Innovatieve start-ups en scale-ups hebben in Nederland soms grote moeite om voldoende groeigeld op te halen. Bijvoorbeeld wegens de hoge risico’s of omdat het te lang duurt voordat investeerders het geld kunnen terugverdienen. Terwijl de bedrijven wel belangrijk zijn voor het Nederlandse verdienvermogen.
In het coalitieakkoord van het nieuwe kabinet-Jetten staat dat daarom een nationale investeringsinstelling wordt opgericht om de kapitaalmarkt te versterken. De investeringsinstelling krijgt een budget van 3 tot 5 miljard euro, komt op afstand van de politiek en moet zich richten op projecten en bedrijven die de markt laat liggen.
Eerder besloot Den Haag al dat Invest-NL en Invest-International worden samengevoegd, de eerste stap naar een nationale investeringsinstelling.
Kritiek op investeringsinstelling
Ook moet de investeringsinstelling met marktconforme rendementseisen gaan werken. Dat zou nodig zijn om onafhankelijk van de politiek te kunnen opereren. Maar tijdens een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer kwam daar kritiek op.
Want is zo’n investeringsinstelling wel van toegevoegde waarde als het instituut hetzelfde gaat doen als de markt? Medy van der Laan, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Banken, noemde het tijdens het gesprek een paradox.
Investeerder Anton Arts zei in datzelfde gesprek dat het niet mogelijk is om marktconform te investeren in marktfalen. Het kabinet moet volgens hem kiezen wat het anders wil doen dan de markt.
Daarvoor moet je de knelpunten in de keten goed begrijpen en aanpakken. Het vraagt van het kabinet om de nationale investeringsinstelling goed af te bakenen. Wat zijn het mandaat en de focus?
Wennink pleit in rapport voor investeringsinstelling
Ook Peter Wennink pleitte in zijn rapport De route naar toekomstige welvaart voor een nationale investeringsinstelling. Nederland heeft Invest-NL en Invest-International, maar niet een ‘samenhangend stelsel’ dat kan investeren en daarvoor de vereiste schaal en expertise heeft, schrijft Wennink.
Daardoor mist Nederland ook aansluiting met de financiële instrumenten van de Europese Investeringsbank (EIB). Eén nationale investeringsinstelling kan daarin verandering brengen.
Andere landen hebben dat ook, zoals BPI France in Frankrijk of KfW in Duitsland.
Mobiliseren van privaat geld
Het belangrijkste doel van een nationale investeringsinstelling is om geld van private partijen te mobiliseren. Daar zijn de meeste partijen het over eens. De grote vraag is: waarom investeert de markt te weinig in innovatieve bedrijven?
Uit een nieuw rapport van PwC blijkt dat veel Nederlands durfkapitaal juist naar het buitenland gaat. Sinds 2000 ging er 23,6 miljard dollar aan durfkapitaal naar Nederlandse bedrijven, terwijl Nederlandse investeerders in dezelfde periode 113,3 miljard dollar in het buitenland investeerden.
Dat zou komen doordat buitenlandse markten groter zijn en bedrijven daar sneller kunnen groeien. In Nederland bedien je een kleine markt en elke stap over de grens betekent nieuwe regels, toezicht en procedures, zei PwC-hoofdeconoom Barbara Baarsma in De Telegraaf.
Het is dus ook een gevolg van hoe de Europese kapitaalmarkt is ingericht.
Gefragmenteerde markt
Richt je bijvoorbeeld een bedrijf op in de Verenigde Staten, dan heb je meteen een enorme markt ter beschikking. ‘Zakendoen in de Verenigde Staten is sowieso aantrekkelijker,’ zei Mews-CEO Matthijs Welle recent in een interview met EW.
‘Europa reageert langzaam op alle technologische ontwikkelingen en is versnipperd. Elk land heeft zijn eigen regels en onze software moet door elk land apart worden goedgekeurd, dat vertraagt.’ Bovendien is er meer durfkapitaal beschikbaar in de Verenigde Staten.
Dat laat zien dat er meer speelt dan een kapitaalprobleem. De gefragmenteerde Europese markt en beperkte groeikansen op de Nederlandse markt zorgen ervoor dat de investeringen minder snel naar Nederlandse bedrijven gaan.
Nationale investeringsinstelling kan risico’s spreiden
Toch ligt er wel een nuttige rol voor een nationale investeringsinstelling. Zo’n instituut kan ervoor zorgen dat de risico’s meer worden gespreid en dat investeerders zo worden overgehaald om meer geld in Nederlandse bedrijven te steken.
Lees ook | Tien lessen van de allerbeste beleggers aller tijden: ‘Focus op resultaat, niet op plezier’
Nu kiezen Nederlandse bedrijven nog vaak voor buitenlandse investeerders. Maar wil een dergelijke instelling slagen, dan is het wel belangrijk dat de markt er vertrouwen in heeft en meedoet.
