Het is een terugkerende discussie: die over de opkomstplicht. Wat lang een afgesloten hoofdstuk leek, staat door geopolitieke spanningen en ambitieuze defensieplannen weer op de agenda.
Staatssecretaris van Defensie Derk Boswijk (CDA) vertelde tijdens een Kamerdebat in maart dat hij geen beroep hoeft te doen op een mogelijke opkomstplicht, maar hij kan dat niet garanderen. Als Defensie er niet in slaagt om binnen vier jaar 24.000 extra personeelsleden te werven, wordt de terugkeer van een selectieve opkomstplicht overwogen.
De dienstplicht bestaat nog altijd, voor mannen en vrouwen (die laatsten sinds 2020) vanaf 17 tot 45 jaar. Maar in 1997 werd de opkomstplicht opgeschort, waardoor er geen oproep volgt om daadwerkelijk te dienen.
Met de ambitieuze kabinetsplannen lijkt de terugkeer van de opkomstplicht onvermijdelijk. De vraag is alleen: Hoe dan? Drie interessante voorbeelden uit het buitenland:
Zweden: selectieve dienstplicht voor een kleine, sterke elite
Sinds 2018 is de opkomstplicht in Zweden opnieuw van kracht. Sindsdien is de krijgsmacht gegroeid van 20.000 naar 56.000 soldaten.
Zweden maakt vooral indruk met een innovatieve selectieve dienstplicht. Per jaar vullen 100.000 jongeren van 18 jaar een enquête in. Het niet of onjuist invullen daarvan kan resulteren in een gevangenisstraf.
Op basis van hun antwoorden worden 30.000 jongeren geselecteerd en vervolgens opgeroepen. In de kazerne worden ze fysiek en mentaal gescreend. Slechts 8.500 van hen gaan daadwerkelijk dienen, voor een periode van 9 tot 15 maanden.
Het voordeel van deze extreem selectieve dienstplicht is een hoogopgeleide en fysiek sterke groep dienstplichtigen. Daarnaast hebben jongeren die geselecteerd worden, door de exclusiviteit van het selectieproces, later voordeel bij het solliciteren naar een gewone baan.
Toch is deze vorm niet de meest emanciperende. Het systeem vraagt vooral fitte, hoger opgeleide jongeren, terwijl de rest buiten de selectie valt. Hoewel het proces zoveel mogelijk rekening zou houden met de wensen van jongeren, kunnen jongeren die aangeven dat ze niet willen, toch worden opgeroepen.
Finland: massale dienstplicht met een enorme reserve
In Finland is de dienstplicht nooit weggeweest. Zeventig procent van alle Finse mannen voltooit hun dienstplicht en dient vervolgens als reservist.
Daarmee behoort Finland tot de landen met het hoogste percentage opgeroepen dienstplichtigen ter wereld, vergelijkbaar met Israël en Noord-Korea.
Het resultaat is een actief leger van slechts 25.000 soldaten, maar met een enorme reserve van 900.000 militairen. Finland heeft daarmee, inclusief reservisten, het op een na grootste leger binnen de Europese NAVO-landen. Alleen het Verenigd Koninkrijk heeft meer manschappen, maar Finland staat ondertussen boven Frankrijk, Duitsland en Turkije.
Op een bevolking van 5,6 miljoen betekent dat dat ongeveer 16 procent van de inwoners kan worden gemobiliseerd. Als Nederland dat model zou volgen, zouden wij een leger van ongeveer 3 miljoen mensen kunnen mobiliseren.
Dat is nu een onrealistisch vooruitzicht. Het Nederlandse leger telt ongeveer 41.000 actieve militairen en nog eens 12.000 reservisten. Dat aantal moet volgens kabinetsbeleid groeien naar in totaal 100.000 tegen 2030 en daarna verder verdubbelen.
Het behalen van dat doel zonder een vorm van dienstplicht lijkt moeilijk. Mocht het zo ver komen, dan kan Nederland veel leren van de manier waarop Finland zijn grote leger in stand houdt, met defensie-uitgaven die vergelijkbaar zijn met die van Nederland.
Kroatië: korte dienstplicht gericht op moderne oorlogvoering
Op dinsdag 10 maart meldden ongeveer 800 Kroatische jongeren zich voor het eerst in 17 jaar bij een dienstplichtkeuring. Meer dan de helft van hen wachtte niet op een oproep en bood vrijwillig aan om te dienen. Van de jongeren die wel werden opgeroepen, weigerden er slechts tien.
Voor de Kroatische overheid is dat een grote meevaller. Met de invoering van een korte dienstplicht van ongeveer twee maanden hoopt het land jaarlijks in totaal 4.000 jongeren te laten dienen.
Het relatief korte programma betekent dat er ruimte is voor meerdere oproeprondes. Voor het einde van het jaar worden nog minimaal drie rondes verwacht.
Naast traditionele discipline en militaire oefeningen is er in het programma speciale aandacht voor het besturen en bestrijden van drones. Op deze manier hopen de Kroaten beter voorbereid te zijn op moderne oorlogsvoering, terwijl een lange dientijd wordt vermeden.
Wat kan Nederland leren?
Deze voorbeelden laten vooral zien dat dienstplicht geen vast model is. Zweden kiest voor kwaliteit, Finland voor massa en Kroatië voor een korte, praktische training.
Als Nederland de personeelsdoelen wil halen met behulp van een opkomstplicht, moet de regering zich eerst afvragen wat voor soort leger het wil: een kleine elite, een grote reserve, of een bevolking die in korte tijd militaire basisvaardigheden leert. Goed afkijken bij de Europese buren kan geen kwaad.
