Tot haar eigen verbazing maakte Rianne Letschert telkens weer promotie. De wetenschapper en universiteitsbestuurder wordt namens D66 de nieuwe minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Wanneer Rianne Letschert zorgen heeft, gaan haar gedachten weleens naar Afrika. Dan blijken haar eigen sores relatief, zeker als het gaat om gedoe op het werk. ‘Ik denk al snel: Rianne, jouw problemen vallen behoorlijk mee vergeleken met de uitdagingen in het leven van een Rwandese vrouw,’ zei de beoogd D66-minister voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) in 2020 tegen EW.
Tijdens de tijd die Letschert als onderzoeker in de victimologie doorbracht in voormalig conflictgebieden, was ze getuige van zowel het beste als het donkerste waartoe de mens in staat is. Ze sprak genocide-overlevers in Rwanda en ontmoette een verkrachte vrouw wier kinderen voor haar ogen waren vermoord. Maar ook zag ze hoe in het Grote Merengebied, Zuid-Afrika en Malawi de levenslust en de positiviteit overeind blijven ondanks alle problemen.
Als minister krijgt Letschert beladen dossiers op haar bureau. Zo waren universiteiten de afgelopen jaren decor van verhitte en geregeld ontsporende protesten, in veel gevallen door pro-Palestijns demonstranten. De veiligheid van Joodse studenten is ernstig in het geding. Meer dan haar voorgangers zal Letschert universiteitsbestuurders erop moeten wijzen hoe problematisch het is als zij zich laten gijzelen door activisme.
Als rector magnificus van Maastricht University betoonde Letschert zich voorstander van vergaande academische vrijheid – maar Maastricht is geen Amsterdam, waar de campus soms een oorlogsgebied leek.
‘Wie zeurt, heeft aan mij een slechte’
Relativering kenmerkte Letscherts stijl bij haar aantreden als bestuurder aan Maastricht University, waar ze in 2016 rector magnificus werd. Ze wist: academici kunnen goed klagen. Maar ze zouden er goed aan doen hun eigen leed niet te zwaar op te vatten, zei ze tegen de Volkskrant. ‘Het is hier niet het conflict tussen Israël en de Palestijnen ofzo. Wie zeurt, heeft aan mij een slechte.’
Met haar ministerschap komt voor de 49-jarige Letschert een voorlopig einde aan een succesvolle mars door de academische wereld. Die begon overigens met een misslag. Geboren in Doetinchem en opgegroeid in het Brabantse Stiphout schreef ze zich in voor een rechtenstudie in Amsterdam, maar knapte al snel af op de massaliteit van de hoofdstad.
De kleinschalige Universiteit van Tilburg paste beter; ze promoveerde er in 2005 op minderheidsrechten, leidde er een onderzoeksinstituut en werd er in 2011 hoogleraar in de victimologie. Dat vakgebied richt zich op slachtoffers van misdrijven en hun positie in het strafrecht.
Rianne Letschert: jongste vrouwelijke rector in de geschiedenis
Letscherts interesse voor mensenrechten werd aangewakkerd door een vader die onder meer actief was als welzijnswerker en timmerman. Ze bezocht rampplekken in Afrika en Azië, en sloeg niet zelden negatieve reisadviezen in de wind om haar werk te kunnen doen. De ervaringen sterkten haar opvatting dat de werkelijkheid in conflictgebieden zich vaak moeizaam verhoudt tot de beelden die erover op televisie verschijnen.
Na werkgerelateerde omzwervingen woont ze weer in Stiphout, met haar man Sander Kleikers, wielercommentator bij Eurosport. Met haar ex-partner heeft ze een zoon van 19 jaar en een dochter van 14.
Een uitgemeten carrièreplan had Letschert naar eigen zeggen nooit. Met een onderzoeksbeurs van enkele miljoenen op zak stond ze op het punt om decaan te worden van de rechtenfaculteit in Tilburg, totdat Maastricht belde. Haar naam was gevallen in de selectiecommissie voor de nieuwe rector. Niet veel later was ze, ook tot haar eigen verwondering, op haar 39ste de jongste vrouwelijke rector in de Nederlandse geschiedenis.
Tonnen aan losgeld betaald aan cyberaanvallers
Met haar doortastende, maar benaderbare stijl oogstte ze bewondering in Maastricht. Maar in hetzelfde jaar dat ze werd gekozen tot Topvrouw van het Jaar, legde cyberaanvallers de universiteit plat. Na een week maakte de universiteit 200.000 euro aan bitcoins over aan de hackers, wat de instelling op kritiek kwam te staan.
‘Er zijn dingen niet goed gegaan, geen probleem om dat toe te geven,’ zei Letschert daarover tegen EW. Aftreden was niet aan de orde. ‘Ik heb een hekel aan de afrekencultuur, waarin de gedachte heerst dat mensen onmiddellijk moeten aftreden wanneer organisatiefouten aan het licht komen. Zo wordt het vak van bestuurder wel erg onaantrekkelijk.’ Het losgeld kwam uiteindelijk bij de universiteit terug – met winst, door de waardestijging van de bitcoin.
Zoals vrijwel alle universiteitsbestuurders kreeg Letschert te maken met activisme op de campus. Zo was er een petitie van studenten die geen computers van het merk HP duldden, omdat dat bedrijf mensenrechten zou schenden.
Ook was er druk om uit het ABP te stappen vanwege de investeringen van het pensioenfonds in fossiele brandstoffen. Letschert luisterde, maar boog niet zomaar mee: ‘Moet ik me als een onafhankelijke rechter uitspreken in een internationale kwestie? Dat is mijn taak helemaal niet.’
Heldere taal als informateur, maar waar nodig ook streng
Politieke ervaring deed ze in 2019 op als formateur in Maastricht, wat leidde tot een coalitie van CDA, GroenLinks, D66, VVD, SP en de Seniorenpartij. Haar status binnen D66 groeide. Den Haag lonkte, maar Letschert bleef de academie trouw.
Afgelopen december vroeg, wederom tot haar verrassing, de partij haar als informateur voor een kabinet rond partijgenoot Rob Jetten. Op persconferenties sprak de nieuwkomer in Den Haag heldere taal, en wees waar nodig de formerende politici terecht. ‘Ze durft buiten de gebaande paden te treden,’ vertrouwde haar beste vriendin Sigrid Boogers het Eindhovens Dagblad toe. ‘Ze doorbreekt vastgeroeste patronen in Den Haag.’
Letschert werd beloond met de voor D66 belangrijke post op OCW. In haar voordeel is dat de coalitie de 1,5 miljard aan onderwijsbezuinigingen wil terugdraaien die haar voorganger Eppo Bruins (NSC) in gang zette. Ook lijkt het aanstaande kabinet minder hard te willen ingrijpen bij de publieke omroep.
Over vrijheid van meningsuiting: ‘Opvattingen moet je niet a priori corrigeren’
Maar tegenwind zal er voldoende zijn, bijvoorbeeld van de mondige onderwijsraden, uit het culturele veld en van de universiteiten. In die laatste instellingen is, tot frustratie van veel Kamerfracties, sprake van internationalisering en ‘verengelsing’. Nederlands als voertaal is in het gedrang, en het aandeel buitenlandse studenten stijgt.
Als rector in het – zeer internationaal georiënteerde – Maastricht pleitte Letschert voor politieke terughoudendheid: universiteiten moeten hun eigen identiteit kunnen vormgeven. ‘Als de politiek er te dicht op zit, worden het allemaal eenheidsworsten.’
Vrijheid van meningsuiting is wat haar betreft nagenoeg onbegrensd, ook in het academische discours. ‘Opvattingen moet je niet a priori corrigeren, nee, dat doe je in een discussie.’ Aan dat uitgangspunt zal de Tweede Kamer haar de komende periode nog geregeld herinneren.
