Niks ‘samen verduurzamen’: Den Haag jaagt industrie het land uit

29 februari 2024Leestijd: 12 minuten
Oxystaalfabriek 2 van Tata Steel, waar metaal voor de auto-industrie wordt gemaakt. Foto: Sem van der Wal/ANP

De zware industrie betaalt de prijs voor naïviteit en onmacht op het ministerie van Economische Zaken. Door het afschaffen van twee regelingen komt de broze concurrentiepositie van de Nederlandse industrie nog zwaarder onder druk te staan. Ondertussen gaan Frankrijk en Duitsland door met het subsidiëren van de industrie en weet Nederland geen vuist te maken in Europa om een gelijk speelveld te creëren.

De toekomst van de zware industrie ziet er slecht uit. Dat blijkt uit documenten van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat die het aanleverde aan toenmalig informateur Ronald Plasterk. Een rapport van onderzoeksbureau Ecorys, dat EW exclusief inzag, staaft dat beeld.

De lasten bovenop de elektriciteitsprijzen in Nederland lopen binnen een paar jaar tijd totaal uit de pas met omringende landen. De lasten zijn voor bedrijven in Nederland minstens 8 keer hoger als elders. Dat zorgt ervoor dat produceren in Nederland niet meer aantrekkelijk is. Heeft de industrie zo nog een toekomst in Nederland? Een rondgang van EW langs de grootindustrie laat een gitzwart beeld zien.

Zware industrie staat er alleen voor

De zware industrie vindt dat het er helemaal alleen voor staat om de door het kabinet gestelde ambitieuze klimaatdoelstellingen te halen. Bedrijven zien de druk én de lasten om te vergroenen toenemen. ‘Twee regelingen zijn afgelopen jaar geschrapt, wat ons 100 miljoen euro per jaar kost,’ zegt directeur Hans van den Berg (62) op zijn kantoor met uitzicht over het immense industrieterrein van Tata Steel in IJmuiden.

Van den Berg maakt zich zorgen over het wegvallen van de indirecte kostencompensatie (IKC) en de volumecorrectieregeling (VCR). ‘Dat is 30 miljoen plus 70 miljoen euro aan extra kosten voor ons. Geld dat wij niet in de verduurzaming van Tata kunnen steken.’

Minister van Economische Zaken Adriaansens besloot medio 2023 geen gebruik te maken van het budget van de indirecte kostencompensatie. Dat is een Europese regel die grootverbruikers een compensatie bood voor hun elektriciteitsprijs, omdat Europa de uitstoot van broeikasgas beprijst. China en India doen dat niet. Adriaansens negeerde een advies van een onderzoeksbureau dat voorzichtig positief over de compensatie oordeelde. Andere Europese landen maken er nog gebruik van.

Hans Grünfeld (61), directeur van Vereniging voor Energie, Milieu en Water, ziet de gevolgen. ‘De hele zware industrie wordt in een zeer nadelige positie gebracht door het vervallen van de IKC en de VCR.’

CDA-leider Henri Bontenbal (41) laakt het handelen van de Tweede Kamer wat betreft de IKC. ‘Wij en de VVD sprongen als enige voor de IKC in de bres. De rest van de Kamer deed zijn huiswerk niet. Die begint pas te roepen als de banen daadwerkelijk verdwijnen. Precies waar wij voor waarschuwden.’

Terwijl het ministerie van Economische Zaken en Klimaat laks handelde rondom de IKC, stond het naar eigen zeggen machteloos bij het schrappen van de VCR. Die verviel op 1 januari 2024 op last van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Grootverbruikers van stroom kregen via de VCR korting op de kosten die zij betalen voor het gebruik van het elektriciteitsnetwerk. Door die korting werd elektriciteit, een relatief schone energiebron, betaalbaarder voor de zware industrie.

Niet evenredig betalen

Volgens de waakhond ACM laat Europese regelgeving het niet langer toe dat zware verbruikers niet evenredig betalen voor het gebruik van het elektriciteitsnetwerk als kleine verbruikers, zoals huishoudens. Daarop besloot de ACM – die als waakhond bij machte is om zonder tussenkomst van de politiek dergelijke regelingen te schrappen – een einde te maken aan de VCR.

Op het oog lijkt dat eerlijker tegenover bedrijven en burgers die door de regeling meer betaalden, maar het gevolg is dat de zware industrie – in tegenstelling tot in andere landen – een veel hogere rekening betaalt voor het gebruik van het elektriciteitsnet. Terwijl die investeringen ook de huishoudens goed uitkomen als zij elektrisch gaan rijden of een warmtepomp installeren.

Ook bij Chemelot in Limburg, een van de belangrijkste industrieclusters, voelen ze de afschaffing van de maatregelen in de portemonnee, zegt directeur Loek Radix (67). ‘Ik heb het niet bij elk bedrijf apart geteld, maar reken op enkele tientallen miljoenen euro’s in totaal, per jaar.’

De ACM en het ministerie van Economische Zaken hebben dat onderschat. De waakhond en het ministerie wijzen op cijfers uit 2021 waaruit blijkt dat 35 grootverbruikers voor 82 miljoen euro aan korting kregen. Alleen explodeerden de netwerkkosten in de afgelopen jaren. Tata zegt dit jaar al 70 miljoen euro extra te moeten betalen. De ACM zegt slechts de Europese regelgeving te volgen en die verbiedt de steun.

Grote gevolgen

De laksheid ten aanzien van de IKC en de onmacht over de VCR hebben grote gevolgen, constateert het ministerie van Economische Zaken in de brief aan voormalig informateur Plasterk. De ambte­naren waarschuwen voor banenverlies. De in twee jaar tijd fors gestegen netwerkkosten kunnen ‘leiden tot afwegingen om de productie in Nederland af te schalen/elders op te schalen’. Zo wordt gewezen op de recente sluiting van zinkproducent Nyrstar in het Brabantse Budel (zie ‘Nyrstar gooit handdoek in de ring’).

Nyrstar gooit handdoek in de ring

Dat de hoge prijzen voor elektriciteit kunnen leiden tot de-industrialisatie werd in januari duidelijk. Nyrstar, een van de grootste zinkfabrikanten ter wereld, gevestigd in het Noord-Brabantse Budel, maakte bekend de productie te moeten stilleggen.

 

In tegenstelling tot veel andere grote bedrijven in de industrie was elektriciteit altijd al heel belangrijk in het productieproces van Nyrstar. De kosten van de fabriek bestaan voor eenderde uit de elektriciteitsrekening. Zodoende was de afschaffing van de indirecte kostencompensatie de genadeklap voor de zinkproducent.

 

In het persbericht van 15 januari doet Nyrstar zijn beklag over het oneerlijke speelveld in Nederland, vergeleken met andere Europese landen. ‘Het stopzetten van steunmaatregelen heeft de druk op de marges van Nyrstar in Budel verhoogd,’ valt onder meer te lezen. ‘Het is teleurstellend dat we onze productie moeten stopzetten als gevolg van beleid van de nationale overheid.’

 

Het wrange aan de situatie bij Nyrstar is dat de fabriek in Budel al een van de duurzaamste zinkfabrieken ter wereld is. Zo draaide de fabriek al volledig op groene stroom. De productiestop van Nyrstar is een voorbode van wat de Nederlandse industrie te wachten staat. Bij ongewijzigd beleid bestaat de kans dat de ­toekomstige, geëlektrificeerde industrie niet meer levensvatbaar is.

Industrie
Wegens de gestegen energieprijzen sloot zinkproducent Nyrstar noodgedwongen zijn deuren. Foto: Merlin Daleman/ANP

De gestegen kosten kunnen de hele elektrificatie van de zware industrie belemmeren. Ambtenaren omschrijven het als ‘het verschil tussen een positieve en negatieve business case’. Zonder die elektrificatie neemt de broeikasgasuitstoot niet af én is er geen toekomst voor zware industrie.

Van den Berg beaamt de ambtelijke waarschuwing. ‘Het heeft grote invloed op de business case,’ zegt de directeur van Tata Steel IJmuiden, dat 11.500 medewerkers telt. Het bedrijf wil verduurzamen. Daarvoor is veel elektriciteit nodig, voor elektrische ovens en om groene waterstof te maken voor de productie van ‘groen’ staal zonder broeikasgasuitstoot.

Geen kortingen

Volgens de directeur kijkt Nederland op de verkeerde manier naar het verzwaren van het elektriciteitsnetwerk. ‘Al die stekkerdozen en verlengsnoeren, zoals ik dat noem, moeten worden aangelegd. Het is algemene infrastructuur, zoals het spoor en de snelweg dat ook zijn. Daarom zouden we daarvoor gezamenlijk moeten betalen en niet alleen de rekening bij de zware industrie neerleggen.’ In de formatiedocumenten schrijft het ministerie van Economische Zaken dat naar ‘andere middelen’ moet worden gekeken om de gestegen netwerkkosten te betalen.

Wat Van den Berg vooral frustreert, is dat Nederland als enige zo opereert. ‘De hoge kosten zijn niet direct het probleem. Overal in Europa zijn de energiekosten hoog, maar elders zijn er ook hoge kortingen. Hier niet meer.’

Chemelot-directeur Radix zegt dat het gelijke speelveld in Europa ‘geweld wordt aangedaan’ door het schrappen van de regelingen. ‘Een eerlijk speelveld staat bovenaan op ons verlanglijstje voor de politiek.’

Belangenbehartiger Grünfeld frustreert het mateloos. ‘Frankrijk en Duitsland hebben nog dergelijke regelingen. Dat is niet eerlijk voor onze bedrijven.’ Het is typerend voor de kortzichtigheid van het Nederlandse beleid, zegt Grünfeld. Volgens hem ziet Nederland niet in hoe het de eigen concurrentiepositie benadeelt door voordelen voor de industrie te schrappen. ‘Als het zo doorgaat, dan komt hier geen transitie.’

Actie is hard nodig, vooral bij de Europese Unie om in andere landen de Nederlandse regels te laten gelden. ‘Nederland moet dit aankaarten in Europa, maar ik krijg niet de indruk dat dat gebeurt.’ Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat bestrijdt dat: ‘Dat de VCR in andere Europese landen nog wel wordt gebruikt, is onderdeel van gesprekken die in Brussel worden gevoerd,’ zegt een woordvoerder.

Eigen industrie in de kou gezet

De ACM laat weten dat het ‘niet de bedoeling is dat er industriebeleid wordt gevoerd via de nettarieven’. Ook zegt zij ‘toezichthouders van andere Europese landen er in internationale gremia op aan te spreken de regeling ook te beëindigen’. Tot dusver zonder resultaat. Brusselse diplomaten zeggen dat het ‘nog geen gegeven is dat andere landen Nederland gaan volgen’. Zij wijzen op de diepe zakken van industriegrootmachten Duitsland en Frankrijk, die hun zware industrie steunen in de klimaattransitie.

Bontenbal wil meer druk van ministers Adriaansens en Jetten zien. ‘Ik weet niet wat er achter de schermen gebeurt, maar dit heeft prioriteit. In het openbaar zie ik weinig actie van de bewindspersonen om tot een gelijk speelveld te komen.’

Ook Chemelot-directeur Radix benadrukt dat belang. ‘Vrijwel alle grote bedrijven op Chemelot zijn internationaal actief. Die hebben dus ook andere plekken in de wereld waar ze dit soort duurzame investeringen kunnen doen.’ Nederland zet als enige zijn zware industrie in de kou.

Industrie
Op het industriecluster Chemelot zijn er zorgen over de concurrentiepositie van de Nederlandse industrie. Foto: Flip Franssen/HH/ANP

‘Maatwerkafspraken’

Dat was niet de bedoeling van Den Haag. Bij het aantreden van Rutte IV introduceerde het kabinet de ‘maatwerkafspraken’. Het kabinet ging in gesprek met de twintig grootste industriële CO2-uitstoters om samen afspraken te maken om te vergroenen. Minder uitstoot, in ruil voor financiële steun van liefst 22 miljard euro. Tweede Kamerlid Silvio Erkens (VVD) steunde die aanpak.

Erkens (33): ‘Het hele probleem met die transitie was altijd dat bedrijven keken naar de overheid van: “Kom jij maar eerst over de brug.” En de overheid keek naar de bedrijven en zei: “Na jullie.” Het idee was om dat bij elkaar te brengen. Gelijk oversteken en dat vastleggen in de maatwerkafspraken.’

Voorlopig zijn er veel intentieverklaringen getekend, maar is slechts één maatwerkafspraak bijna rond, met het chemiebedrijf Nobian. ‘In het voorjaar hopen we tot een bindende afspraak te komen,’ zegt woordvoerder Jorn van der Meer (43). Ook bij het chemieconcern zien ze wat het afschaffen van de VCR en de IKC betekent voor de zware industrie. ‘De concurrentiepositie staat zwaar onder druk. In Europa hebben we al een uitdaging ten opzichte van andere continenten, maar Nederland doet daar nog een schepje boven­- op,’ zegt Van der Meer.

Zo worden bedrijven opgezadeld met de kosten van de vergroening, maar blijft de steun om te vergroenen aan veel bedrijven nog uit. Het ministerie van Economische Zake toont twee gezichten. De brief aan informateur Plasterk klinkt gealarmeerd, maar het eigen handelen loopt niet over van daadkracht. Nederland wil graag vooroplopen, zegt Erkens, maar dat moet wel mogelijk worden gemaakt. ‘Als je de industrie als eerste wilt verduurzamen, dan moet je ook de middelen beschikbaar stellen om dat te realiseren.’ Het tegenovergestelde gebeurt.

In 2030 nauwelijks meer concurrerend

Tata Steel vroeg het gerenommeerde bureau Ecorys om onderzoek te doen naar de toekomstige kosten van gas en elektriciteit. Ecorys bracht de concurrentiepositie van het staalbedrijf in kaart. Hans van den Berg schrok enorm. EW kreeg inzage in het rapport. Ecorys constateert dat de Nederlandse metaal­industrie in 2030 ‘nauwelijks concurrerend is met andere landen’ door de hoge lasten op de elektriciteitsprijzen, enorme investeringen in het stroomnet en het schrappen van regelingen als de VCR en de IKC (zie ‘Nederland uit de pas’). Per megawattuur betalen staalproducten in Nederland veel meer dan concurrenten in bijvoorbeeld Frankrijk of Duitsland.

Zo heeft de zware industrie wel het zuur, maar nog niet het zoet van de klimaattransitie. Volgens Tata-CEO Van den Berg begint de tijd te dringen. Het kabinet wil in 2030 een forse vermindering van de uitstoot van CO2. De zware industrie moet 24,9 megaton minder gaan uitstoten. Daarvan komt 5 megaton voor rekening van Tata.

‘We hebben natuurlijk die ambitie van 2030 om de uitstoot te verminderen, maar dat kan alleen als we een gezond bedrijf zijn,’ zegt Van den Berg. ‘Op een gegeven moment moet je het grote geld uitgeven om de doelen te halen. Het zijn enorme projecten. Je moet zaken gaan bestellen en sommige items hebben een lange aanlooptijd. Die tijdlijnen gaan natuurlijk knellen. Als je het een jaar stillegt, dan wordt het ingewikkeld. En dan helpen 100 miljoen aan structurele kosten per jaar erbij ook niet.’

Voor Tata tikken die miljoenen aan. Het bedrijf maakte vorig jaar een winst van zo’n 440 miljoen euro. Maar Van den Berg wijst erop dat de eigenaar in India vreemd opkijkt van de Nederlandse standpunten over zijn bedrijf. ‘Van het idee dat de miljarden uit de IJmond naar India vliegen, klopt niets.’

De tijd dringt voor Tata Steel. In 2030 moet het bedrijf 5 megaton aan CO2 hebben gereduceerd. Foto: Olaf Kraak/HH/ANP

Minister moet haast maken

Is er dan een moment waarop de wal het schip keert? Dat investeringen niet meer de moeite waard zijn om te doen, of dat India ingrijpt? Zover gaat Van den Berg niet, maar hij hoopt de ‘komende maanden’ tot een afspraak met het kabinet te komen. Wat als dat niet lukt? Dat durft hij niet te zeggen, maar hij hoopt dat de transitie in Nederland slaagt. ‘We hebben hier een unieke kans.’

Ook Erkens maant de minister tot haast, willen de klimaatdoelen van 2030 binnen bereik blijven en Nederland zijn industrie behouden. ‘De maatwerkafspraken moeten sneller worden gerealiseerd.’ Volgens Erkens staat de betrouwbaarheid van de overheid op het spel. ‘Als de overheid continu de doelpalen verzet of geen afspraken kan maken, dan doet geen enkel bedrijf hier nog grote investeringen in verduurzaming. Daarvoor is vertrouwen nodig. Dat zet de politiek op het spel.’

CDA-leider Bontenbal ziet dat ook. ‘Dit is de enige kans om de welvaart in Nederland te houden én te vergroenen. Dit torpederen is de doodsteek voor de verduurzaming van de industrie in Nederland.’ De voorwaarden om er een succes van te maken zijn aanwezig, maar dan moeten politiek én bedrijfsleven de kansen grijpen. Voor het te laat is.

Samen vergroenen? Gesprekken lopen vast

De zware industrie in Nederland houden, én de klimaatdoelen halen. Dat was het doel van de ‘maatwerkafspraken’ zoals het kabinet-Rutte IV ze opschreef in het Regeerakkoord. Daarmee werden de maatwerk­afspraken cruciaal voor het Nederlandse klimaatbeleid.

 

Het plan, uit de koker van het CDA, moest de wens van D66 om flink te vergroenen, verenigen met de zorgen van het CDA en de VVD over het vestigingsklimaat voor zware industrie in Nederland. De tien tot twintig grootste uitstoters zouden in gesprek gaan met de overheid. Vervolgens zouden afspraken worden gemaakt over de investeringen om te verduurzamen. ­‘Wederkerigheid is het uitgangspunt,’ schreef het kabinet.

 

De uiteindelijke maatwerkafspraken vormen een bindende overeenkomst tussen regering en bedrijf over de investeringen die nodig zijn om te vergroenen én de werkgelegenheid te behouden.

 

De afspraken vallen onder verantwoordelijkheid van minister van Economische Zaken Micky Adriaansens (VVD). In de twee jaar als minister wist zij met acht bedrijven een intentieverklaring te tekenen, goed voor 10 megaton minder CO2-uitstoot in 2030. Dat is zo’n 62 procent van de totale reductie bij de zware industrie waarop het demissionaire kabinet rekent om de klimaatdoelen te halen.

 

Maar dat zijn slechts de ambities. De intentieverklaringen zijn de eerste stap in het proces om tot een maatwerkafspraak te komen. Daarna moet er een joint letter of intent (jloi) worden getekend. Van die zogenoemde jloi’s is er slechts één getekend, met Nobian, een producent van zout en chemicaliën in Delfzijl, Hengelo en Rotterdam.

 

Na een jloi volgen onderhandelingen om tot een officieel akkoord te komen. Daarvan heeft Adriaansens er nog geen enkele bereikt. Complicerende factor is dat veel van de grote uitstoters buitenlandse eigenaren hebben, waardoor de onderhandelingen traag verlopen. Het is voor Adriaansens ook nog maar de vraag of het gaat lukken. Haar ministerschap loopt ten einde zodra de formatie van een nieuw kabinet slaagt. Tot dat moment mag zij van de Tweede Kamer door met de maatwerkafspraken. Het is niet controversieel verklaard. Adriaansens hoopt nog resultaten te behalen.

 

Aanvulling: op 29 februari om 16:30 is de grafiek ‘Nederland uit de pas’ aangepast. De lasten op elektriciteit lopen uit de pas met andere industrielanden, niet de elektriciteitsprijs zelf zoals eerder vermeld. Ook in de tekst is deze context aangepast