Succes is geen misdaad, ook niet van miljardairs

Moeten we werken aan een miljardairstaks? (Foto's: Getty, ANP)

De Franse econoom Gabriel Zucman heeft een slogan gevonden die blijft hangen: ‘Miljardairs betalen geen inkomstenbelasting’. Het lijkt een opzienbarende onthulling, alsof de rijkste wereldburgers gratis meeliften met Jan Modaal die de rekening betaalt, schrijft Stefan Tax – lobbyist voor ondernemers en familiebedrijven – in een ingezonden opinie.

In Nederland betalen miljardairs inderdaad geen inkomstenbelasting. Werknemers betalen inkomstenbelasting over hun loon. Ondernemers hebben inkomen uit hun bedrijf en betalen daarover vennootschapsbelasting.

Wordt winst uitgekeerd, dan volgt box 2-belasting. Natuurlijk wil Zucman een ander punt maken: dat miljardairs te weinig belasting zouden afdragen. Alleen rekent hij zich daar met statistiek naartoe.

Wat superrijken echt betalen

Zucman stelt dat superrijken gemiddeld maar zo’n 20 procent belasting betalen over hun inkomen, terwijl de doorsnee burger rond de 40 procent zit. Het is begrijpelijk dat zo’n uitspraak irritatie oproept. Het wekt de indruk dat het systeem scheef zit.

Maar dat beeld ontstaat doordat papieren vermogensgroei als inkomen wordt meegeteld. Ook winst die in het bedrijf blijft om te investeren en te groeien wordt als persoonlijk inkomen geteld, terwijl de belastingclaim die daar nog op rust (31 procent in box 2) buiten beeld blijft.

Zo kun je met statistieken altijd je gelijk halen. Als we de jaarlijkse waardestijging van pensioenvermogens van werknemers ook als inkomen meetellen, ontstaat er net zo goed een vertekend beeld. Dat doen we niet, want vermogen op papier is geen besteedbaar inkomen. Bij ondernemers laat Zucman dat onderscheid echter los.

Over daadwerkelijk gerealiseerd inkomen betalen ondernemers, ook de superrijken, in Nederland eerst winstbelasting en bij uitkering nog eens een heffing in box 2, samen bijna 50 procent.

Wie betaalt echt de meeste belasting in Nederland?

Een gemiddeld Nederlands huishouden zou ruwweg tussen de 40.000 en 50.000 euro per jaar aan belastingen moeten afdragen om de schatkist te vullen. Dat doen de meeste huishoudens niet, omdat een kleine bovenlaag een zeer groot deel van de totale belastingopbrengst betaalt.

In een land waar meer dan een miljoen mensen langdurig buiten het arbeidsproces staan en een uitkering genieten (CBS), is het wrang dat het gesprek over ‘eerlijk bijdragen’ focust op een kleine groep vermogenden. Terwijl een groeiende groep mensen per saldo weinig of niets bijdraagt aan de schatkist.

Wie honderden of zelfs duizend keer dat gemiddelde bedrag afdraagt, kan bezwaarlijk worden neergezet als iemand die ‘niet meedoet’. Je kunt de morele verontwaardiging net zo goed omdraaien. Waarom krijg je bij duizend keer de gemiddelde belastingafdracht geen taart en bos bloemen als dank, en is je belastingafdracht klaar voor het jaar?

De risico’s van Zucmans voorstel

Zucmans voorstel schuift het debat van inkomen naar vermogen. Zijn boodschap komt neer op: lever jaarlijks maar een deel van je vermogen in.

De bezwaren hiertegen zijn internationaal opvallend eensluidend: lage opbrengst, hoge uitvoeringslasten en schade aan investeringen en groei.[3] Wie vermogen belast, dwingt ondernemers om aandelen te verkopen of investeringen uit te stellen.

Betaal maar met aandelen en eigendomsrecht

Luchtig stelt Zucman vervolgens dat belasting ook ‘met aandelen’ kan worden betaald. De ware aard komt boven, de overheid moet dan maar mede-eigenaar worden van private ondernemingen.
Laat de overheid zich liever richten op haar kerntaken: zorg, veiligheid en onderwijs.

Daar is nog meer dan genoeg te verbeteren. Het laatste wat Nederland nodig heeft, is een overheid die zich als mede-eigenaar in particuliere bedrijven nestelt.

In een rechtsstaat is eigendom geen gunst van de overheid, maar een fundament. De taak van de overheid is dat eigendom te beschermen en zeker niet om er jaarlijks een stukje van op te eisen zodra het succesvol wordt.

Zucman verkoopt zijn idee onder de vlag van ‘miljardairs’. Maar zijn voorstel begint al bij vermogens boven 100 miljoen euro. De glijdende schaal is dus meteen al ingezet.

De volgende stap is voorspelbaar: mkb familiebedrijven die elk jaar een stukje moeten inleveren. Ook noemt hij een tarief van 2 procent, maar zegt meteen dat dit eigenlijk hoger moet zijn. Geef je de overheid een draaiknop, dan wordt die zelden de andere kant op gedraaid.

Vermogen is niet gelijk aan besteedbaar inkomen

Vermogen is veel breder verdeeld en veel minder daarvan is vrij besteedbaar dan Zucman suggereert. Ondernemers bezitten bedrijven, dragen risico’s, investeren en bieden werkgelegenheid. Werknemers hebben baanzekerheid en grote pensioenvermogens die vaak ontbreken in vermogensvergelijkingen.

We zijn historisch rijker en breder welvarend dan ooit. Dat betekent niet dat er geen problemen zijn, maar wel dat het beeld van een samenleving die uit elkaar valt door een kleine superrijke elite, simplistisch is.

Ongelijkheid bestrijden door rijken straffen werkt niet

Het fundamentele probleem met dit soort voorstellen is dat ze ongelijkheid willen oplossen door rijken armer te maken.

Maar de kernvraag van economisch beleid is hoe we armen rijker kunnen maken. Dat doe je met beter onderwijs, hogere arbeidsparticipatie en ruimte voor ondernemerschap, niet met jaarlijkse aanslagen op ondernemingsvermogen.

Zucman heeft een vileine slogan en een wereldbeeld waarin succes verdacht is en vermogen per definitie moet worden afgeroomd. Het Nederlandse debat verdient geen Franse slag van morele verontwaardiging, maar economische nuchterheid.