Het coalitieakkoord van het kabinet-Jetten bevat op het gebied van digitalisering, AI en technologie een opvallend ambitieuze agenda, met grote investeringen en een sturende overheid. Daarmee kiest het kabinet duidelijk voor digitale soevereiniteit en een toekomstbestendig Nederland, schrijft Zihni Özdil
Vorige week schreef ik een ongezouten column over het coalitieakkoord van het aanstaande kabinet-Jetten, waarin ik enigszins waarschuwde voor het kortzichtige neoliberalisme erin.
Nu moet ik toegeven dat ik toen vooral keek naar de sociaal-economische onderdelen. Wat ik toen naliet, was om álle onderdelen goed te lezen. En dat wil ik rechtzetten.
Ambitieuze technologie-agenda
Want na herlezing van de passages over digitalisering, kunstmatige intelligentie (AI) en technologie moet ik iets toegeven: dit kabinet heeft op die terreinen wél lef.
Sterker nog: het presenteert een van de meest ambitieuze en mooie technologie-agenda’s ooit voor ons land.
Het doel is helder: ‘Nederland wordt koploper in een digitale wereld.’ En die belofte wordt door het akkoord ook nog eens onderbouwd met een hele reeks aan concrete maatregelen.
Ze lezen niet anders dan een serieuze poging om onze economie en samenleving toekomstbestendig te maken.
Een onafhankelijke Nederlandse en Europese techsector
Neem alleen al de ambitie om te investeren in ‘een sterke en onafhankelijke Nederlandse en Europese techsector’. In een tijd van geopolitieke spanningen en tech-afhankelijkheid van een handjevol buitenlandse giganten, is dit strategische noodzaak.
Eindelijk een kabinet die dat echt snapt, zou ik zeggen. En daar direct acties aan verbindt: het beslechten van ‘structurele barrières in ruimte, energie en vergunningen’ die de aanleg van digitale infrastructuur belemmeren.
Iedereen die weleens een datacenter of glasvezelknooppunt heeft zien vastlopen in bestuurlijke molens, weet hoe revolutionair dit zou zijn.
Tegengif van falende ICT-projecten
Ook de oprichting van een ‘Nederlandse digitale dienst (…) compact, deskundig en met doorzettingsmacht’ is een meesterzet.
Lees ook | Van dominant naar overbodig: hoe AI hogeropgeleiden richting het UWV gaat duwen
Want hiermee hebben we eindelijk een kabinet dat erkent dat digitalisering van de overheid niet langer mag worden uitbesteed aan ‘de markt’ van dure externe adviseurs, maar eigen vakmanschap vereist: ‘We verminderen (met de Nederlandse digitale dienst) afhankelijkheid van externe IT-leveranciers door meer IT-talent in dienst van het Rijk te nemen.’
Dit lijkt mij precies het tegengif van al die falende ICT-projecten en miljoenenverspillingen waarmee de overheid al decennia kampt. Het koppelen van financiering voor grote IT-projecten aan centrale, dus door de staat gecontroleerde, standaarden is net zo simpel als effectief.
3 procentsnorm voor R&D-investeringen
En tevens, zo moet ik bekennen, best wel anti-neoliberaal. Maar hoe serieus zijn deze mooie ambities op deze thema’s? In Nederland moet je altijd kijken naar structurele financiering als je wil weten hoe serieus een kabinet ergens over is.
En voila: ‘Het kabinet werkt toe naar de 3 procents-norm voor R&D-investeringen. Daarvan moet het grootste deel van het bedrijfsleven komen, maar de overheid kan met publieke investeringen ook private investeringen aanjagen.’
Dit wordt dus geen vrijemarktfundamentalisme, maar een actieve, sturende overheid die samen met het bedrijfsleven en kennisinstellingen digitale ecosystemen bouwt. De focus op vier domeinen – digitalisering en AI, veiligheid, energie- en klimaattechnologie en life sciences – is scherp en noodzakelijk.
Vitale sectoren en overheid moeten cyberweerbaar zijn
Ook de geopolitieke realiteit is doordacht vertaald naar een digitale visie van het aanstaande kabinet: ‘Cyberaanvallen, digitale spionage en desinformatie vormen directe bedreigingen voor onze economie, democratie en nationale veiligheid.’
Lees ook | De AI-bubbel staat op barsten – en dat is beter nieuws dan je denkt
De erkenning dat deze dreiging ‘door AI sneller, slimmer en schaalbaarder’ wordt, leidt tot een duidelijke opdracht: vitale sectoren en de overheid moeten ‘aantoonbaar cyberweerbaar’ zijn.
De keerzijde van technologie aanpakken
En dan ook nog eens de moed om ook de keerzijde van technologie aan te pakken als staat: ‘Het internet moet een veilige en gezonde omgeving zijn, zeker voor kinderen en jongeren.’
Het kabinetsvoornemen om ‘verslavende, polariserende en antidemocratische algoritmes’ te verbieden en om een Europese minimumleeftijd van 15 jaar voor sociale media in te voeren, getuigt van daadkracht.
Het is een balans, zo mag u best weten, die veel bestuurders niet durven te zoeken: maximale innovatie bevorderen, maar de fundamenten van onze samenleving beschermen.
Een plan dat verder kijkt dan de volgende verkiezingen
‘We trekken hierin samen op met andere koplopers in Europa,’ staat er bij. En precies daar hoort Nederland thuis, zeg ik als trotse patriot.
Kortom: op de cruciale thema’s digitale soevereiniteit, innovatiekracht en technologische weerbaarheid heeft dit kabinet een akkoord geschreven dat lof verdient.
Het is een plan dat verder kijkt dan de volgende verkiezingen, dat investeert in fundamenten – van AI-rekenkracht en quantumcomputers tot digitale geletterdheid – en dat de overheid een sterke, sturende rol geeft.
Ik had dat vorige week moeten zien.
