Fiscale addertjes bij nalaten in het buitenland

Het is steeds makkelijker om overal te werken en te wonen. Of een vakantiehuis in het buitenland te kopen. Maar die wereldse blik is ver te zoeken in het internationale erfrecht. Elk land heeft zijn eigen wetgeving, die bovendien ook nog vaak overlapt of met onze regels in tegenspraak is. Dit zijn de 5 do’s en don’ts.

1 – Stel een scenario op

Iedereen in het gezin van zes was het erover eens: het familiehuis in Frankrijk zou bij overlijden van vader naar de in Madrid wonende oudste zoon vererven. De fijne familievakanties konden gewoon worden voortgezet. De financiële gevolgen van die bepaling in het testament kwamen echter als een onaangename verrassing. De oudste zoon zou een fors bedrag aan erfbelasting moeten betalen, vertelt Rudolf Janssen, belastingadviseur bij Deloitte en specialist in internationaal erfrecht. ‘Als de in Nederland woonachtige erflater zijn Franse woning nalaat aan zijn in Spanje wonende kind, dan willen alle betrokken landen erfbelasting heffen. Afhankelijk van de aard en de waarde van het bezit kan de in verschillende landen te betalen erfbelasting daarmee fors oplopen.’

Janssen raadt mensen met een vermogen in het buitenland daarom altijd aan om, zoals ook deze familie deed, vóóraf in kaart te brengen hoe de vererving zal verlopen. ‘Elk land, ook binnen Europa, heeft namelijk zijn eigen wetgeving die bepaalt of er aldaar erfbelasting geheven wordt en, zo ja, aan wie en hoeveel. En of er verrekening plaatsvindt met de buitenlandse erfbelasting.’

Scheep uw familie niet op met een complexe nalatenschap waarin meer landen zich fiscaal mengen

2 – Houd rekening met overlap

In Nederland geldt dat erfbelasting wordt geheven bij de erfgenamen over het totale wereldwijde vermogen van de overledene. Maar gaat het om vermogen in een ander land – zoals een betaalrekening of een tweede huis – dan kan het andere land óók heffen. Om dubbele heffing te voorkomen kent Nederland het Besluit voorkoming dubbele belasting. Deze Nederlandse fiscale regeling verleent in zo’n geval een gedeeltelijke – soms slechts zeer beperkte – vermindering van de in Nederland verschuldigde erfbelasting.

Janssen: ‘Er zijn landen die voor de heffing van erfbelasting niet aansluiten bij de woonplaats van de erflater zoals in Nederland, maar uitgaan van de woonplaats van de verkrijger. Of de ligging van vermogen, zoals onroerend goed. Spanje is een voorbeeld, maar ook Frankrijk en Duitsland hebben regelingen die ertoe leiden dat in méér landen erfbelasting verschuldigd is en die veelal slechts zeer beperkt onderling verrekenbaar is.’ Janssen raadt klanten aan om daar rekening mee te houden. Bijvoorbeeld door binnen de nalatenschap geld vrij te maken voor de kosten van de afwikkeling. Het tijdig in kaart brengen van de wensen en de mogelijke financiële gevolgen geeft inzicht. Doe dat eventueel samen met een in internationaal (fiscaal) erfrecht gespecialiseerde adviseur.

3 – Let op lokaal familierecht

Ieder land heeft zijn eigen vorm van erfrecht; die is gevormd door de geschiedenis en de cultuur. Denk aan het belang van de bloedband en het koesteren van het huwelijk als enige officiële samenlevingsvorm. Dat recht wijkt vaak af van wat we in Nederland gewend zijn. In bijvoorbeeld Spanje en Frankrijk hebben kinderen van oudsher meer rechten dan partners. Dat kan ook effect hebben op de Nederlander met een tweede woning. In Frankrijk was het lange tijd gebruikelijk dat niet de partner de Franse vakantiewoning erfde, maar de kinderen. De langstlevende partner met een tweede huis in Frankrijk moest dan toestemming aan de kinderen vragen om de woning te gebruiken. Door wetswijzigingen is dat nu beter geregeld. Maar losse eindjes in de wetgeving zijn er nog steeds. Adviseurs waarschuwen bijvoorbeeld dat binnen het Franse recht een testament niet automatisch wordt herroepen na echtscheiding. Uw expartner is daardoor mogelijk nog steeds uw erfgenaam in een Frans testament als de scheiding vóór 2005 is uitgesproken. De kinderen erven dan de tweede woning samen met de ex-partner. Die laatste betaalt het hoogste tarief in de erfbelasting, want van recht op vrijstelling kunnen alleen partners gebruikmaken.

Ook de nationale eisen rond de afwikkeling van een erfenis kunnen voor problemen zorgen. Zo moest een erfgenaam een fors bedrag aan Spaanse erfbelasting voorschieten om de nalatenschap van zijn vader met daarin een Spaanse woning te kunnen afwikkelen. Anders dan in Nederland mag in Spanje een woning pas verkocht worden als de nalatenschap door een Spaanse notaris officieel verdeeld is. Ook de structuur van het belastingstelsel speelt een rol, weet Janssen. ‘Op onroerend goed in het buitenland of ander buitenlands bezit kan bij verkoop vermogenswinstbelasting worden geheven bij erfgenamen.’ Die zijn zich daar niet altijd van bewust, merkt hij. Onder meer de Verenigde Staten en Frankrijk kennen deze belasting. ‘Zo loopt de fiscale rekening van de nalatenschap flink op. Een dergelijke belasting kennen we in Nederland uitsluitend in box 2.’ (In deze box worden houders van een aanmerkelijk belang in bijvoorbeeld een onderneming belast, red.)

4 – Niet Nederlandsers moeten ook oppassen

Voor niet-Nederlanders heeft de Nederlandse successiewetgeving mogelijk ook onaangename verrassingen. Janssen ziet het in de praktijk bij expats. ‘Buitenlandse werknemers die naar Nederland emigreren worden vanaf dag één geconfronteerd met de Nederlandse successiewetgeving.’

Ze zijn zich daar meestal niet van bewust, merkt Janssen. ‘Vaak maken ze enige tijd gebruik van de fiscaal vriendelijke regeling die zorgt voor een tijdelijk lager belastingtarief over het loon. Het vermogen van de immigrant wordt gedurende die periode van vijf jaar ook vrijgesteld van vermogensrendementsheffing. Het misverstand ontstaat wanneer mensen denken dat dit ook voor het erfrecht geldt. Het tegendeel is waar; Nederland heft bij inwoners van ons land, ongeacht de nationaliteit, erfbelasting over het gehele wereldwijde vermogen. Vaak ook als het vermogen in het land van herkomst al wordt belast.’

5 Voorkom complexiteit

Een simpele oplossing voor stapelende en complexe erfbelasting over internationaal vermogen is er niet. Het beperken van de complexiteit van het vermogen heeft wel een positief effect op de snelheid en kosten van de afwikkeling van de nalatenschap, weet Janssen. Hij waarschuwt in die context voor buitenlands onroerend goed in wat hij “juridische oesters” noemt. Janssen legt uit hoe dat werkt: ‘Een woning in het buitenland wordt nog wel eens binnen een fiscale structuur aangeboden waarvan de koper de aandelen krijgt.’ Er is dan weinig zicht op de fiscale voorgeschiedenis van de structuur met verschillende eigenaren en wettelijke regimes. ‘Bij het overlijden van de eigenaar bemoeilijkt dat de afwikkeling van de nalatenschap.’

Janssen ziet in de praktijk dat het ook helpt om samen kritisch te kijken naar de verschillende vermogensbestanddelen. ‘Als de kinderen groter worden, krijgt de vakantiewoning een andere bestemming in de familie. Zeker als de partner er alleen voor komt te staan. Die twijfelt dan tussen het verkopen of aanhouden van de woning, met het oog op vererving naar de kinderen. Die kinderen hebben vaak wisselende emoties bij de wens van de ouder om het huis te verkopen. Janssen wordt nog wel een gevraagd om bij dergelijke familiebesprekingen aanwezig te zijn en de fiscale gevolgen toe te lichten. ‘Wat meespeelt, is of het vakantiehuis een substantieel deel van het vermogen is, of slechts een klein deel van een omvangrijke nalatenschap. In dat eerste geval moeten de kinderen vaak zelf de middelen hebben om de erfbelasting te voldoen.’ Voor wie zijn vermogen in het buitenland nog wil aanhouden, is er de optie om te schenken. Daarmee kan vast een deel van het bezit worden overgedragen aan de kinderen. Door over een lange periode gebruik te maken van de vrijstellingen, betaalt de ontvanger daardoor minder belasting over het verworven vermogen dan bij verwerving van het vermogen ineens bij overlijden.

TerZake is een bijlage van New Skool Studio en valt buiten de verantwoordelijkheid van de redactie van EW. De thematiek komt tot stand op basis van wensen van adverteerders en de artikelen worden door onafhankelijke journalisten gemaakt.

‘Onze boot ging over in vertrouwde handen’

Marijke Seeuwen-Smit (70) schonk de KNRM de zeilboot waarop zij en haar inmiddels overleden man gelukkige tijden beleefden. ‘De KNRM voelde haarfijn aan waarom ik dit deed en hoe ik het wilde doen.’ ‘Ik had geen enkele zeilervaring toen ik Jan Willem leerde kennen. Dankzij hem raakte ik verslingerd aan de watersport. Mijn man was … Continued

Lees verder

‘De wens van de schenker blijft leidend’

Al elf jaar beheert Annemieke Lenderink (56) met twee andere bestuursleden het vastgoedvermogen van de Elisabeth van der Werf Stichting. Jaarlijks keert deze stichting uit aan drie goede doelen, waaronder de Nierstichting. ‘Lange tijd voordat zij stierf, werd ik benaderd door Elisabeth, oftewel Beppie van der Werf. Zij was op hoge leeftijd en erfgename van … Continued

Lees verder

‘We mogen wat meer aan elkaar denken’

Joke Groen (71) uit Velp steunt Stichting MS Research en heeft testamentair laten vastleggen dat ze nalaat aan MSonderzoek. ‘Alles is tegenwoordig bespreekbaar. Laten we het dan ook eens hebben over het steunen van goede doelen.’ ‘In 1979 werd bij mij de ziekte multiple sclerose (MS) geconstateerd, gelukkig in milde vorm. Ik mag tot dusver … Continued

Lees verder

Executeurschap vergt een persoonlijke relatie

De Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM) is al sinds zijn oprichting volledig afhankelijk van donaties en nalatenschappen. Steeds vaker verzorgt de KNRM dan ook het executeurschap voor begunstigers. Cora Bartels (50), verantwoordelijk voor de uitvoering van nalatenschappen, vertelt hoe dat werkt. Cora Bartels, contactpersonen voor schenkers en toekomstige erflaters bij de KNRM ‘Executeurschap omvat de … Continued

Lees verder