Weer een presentatie, weer nieuwe beloften. En toch heeft Mark Thiessen zin in het nieuwe kabinet.
Het is door de jaren heen een van mijn favoriete bezigheden geworden: de uren nadat een nieuw Regeerakkoord is gepresenteerd, op sociale media kijken om te genieten van alle oordelen die mensen daar meteen klaar hebben.
Vooral degenen die vooraf al wisten dat het akkoord hopeloos zou zijn en het na publicatie inderdaad hopeloos blijken te vinden, kunnen op mijn waardering rekenen. Toegegeven, bij het vorige Regeerakkoord was ik zo iemand. Zulke consistentie heeft ook iets geruststellends. Het roept natuurlijk wel de vraag op of die mensen het akkoord daadwerkelijk helemaal gelezen hebben.
Ditmaal had ik het voordeel dat ik de presentatie van het Regeerakkoord niet kon zien. Ik had een doktersafspraak. Daarna moest ik de kinderen van school halen, boodschappen doen en gehaktballen maken voor het kinderfeestje van mijn dochter. Pas ’s avonds, toen ze in bed lagen, kon ik de tekst er eens bij pakken.
De voorgaande keren was dat anders. Dan zat ik de hele dag voor de buis. In de week vooraf volgde ik het nieuws op de voet. Ik belde en appte met mensen die ik kende en misschien iets wisten wat ik nog niet wist.
Maar nu had ik die behoefte helemaal niet. Ik heb de persconferenties niet gevolgd. Ik heb de lekken niet gelezen. Ik heb niet bijgehouden wie wat heeft gezegd in aanloop naar het akkoord. Ik heb niets gedaan om me voor te bereiden. En ik vond het prima zo.
De planinflatie heeft toegeslagen
Waardoor dat kwam, besefte ik in de week voorafgaand aan de presentatie. Ik heb last van wat je planinflatie zou kunnen noemen. De afgelopen jaren heb ik zo veel ambitieuze plannen zien voorbijkomen. En ik zag dat zo weinig daarvan werd uitgevoerd, dat het me eerlijk gezegd steeds minder kan schelen wat er precies op papier staat.
De laatste paar regeerakkoorden waren vodjes. Niet veel van wat erop stond, is uitgevoerd. En wat wel werd uitgevoerd, draaide de volgende coalitie soms terug. Dat zal deze keer niet gebeuren, omdat het vorige kabinet zo weinig voor elkaar heeft gekregen.
Dus weer een presentatie. Weer een persconferentie. Weer nieuwe plannen. Weer nieuwe beloften. Ik had er gewoon even geen zin in.
Niet de presentatie is van belang
Dat klinkt cynisch. Maar zo voelt het helemaal niet. Ik heb geleerd om te letten op de dingen die er wel toe doen. En dat geldt niet voor de presentatie van een akkoord. Dat geldt voor wat er daarna gebeurt.
En juist daar – in het vervolg, niet in de beloften – zit voor mij ook hoop. Want toen ik ’s avonds het akkoord las, kreeg ik er toch zin in.
Als centrum-rechtse kiezer die hecht aan een vrije samenleving, vind ik het een prima plan. Het kabinet-Jetten wil de rommel van de vorige kabinetten opruimen en tegelijk vooruitwerken. Dat zal niet meevallen. Maar gek genoeg schijnen Haagse politici eindelijk door te hebben dat het land klaar is met het gekift en gedraal.
Ik heb goede hoop dat de voortdenderende wereld, in combinatie met de nieuwe samenwerkingsvorm van een minderheidskabinet, onze politici aanspoort tot daden.
Volwassen reactie van Jesse Klaver
Wat dat betreft was ik blij met de reactie van Jesse Klaver. Sinds de ineenstorting van de PVV is hij de leider van de grootste oppositiepartij, GroenLinks-PvdA. Klaver zei dat het Regeerakkoord het uitgangspunt is voor onderhandelingen om tot meerderheden te komen. Hij gaf daarbij aan dat het akkoord socialer en groener kon, maar dat hij het eerst nog ging bestuderen.
Een volwassen reactie, zeker wanneer je bedenkt dat Klaver door de VVD zo kinderachtig werd weggezet als een onmogelijke linkse radicaal.
Het is nu aan Klaver om gebruik te maken van de mogelijkheden die een minderheidskabinet biedt om het daadwerkelijke beleid meer naar de zin van zijn kiezer te maken. Die kansen krijgt hij mede dankzij de radicaal-rechtse leider Geert Wilders, die het totaal laat afweten.
Hij wist vooraf al dat het hopeloos zou worden, en bleek dat na publicatie inderdaad te vinden.

