Waarom komend kabinet-Jetten kwetsbaar is in onzekere tijden

Yesilgöz (VVD), Jetten (D66) en Bontenbal (CDA) bij de presentatie van het coalitieakkoord. (Foto: ANP)

Martin Sommer analyseert het Regeerakkoord vanuit het werk van Nassim Nicholas Taleb, ‘specialist in het vermijden van fouten’.

Drie opgewekte partijleiders bij elkaar. Ik las hun Regeerakkoord, hoorde over uitgestoken handen en dacht aan Nassim Nicholas Taleb. U kent deze Amerikaans-Libanese geleerde van zijn boek De zwarte zwaan (2007). Hoe moeten we leven in een tijd die we zelf niet meer begrijpen, is de vraag die hij opwerpt.

Taleb is onuitstaanbaar arrogant, maar ook briljant. Onze tijd is die van zwarte zwanen: verrassende wendingen, uitzonderingen op de regel en individuele oprispingen, in plaats van kalme vooruitgang.

President Donald Trump spant de kroon. Move fast and break things, het motto van Facebook, heeft hij tot het zijne gemaakt.

Een noodpakket voor de macht

Rob Jetten en de zijnen moeten gaan regeren in een wereld waar je geen idee hebt van wat morgen gaat brengen. Weerbaarheid en wendbaarheid, dat is het medicijn van Taleb. Kort samengevat: veerkracht regelen en reserves aanhouden.

Liever sparen dan schulden maken, liever werken op kleine schaal dan log en grootschalig, eerder improviseren dan plannen, en een voorkeur voor de korte termijn boven de valse zekerheid van de lange.

Zo’n regeerakkoord in ongewisse tijden zou een noodpakket moeten zijn, een noodpakket voor de macht.

Waar het kabinet verstandig handelt

Op een paar punten doet het aanstaande kabinet het goed. Het snelle werk is een compliment waard. Geen eindeloos getouwtrek over een zin die over een half jaar toch niets meer waard is. Meer defensie uiteraard.

Het blijft onthutsend dat de tanks en het afweergeschut nog geen vijftien jaar geleden naar de lommerd zijn gebracht, in de hoogmoedige veronderstelling dat de toekomst wel bekend was.

Een fout die een blijvende waarschuwing zou moeten zijn.

Geen vechtkabinet, geen schuldenfeest

Ook goed is dat ons een vechtkabinet met GroenLinks-PvdA bespaard is gebleven. Stel je voor dat ze elke vrijdag à la Den Uyl tot in de late uren ruzie zouden maken. Minder partijen betekent in beginsel meer wendbaarheid en slagkracht.

Nog een schouderklopje: ze houden het tekort op 2 procent, in de geest van Taleb: liever sparen dan verbrassen. Sparen geeft veerkracht en een buffer voor kwade dagen.

Kijk naar de Franse president Emmanuel Macron, die in de retoriek om Oekraïne te helpen vooraan staat, maar bedroevend weinig heeft uitgevoerd doordat hij domweg de centen niet heeft.

Over toekomstige generaties en andere zekerheden

In de reacties op het Regeerakkoord lees ik geschamper over het doorschuiven van de lasten naar ‘toekomstige generaties’.

Dat is weer het andere uiterste. Op de lange termijn zijn we, echt, allemaal dood. Kijk bovendien eens terug naar de achtbaan die de wereld de afgelopen decennia heeft afgelegd, van IS tot corona en van Poetin tot Trump.

Reserves zijn goed en noodzakelijk, maar in de Tweede Wereldoorlog had je ook gezinnen die de weckflessen zelfs tijdens de barre Hongerwinter liever op de kelderplank lieten staan. Want je weet nooit wat er kan gebeuren.

De kwetsbaarheid van verwevenheid

Taleb schrijft over de kwetsbaarheid van samenlevingen waarin alles verweven is, onderling afhankelijk en ingewikkeld. Het tekort aan spankracht typeert Nederland.
De kleinste kink in de kabel komt dan hard aan.

Met een beetje sneeuw loopt de NS vast, en vertelt de meneer van ProRail dat het te duur is om voor die paar koude dagen alle wissels te verwarmen.

De just-in-time-levering van de middenstand loopt spaak op de geringste hobbel, terwijl bevoorraden in onvoorspelbare tijden cruciaal is.

Daarom was het volstorten van de Groningse gasputten zo oliedom. Ook het sussen van minister Sophie Hermans (VVD) over de lege gasopslagen klinkt weinig geruststellend, vooral omdat we de afhankelijkheid van Poetin hebben verruild voor die van Trump.

Die kan vandaag nog de gaskraan dichtdraaien.

Coalitieakkoord: de polder als probleem

Voor wendbaarheid en veerkracht is een coalitiekabinet ­sowieso niet de beste optie, maar dat hoort bij de Nederlandse folklore. Nu hebben we een aanstaand minderheidskabinet dat heel druk is met het uitsteken van handen naar de Kamer en de samenleving, het zogeheten middenveld en de polder.

Het is deels begrijpelijke pluimstrijkerij, van een kabinet dat hunkert naar 76 zetels in de Kamer. De flirt met maatschappelijke organisaties en praatprofessionals heeft daarentegen alles van een oplossing die deel is van het probleem.

Het kabinet-in-wording wil terug naar de mooie tijd vóór Wilders, maar het waren juist een klasse van ongekozen overleggers en hun overeenstemming, die de boosheid van het populisme hebben gewekt.

Coalitieakkoord: bestuurders zonder achterban

Sinds het werk van socioloog J.A.A. van Doorn weten we dat de wereld van koepels en organisaties al decennia niet meer dient om gewone mensen te vertegenwoordigen. Al die ngo’s, zorgbesturen, onderwijsraden, omroepbazen kijken omhoog, naar de overheid en haar centen, volgens Van Doorns beginsel ‘baas in eigen huis, en het huis ten laste van de gemeenschap’.

Net zoiets geldt voor gemeenten en provincies, die minder boodschap hebben aan hun kiezers dan aan de Rijksbijdrage.

Er staan een paar zinnen in over een lenige overheid, maar niets over snoeien in het aantal beleidsambtenaren.

Ook de ‘mede-overheden’ krijgen mooie woorden in het Regeerakkoord, maar mij bekruipt het gevoel dat het akkoord hier vooral een hand uitsteekt naar zichzelf.

De politiek in het nauw van de rechter

Al sinds de jaren negentig klinkt de roep om meer te luisteren naar rechters en ngo’s, aangezien de kiezer dom en rechts is. Het Regeerakkoord wil de rechter meer macht geven met de toetsing van wetten aan de Grondwet.

Ik heb niet de indruk dat de Nederlandse rechter te klagen heeft. Alle grote hobbels die het aanstaande kabinet moet nemen, zijn volkomen gejuridiseerd: asiel, stikstof, klimaat. De manoeuvreerruimte van de politiek nadert hier het nulpunt.

De Raad van State heeft elke creatieve oplossing voor het stikstofvraagstuk om hals gebracht.

En twee weken geleden gelastte de rechter in een (rammelend) vonnis over Bonaire dat de staat zich aan de Klimaatwet van Jesse Klaver (GroenLinks) en Diederik Samsom (PvdA) moet houden.

Wanneer zekerheid gevaarlijk wordt

Daarin ligt niet alleen vast dat Nederland in 2050 klimaatneutraal moet zijn, maar ook hoe de weg daarheen moet leiden.

Als er iets is wat politieke wendbaarheid dwarszit, dan zijn het wel wetten die besluiten hoe het land over een kwarteeuw eruit moet zien, in de kennelijke angst dat je opvolgers iets anders zouden bedenken.

Die Klimaatwet is een product van dezelfde hovaardij waarmee indertijd defensie werd afgeschaft. Nassim Nicholas Taleb noemt zichzelf ‘specialist in het vermijden van fouten’. Hij zou naar zijn voorhoofd wijzen.