Leo Kwarten

Abdul Karim Qassem: de Iraakse dictator die zijn vijanden spaarde

30 november 2021

Met een gewelddadige coup maakte Abdul Karim Qassem in 1958 een einde aan de monarchie in Irak. Dat levert hem nog altijd een nationale heldenstatus op. Maar achteraf kun je je afvragen of het wel zo’n goede ontwikkeling is geweest voor het sindsdien door burgeroorlogen geteisterde land, schrijft Leo Kwarten.

Leo Kwarten (1957) is arabist en antropoloog. Als zelfstandig gevestigd adviseur werkt hij voor bedrijven die opereren in het Midden-Oosten. Daarnaast publiceert hij over politiek en religie in de regio.

Op 9 februari 2015 werd in Bagdad een museum geopend ter ere van Abdul Karim Qassem. De za’im, de ‘Leider’, zoals Qassem in Irak wordt genoemd, wordt in de schoolboeken opgevoerd als een nationale held. Niet alleen omdat hij in 1958 een einde maakte aan het lethargische bewind van koning Faisal II, die werd gehaat omdat hij op de troon was gezet door de Britten. Maar vooral omdat Qassem een jongen van het volk was, zonder kapsones. Toen de Leider kort na de staatsgreep een bakkerij bezocht en zag dat de bakker zijn portret had opgehangen, merkte hij korzelig op: ‘Maak dat portret maar wat kleiner en die broden groter.’

Een uitgestorven museum toont Qassems persoonlijke bezittingen

Populair of niet, op deze zondagochtend is het museum over Qassem uitgestorven. De ijzeren poort die toegang geeft tot het historische pand met zijn houten galerijen aan de Tigris, is zelfs afgesloten met een hangslot. Ik zie ook waarom. De bewaker heeft een bidpauze genomen en knielt op zijn kleedje in de richting van Mekka. Dat kan wel even duren. Ik klim stilletjes over het hek, sluip achter de bidder langs en glip naar binnen. Daar stuit ik op twee gidsen die verschrikt roepen: ‘Wat kom jíj hier doen?’ Als ik me heb voorgesteld als bezoeker, wordt de directrice gebeld. Alleen zij mag toegangsbewijzen verkopen.

De gidsen begeleiden me door kamers waarin de persoonlijke bezittingen van Qassem worden tentoongesteld: zijn wapens, zomer- en winteruniform en etui met scheergerei. Gladgeschoren met een tandenborstelsnor, dat was de mode in die tijd. Er hangen veel zwart-witfoto’s van de Leider: met schoolmeisjes, lachend met zijn mede-putschisten, met kameraden uit de Sovjet-Unie, slapend op een matras voor zijn bureau op het ministerie van Defensie, zijn door kogels doorzeefde personenwagen – een mislukte aanslag – met daarnaast een lichtgewonde, maar zelfverzekerd lachende Qassem die uitlegt dat het allemaal reuze meeviel.

Qassem kwam door een bloedige staatsgreep aan de macht

Maar de foto’s geven niets prijs van de bloedige manier waarop Qassem zijn staatsgreep heeft uitgevoerd. Nadat de paleiswacht zich op de vroege ochtend van 14 juli 1958 had overgegeven zonder weerstand te bieden aan de coupplegers, werden de 23-jarige koning en zijn familie zonder pardon tegen de muur gezet en gefusilleerd. Ex-premier Nuri Pasja al-Said had nog geprobeerd om vermomd als vrouw te ontsnappen. Maar hij viel door de mand doordat hij nog herenschoenen droeg. Nadat ook hij was doodgeschoten en begraven, werd zijn lichaam de dag daarop door een woedende menigte opgegraven, door Bagdad geparadeerd, verbrand, verminkt en ten slotte geplet onder een autobus.

Lees ook deze blog van Leo Kwarten terug: Gewoon een kop koffie drinken in Bagdad is niet zonder risico

Bagdad

De gidsen moeten er hard om lachen. ‘Kijk,’ zegt de een. ‘Qassem wilde een republiek, dus moest hij de monarchie afschaffen. Nou, dat heeft hij gedaan! Iedere Irakees is daar trots op.’ De slachtpartij in Bagdad zond indertijd een golf van angst door de andere koningshuizen in het Midden-Oosten. Vooral in buurland Jordanië waar koning Hussein heerste, een neef van Faisal II. Ruim een halve eeuw later zit Husseins nageslacht nog op de troon, maar de koningen Faroek I van Egypte (1952), Ahmad bin Yahya van Noord-Jemen (1962) en Idris I van Libië (1969) hebben allemaal moeten plaatsmaken voor militaire regimes.

Monarchieën werden ingeruild voor met bloed gemetselde dictaturen

Achteraf kun je je afvragen of dat wel zo’n goede ontwikkeling is geweest. In alle Arabische landen waar de monarchie is afgeschaft, zijn met bloed gemetselde dictaturen verrezen. Erger, met uitzondering van Egypte loopt er een kaarsrechte lijn tussen de ‘revolutie’ van weleer en de burgeroorlog die later uitbrak. Het refrein is telkens hetzelfde. De couppleger begint als een populaire verlosser, maar weet zich al snel omringd door vijanden. Hij en zijn eventuele opvolgers worden steeds geïsoleerder en repressiever. Ten slotte rest hem geen andere manier om de macht te behouden dan iedereen tegen elkaar op te zetten.

Daarentegen hebben de Arabische landen waar de monarchie bleef voortbestaan, zoals Marokko, Saudi-Arabië en Jordanië, nooit burgeroorlog gekend. Niet dat de verdreven vorstenhuizen zich zo voorbeeldig gedroegen. De meeste Egyptische koningen waren excentriekelingen die hun land verkwanselden aan de Fransen en de Britten. In Irak hinderden paleisintriges de ontwikkeling van het land. In Libië had koning Idris I al helemaal geen zin om te regeren. Maar in tegenstelling tot de dictators die hen opvolgden, bezaten ze wel enige legitimiteit: afstamming van de Profeet of een dynastie die al lange tijd regeerde.

Of zoals een Saudiër me ooit uitlegde: ‘De Al Saud zijn corrupte en immorele klootzakken. Maar zij zijn wel ónze klootzakken.’

Qassem maakte basisfout nummer 1: hij spaarde zijn vijanden

Zoals iedere beginnende autocraat begon Qassem in Irak met de beste bedoelingen. Hij introduceerde een voor het Midden-Oosten revolutionaire wet waarin de polygamie werd afgeschaft, de huwelijksleeftijd op achttien jaar werd gezet en vrouwen bij erfenis dezelfde rechten kregen als mannen. De Leider bouwde goedkope huizen voor de armen, schafte het feodale stelsel af en investeerde in zorg en onderwijs. Hij nationaliseerde de olie-industrie, zodat er meer geld naar Bagdad vloeide in plaats van de vroegere koloniale machthebbers in Londen.

Maar Qassem was ook een politieke nitwit die iedereen tegen zich in het harnas joeg. Dat doen wel meer dictators, maar de Leider maakte basisfout nummer 1: hij spaarde zijn vijanden. Dat deden zijn vijanden niet met hem. Op 9 februari 1963 werd Qassem zelf vermoord tijdens een staatsgreep. Zijn met kogels doorzeefde lichaam werd dagenlang op de Iraakse televisie getoond, waarbij een soldaat Qassems levenloze hoofd aan de haren optrok en hem in het gezicht spuugde.

Dat zette de toon voor hoe het verder is gegaan met Irak: miljoenen Irakezen zijn in de decennia daarna omgekomen door onderdrukking of etnisch geweld of tijdens drieste militaire avonturen. Ruim zestig jaar na de val van de monarchie zijn ze er in Irak nog steeds niet klaar mee.

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.

Reacties die anoniem worden geplaatst of met een overduidelijke schuilnaam zullen door de moderator worden verwijderd, evenals reacties die niets met het onderwerp van het artikel te maken hebben. Dit geldt evenzeer voor racistische of antisemitische reacties. De moderator handelt in opdracht van de hoofdredacteur.