Hervorming Premium Corner

Stop onzalig pensioenplan Koolmees

10 mei 2021

Minister Koolmees’ megahervorming van het pensioenstelsel dreigt uit te lopen op een fiasco. Hoe komt dat? En kan het anders?

Niet vaak reageren zo velen op een wetsvoorstel. Maar liefst achthonderd reacties kwamen binnen op de consultatie van de Wet toekomst pensioenen. Het is de uitwerking van het in juli 2020 gesloten Pensioenakkoord tussen vakbonden, werkgevers en kabinet, de juridische blauwdruk van de grootste financiële verbouwing in de Nederlandse geschiedenis. Op het spel: de verdeling van 1.700 miljard euro vermogen bij de pensioenfondsen.

De grote gemene deler van de reacties: dit wetsvoorstel van minister Wouter Koolmees (D66) van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is onvoldragen. De verdeling van de pensioenpot is niet uitgewerkt, en de vormgeving van het nieuwe pensioencontract voor miljoenen werkenden en gepensioneerden is nodeloos ingewikkeld. Met een nieuwe loopgravenoorlog tussen generaties, en slepende juridische procedures in het verschiet. In zeven vragen: waarom ‘Den Haag’ dit pensioenplan moet stoppen.

1. Waarom moest alles ook alweer op de schop?

De onstuitbare neergang van de rente in de afgelopen twintig jaar is slecht nieuws voor elk zogeheten kapitaalgedekt pensioenstelsel – stelsels waarin voor het pensioen wordt gespaard en belegd, zoals in Nederland. Vergelijk het met rentenieren: hoe lager de rente, hoe lager de opbrengst, hoe lager het inkomen voor de rentenier.

Het afgeven van zekerheid over de hoogte van het toekomstige pensioen is door de lage rente bijna onbetaalbaar geworden. Het betekent in de praktijk dat pensioenfondsen heel veel vermogen voor jongeren moeten reserveren. Maar door die torenhoge reservering kunnen pensioenfondsen de uitkeringen van de gepensioneerden niet verhogen.

Dat leidt tot veel ongenoegen. Pensioenfondsen hebben meer aandelen en obligaties in bezit dan ooit tevoren. Maar door het bieden van zekerheid moeten fondsen zich tegelijkertijd arm rekenen. Het is een van de zaken die op de schop moeten (zie ‘Een lage rekenrente’ op deze pagina). Daarnaast moet het nieuwe stelsel een aantal andere problemen oplossen. Een baan is vaak niet meer voor het leven, terwijl het stelsel, dat dateert van de vorige eeuw, daarop nog wel is ingericht. Miljoenen werknemers zitten daardoor opgescheept met veel verschillende kleine (dure) pensioenpotjes.

2. Wat willen ze veranderen?

Veel gaat op de schop. Van het pensioen voor zelfstandig ondernemers, tot het nabestaandenpensioen dat de achterblijvende partner krijgt. Maar veruit de belangrijkste ingreep vormt het einde van de middelloonregeling. Het grootste deel van de werknemers en gepensioneerden, zo om en nabij de 75 procent, heeft nu nog een pensioen dat afhangt van het aantal gewerkte jaren en het gemiddelde loon, het middelloon. Vanaf uiterlijk 2026 bouwen deze werknemers, als het Pensioen­akkoord het haalt, alleen nog pensioen op dat afhangt van het beleggingsresultaat. Middelloon bestaat dan niet meer.

Alle deelnemers, ook gepensioneerden, krijgen een pensioenbeleggings­rekening van waaruit de uitkeringen worden gedaan. Worden goede ren­dementen behaald, dan is het pensioen sneller te indexeren. Vallen rendementen tegen, dan wordt eerder gekort.

Op een paar uitzonderingen na, bestaan er vanaf 2026 nog maar twee pensioenvormen. De ene heet in jargon de Wvp, wat staat voor: Wet verbeterde premieregeling. Dat contract bestaat nu ook al, maar gaat dan in iets aangepaste vorm verder. Een minderheid van de werknemers en gepensioneerden heeft nu al een soort Wvp-pensioen. Kort gezegd: de pensioenpremies worden in een individueel pensioenpotje gestopt, maar door een pensioenfonds collectief belegd. Naarmate de leeftijd vordert, wordt voorzichtiger belegd. Na de pensionering volgen er uitkeringen vanaf de beleggingsrekening. Die uitkeringen kunnen schommelen. (Shell bijvoorbeeld heeft dit contract tot in de puntjes uitgewerkt.)

Illustratie: René van Asselt

Het tweede contract heet nogal onhandig het Nieuwe Pensioencontract, NPC. Het NPC lijkt erg op de Wvp, maar is daarnaast volgehangen met ingewikkelde zaken als een solidariteitsbuffer, waar in goede tijden geld heen gaat, en in slechte tijden geld aan wordt onttrokken. Zonder dat precies duidelijk is wat goede en slechte tijden zijn. In het wetsvoorstel pensioenen gaat het veel over de ‘uitlegbaarheid van pensioenen’. Daarvoor zorgt dit NPC in elk geval niet, met razend ingewikkelde mechanismen als beschermingsrendement, en het opheffen van leenrestricties. Hoe dat concreet zou moeten werken, weet nog niemand.

Vastgeklonken aan die overstap naar een nieuwe pensioenvorm, zit de operatie om de pensioenpot van 1.700 miljard euro op te delen in miljoenen individuele potjes – waarover zo meer.

Een van de weinige zaken die wel overeind blijven, zijn de pensioenfondsen zelf. Vakbonden zitten nu in veel besturen van pensioenfondsen, en dat blijft zo. De operatie om het pensioenstelsel te wijzigen, zou je ook kunnen zien als een garantie op werkgelegenheid voor het vakbondskader.

Lees verder onder het kader

Een lage rekenrente

In april rekenden pensioenfondsen met een rente van -0,5 procent om de waarde te bepalen van een pensioenuitkering die zich volgend jaar voltrekt: een uitkering van 100 euro in maart 2022, vereist nu een reservering door het fonds van 100,50 euro. Voor een uitkering over tien jaar, is dat 99,90 euro. In het verleden was de rente hoger en waren de reserveringen veel lager. De zeer lage rekenrente dwingt pensioenfondsen om torenhoge reserves aan te houden. Maar waarom is dat eigenlijk?

 

Dat begint bij de balans van het fonds, waarop de bezittingen en schulden staan. Die moeten volgens de Pensioenwet en aanverwante wetgeving zijn gewaardeerd tegen marktwaarde. Voor bezittingen, zoals aandelen en obligaties, is dat eenvoudig. Neem de portefeuille en de recente beurskoers, en dat is het.

 

Maar voor de marktwaardering van schulden (in dit geval: toekomstige pensioenen) zul je eerst een kleine omweg moeten nemen. De schulden van een fonds zijn feitelijk bijna gegarandeerde kasstromen, die moeten worden uitgekeerd zolang de gepensioneerde leeft. De koers van bijna gegarandeerde kasstromen is af te leiden van de markt waar banken in de eurozone rentecontracten met elkaar verhandelen. Dat is de enorme euroswapmarkt waar dagelijks rentes tot stand komen voor tal van looptijden.

 

Met die rentes in de hand kan het pensioenfonds de toekomstige pensioenuitkeringen waarderen, zoals hiervoor met de uitkering van 100 euro gebeurde. Het fonds corrigeert de uitkeringen statistisch ook nog voor de sterftekansen, aangezien de uitkeringen duren zolang de deelnemer leeft.

 

Hoe groot dat rente-effect is, blijkt nu de rente stijgt. In januari hadden pensioenfondsen 1.675 miljard euro aan bezittingen, maar waren de schulden ook gewaardeerd op 1.660 miljard euro. Afgelopen maand bedroegen de bezittingen nog steeds 1.675 miljard euro. Maar doordat er met een hogere rente kon worden gerekend, waren de schulden gedaald naar 1.565 miljard euro.

3. En die hervorming is goed voor het vertrouwen?

In de toelichting op de wet staat dat pensioendeelnemers het vertrouwen in het stelsel zijn verloren door het achterblijven van indexaties, en dat een nieuw stelsel het vertrouwen zal herstellen. Maar volgens Adri van der Wurff (63) – in het verleden bestuurder van een aantal pensioenfondsen en ex-bestuurslid van APG, dat miljarden euro’s aan pensioengelden belegt – gaat het daar al mis.

Laden…

Word abonnee en lees direct verder

Al vanaf 8 euro per maand leest u onbeperkt alle edities en artikelen van EW. Bekijk onze abonnementen.

Verder lezen?

U hebt momenteel geen geldig abonnement. Wilt u onbeperkt alle artikelen en edities van EW blijven lezen? Bekijk dan onze abonnementen.

Bekijk abonnementen

Er ging iets fout

Uw sessie is verlopen

Wilt u opnieuw

Premium Corner

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.

Reacties die anoniem worden geplaatst of met een overduidelijke schuilnaam zullen door de moderator worden verwijderd, evenals reacties die niets met het onderwerp van het artikel te maken hebben. Dit geldt evenzeer voor racistische of antisemitische reacties. De moderator handelt in opdracht van de hoofdredacteur.