D66-minister Boekholt-O’Sullivan van volkshuisvesting stamelt, stuntelt en struikelt over douchemuntje

Beeld: ANP

Elanor Boekholt-O’Sullivan (D66) is nog maar een paar weken minister van volkshuisvesting en ruimtelijke ordening, maar haar optredens in de Tweede Kamer missen kracht, politiek gevoel en vooral gevatheid. Is ze opgewassen tegen de mores in de Kamer? Begrijpt ze het politieke spelletje? Ze vindt het  – duidelijk –  niet erg leuk.

Zo was daar afgelopen week Geert Wilders (PVV) die foetert en drie keer roept dat ze maar moet vertrekken (‘U pleegt verraad aan alle Nederlanders!’) als het gaat over de voorrang die statushouders krijgen op sociale huurwoningen. De minister pareert weinig en kijkt verschrikt.

Ze heeft moeite met de felheid van het debat, dat is duidelijk. Een meerderheid van de Kamer wilde dat onderdeel uit de Wet regie volkshuisvesting schrappen, omdat het zorgt voor discriminatie als je statushouders uitsluit. Het was juridisch onhoudbaar en praktisch onuitvoerbaar, was het oordeel. Waarom daar niet naar verwijzen? Dat deed ze niet.

Niet gewend aan dit soort debatten

Boekholt is dit soort debatten duidelijk niet gewend uit het leger. De minister stamelt, staat redelijk vaak met de mond vol tanden. Bij commissievergaderingen leunt ze op ambtenaren die haar proberen te behoeden voor misstappen. Ze zei eerder dat ze introvert is, dat is niet een eigenschap waarmee je het doorgaans redt in Den Haag.

Na het vragenuurtje in de Kamer met alle kritiek van de rechtse partijen op waarom ze statushouders nog altijd voorrang geeft op een sociale woning, rende ze bijna de Kamer uit. Pijnlijk. Ook omdat deze minister nog niet de kans heeft gehad om haar plannen te presenteren.

Als minister moet je welbespraakt zijn

Boekholt is zeker van goede wil, bezoekt overal in het land projecten en praat met iedereen. Ze luistert ook naar partijen, dat is redelijk nieuw op volkshuisvesting. Al is het afwachten wat het beleid gaat worden. In de Kamer moet je als minister welbespraakt zijn, maar scherpte en gevatheid zijn nog ver te zoeken.

Waar ging de ellende dan echt over? De minister struikelde over een douchemuntje. Ze sprak met de Engelse krant The Guardian en vertelde daar dat Nederland moet wennen aan wat soberheid. Meer huizen bouwen betekent minder luxe. Nederland moest wat inschikken qua wooneisen, vindt ze. Kleiner wonen en korter douchen – want energie is schaars –  was haar boodschap.

In de Kamer werd iedereen boos, vooral omdat ze het over beleid had – dat overigens nog heel beperkt en niet uitgewerkt was – en dat had ze in de Kamer moeten doen en niet in een buitenlandse krant.

De minister legde in The Guardian een link met haar tijd in Afghanistan, waar ze kort moest douchen – met een muntje. Ze suggereerde dat Nederland ook aan die soberheid moet wennen, willen we voor iedereen een woning beschikbaar hebben.

De Kamer reageerde geprikkeld en de Volkskrant stookte het vuurtje verder op: de minister loog over het douchemuntje, oordeelde de krant. Want in de compound in Afghanistan werden helemaal geen douchemuntjes gebruikt. Dat erkende de woordvoerder van de minister na vragen. Iedereen viel over Boekholt heen.

Contrast met campagne

Het is een groot contrast met het D66-verhaal tijdens de campagne. Toen was het: ‘Het kan wél’, en kwamen er tien nieuwe steden. Nu moeten we opeens kleiner wonen en douchen met muntjes, was het gevoel. Die draai moet de Tweede Kamer bovendien vernemen uit een buitenlandse krant.

De Volkskrant verbond de zaak aan het gelieg over het cv van een andere D66-er, Nathalie van Berkel, die daardoor geen staatssecretaris werd. Dat is een beetje overdreven: jokken over het douchemuntje lijkt geen halszaak.

De minister weigerde vervolgens wel om een brief met uitleg te schrijven toen de Kamer daar nadrukkelijk om vroeg. Ze wilde ook niet naar de Kamer komen. Toen Boekholt uiteindelijk een korte brief stuurde, vond de Kamer dat ook niets. Geen sterk optreden, kortom.

Geen ervaring in parlementaire spel

Boekholt wil aanpakken en bouwen, maar het spel in de Kamer hoort erbij. Haar gebrek aan politieke ervaring wreekt zich hier. De minister erkende een dag later overigens wel ruiterlijk dat het onzorgvuldig was om het douchemuntje te koppelen aan haar tijd in Afghanistan. ‘Ik betreur dat ik onzorgvuldig met mijn woorden was. Ik leer hiervan.’

De minister lijkt grote behoefte te hebben aan wat begeleiding bij haar werk in de politieke arena en in de omgang met de media. Want ze lijkt verre van gelukkig tijdens haar optredens in Den Haag.