De bijvangst zal in de toekomst worden verwerkt tot veevoer. Welnu, bijvangst die overboord gaat, is voer voor grotere vissen, zeehonden en niet te vergeten vogels.

Vissers hebben het over de hoeveelheid vissen als schol en tong. Wanneer de milieubeweging het heeft over te weinig vis, doelen ze op ‘biodiversiteit’. Anders gezegd, Greenpeace en co willen zo veel ­mogelijk soorten vis.
Eigenlijk bedoelen ze dat de Noordzee opnieuw wordt zoals hij was voordat er werd gevist. Ze willen bijvoorbeeld dat er weer meterslange vleten in de Noordzee rondzwemmen. De vleet is een rog die tweeënhalve meter kan worden en 100 kilo weegt.

Een amusant detail is dat de windmolens die op instigatie van de milieubeweging alom in de Noordzee verrijzen ook de biodiversiteit aantasten. Niet alleen zullen tal van zeldzame vogels en vleermuizen door de draaiende wieken van de molens worden vermalen, ook zal het grootste zoogdier van de Noordzee, de bruinvis, een flinke opdonder krijgen.

De bruinvis heeft buitengewoon gevoelige oren en het heien voor windmolens zal volgens biologen zo goed als zeker de bruinvis uit de Noordzee wegjagen. Zeker tijdelijk, maar misschien wel blijvend.

Ten slotte: het gaat goed met de visbestanden op de Noordzee, dus klaarblijkelijk richt bijvangst niet veel schade aan.
Voor de kottervisserij is het Europese dictaat fnuikend. Kotters zijn niet bijster groot en als alle bijvangst moet worden bewaard, gaat een flink deel van de laadruimte op aan vis waaraan geen cent wordt verdiend en waarop geld moet worden toegelegd: minstens twee werknemers dienen zich uitsluitend over de bijvangst te buigen.

Ook voor Deense, Schotse, Belgische en Franse kottervissers is de maatregel nadelig, maar het meest voor de Nederlandse visserij. Die heeft zich gespecialiseerd in bodemvisserij. Nederlandse vissers mogen 40 procent van het Europese scholquotum opvissen en 75 procent van het tongquotum.

Het was extra wrang dat een Griekse de aanval op de Noordzeevisserij opende. De Vlaamse visserijbioloog Polet: ‘De Noordzee is de best beschermde zee ter wereld. Het gaat er veel beter met de visstand dan in de Middellandse Zee.’Overigens is tong economisch verreweg de aantrekkelijkste vis: 1 kilo tong brengt zes- tot achtmaal zoveel op als 1 kilo schol. Laat nu juist de vangst op tong tot tamelijk veel bijvangst leiden.

Griekse vissers zijn minder zorgvuldig

Ook hebben de Nederlandse vissers de afgelopen decennia in technisch opzicht van alles geprobeerd om de milieubeweging tegemoet te komen. Griekse vissers zijn minder zorgvuldig. Daar vissen ze gewoon nog met ‘gordijnen’, zoals de Nederlandse visser spottend zegt: fijnmazige netten met een hoge bijvangst.

Het is tot daaraan toe dat een Griekse de oorlog aan de Nederlandse visserij verklaarde met de discardban (het verbod om bijvangst overboord te gooien), de visserij was verbijsterd dat de eigen bewindspersoon niet alleen verzuimde om de visserij uit de wind te houden, maar in de Europese Raad van Ministers vooropliep om de aanlandverplichting voor bijvangst in te voeren.

Foto: Bas Beentjes/HH

Langzaam veroverden natuurjongens en -meisjes ministerie

Het betreft de oud-staatssecretaris van Economische Zaken en Landbouw Henk Bleker (CDA). Bleker werd in het verleden vaak gezien als een tegenstander van de ­milieubeweging, maar hij was bij de strijd tegen de visserij kompaan van Greenpeace en co.

Visserijvoorman Geert Meun: ‘In de Raad van Ministers wilden Zweden en Nederland de aanlandverplichting zo snel mogelijk en zonder uitzonderingen invoeren.’

Dat verbaast Dolf Boddeke niet. De tachtigjarige visserijbioloog was lange tijd verbonden aan het inmiddels opgeheven Rijksinstituut voor Visserijonderzoek (RIVO) en zag gedurende zijn loopbaan dat de Nederlandse visserij de steun bij het ministerie aan het verliezen was.

‘Ooit heette het ministerie Landbouw en Visserij. Toen is daar Natuurbeheer bijgekomen. Dat was aanvankelijk een fremdkörper, maar langzaam hebben de natuurjongens en -meisjes het ministerie veroverd. Visserij is uit de naam verdwenen, het ministerie heet nu Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, en er is geen Directie Visserij meer. Er is op het hoogste beleidsniveau geen aandacht meer voor de belangen van de vissers.’

Supermarktvis
In de Nederlandse supermarkt ligt geen vis uit de Noordzee. Wel panga en tilapia uit het Verre Oosten, koolvis uit Canada, enzovoort, met daarop allerlei duurzaamheidsstickers en aanbevelingen van milieugroeperingen.
Supermarkten laten hun oren hangen naar groepen als Greenpeace, het Wereld Natuur Fonds en de Stichting De Noordzee. Die weten dat ze geen enkele invloed hebben op de manier waarop vis in Zuidoost-Azië wordt gekweekt, maar wel op de manier waarop vis in de Noordzee wordt gevangen. Daarom hebben ze Noordzeevis in de ban gedaan (op een ‘rode’ lijst gezet) en de Aziatische kweekvis niet.
Maar hoe duurzaam is het eigenlijk om vis uit alle windstreken over duizenden kilometers naar Nederland te  transporteren, terwijl zich op minder dan 100 kilometer van de Nederlandse supermarkten de best gereguleerde zee ter wereld bevindt?
Natuurlijk speelt de prijs ook een belangrijke rol: kweekvis uit Zuidoost-Azië is veel goedkoper dan Noordzeevis. Verder kan bij kweekvis een constante aanvoer worden gegarandeerd en met vis uit de Noordzee niet.
Ten slotte zijn vissers individualisten die slechts met grote moeite tot samenwerken zijn over te halen om vis in de supermarkt te krijgen. In dat opzicht verschillen ze sterk van Nederlandse boeren, die wel samenwerken.
Aanbod van Nederlandse vis in de supermarkt kan overigens wel. In bijvoorbeeld bijna elke Italiaanse supermarkt ligt Nederlandse schol. Geert Meun van visserijvereniging VisNed: ‘De meeste Nederlandse schol gaat naar Italië. Slechts 1 tot 2 procent blijft hier.’ Elke dag rijdt er een lange rij vrachtwagens vol diepgevroren schol van Urk naar Milaan.
Waarom kan het dan niet in eigen land? Temeer omdat nu zo langzamerhand vaststaat dat er geen sprake is van overbevissing in de Noordzee en het met diverse vissoorten beter gaat dan ooit.

 

Dit artikel verscheen in Elsevier Weekblad nummer 33, op 15 augustus 2015.

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.