De feiten: CPB ziet koopkrachtgroei afnemen onder kabinet-Jetten
Bron: CPBDoor de plannen uit het coalitieakkoord leveren burgers koopkrachtgroei in. Dat blijkt uit de doorrekening van het Centraal Planbureau (CPB). De overheidsfinanciën houdt de coalitie van D66, VVD en CDA wel in toom tijdens de kabinetsperiode.
Volgens het CPB is het begrotingstekort in 2030, aan het einde van de regeerperiode, 2,2 procent van het nationaal inkomen. Zonder de maatregelen die het kabinet-Jetten neemt, zou het tekort op 2,4 procent uitkomen.
CPB: kabinet-Jetten reserveert niet al het geld voor defensie
De staatsschuld blijft historisch gezien laag, maar het kabinet laat deze wel voorzichtig stijgen. In 2030 zou de schuld 46,6 procent van het nationaal inkomen zijn, 1,6 procent hoger dan dit jaar.
Op de lange termijn dreigt de schuld wel te ontsporen. Dat komt doordat het kabinet ook na 2030 fors blijft investeren in defensie, klimaat en woningbouw.
Volgens het CPB komt de schuld in 2060 op 118 procent uit. Het CPB verwacht overigens dat het kabinet-Jetten niet al het geld dat het reserveert voor defensie kan uitgeven.
Koopkrachtwinst verdampt door hogere lasten en eigen risico
De doorrekening laat zien dat door maatregelen van het kabinet-Jetten de koopkracht minder hard stijgt. Zonder de plannen zou een huishouden er tot 2030 gemiddeld 0,6 procent op vooruitgaan. Dat daalt nu naar 0,2 procent per jaar.
Voor de laagste inkomensgroep blijft de koopkracht gelijk. De hoogste inkomensgroep kan op een koopkrachtstijging van 0,3 procent rekenen.
EW's visie: Kabinet moet rug recht houden bij onderhandelingen met oppositie
Door: Victor Pak, politiek redacteurHet kabinet-Jetten weet de financiën op orde te houden. Dat is een veelbelovend begin van het kabinet. De pijnlijke maatregelen die nodig zijn om geld vrij te maken voor onder meer defensie worden verspreid over burgers en bedrijven.
D66, VVD en CDA noemen dat de ‘vrijheidsbijdrage’. Een slimme term, want het gaat hier om een lastenverhoging. De kosten daarvan doen pijn.
Toch zijn die keuzes noodzakelijk. Te lang leefde Nederland op de pof. Terwijl de Verenigde Staten betaalden voor de Europese veiligheid, werd hier de welvaartsstaat uitgebouwd. Die tijd is voorbij. Dat vraagt om nieuw financieel beleid. Met de onrust in de wereld zijn uitgaven aan defensie geen luxe meer, maar noodzaak.
Cruciale bezuinigingen staan onder politieke druk
De maatregelen van het kabinet-Jetten zijn daartoe een aanzet. Vraag is of het kabinet zijn goede financiële begin een vervolg weet te geven. Dankzij de constructie van het minderheidskabinet loert de oppositie op kansen om het voorgenomen beleid te wijzigen. Ze richt vooral op de pijnlijkste bezuinigingsmaatregelen als de verhoging van de AOW en het korten van de WW.
Het is van groot belang dat het kabinet-Jetten die voorgenomen bezuinigingen daadwerkelijk doorvoert. Het verkorten van de WW is een langverwachte maatregel om het werkgeversklimaat te verbeteren. Het rapport-Borstlap uit 2019 adviseerde dat ook al, maar te lang wilde Den Haag zijn vingers er niet aan branden.
Ook verhoging van de AOW-leeftijd moet doorgaan. Zonder ingrepen is de vergrijzing niet meer te betalen. Een verhoging past bovendien bij de stijging van de levensverwachting en het groeiend aantal ouderen dat na het pensioen wil doorwerken. Het is te hopen dat het kabinet-Jetten deze maatregelen weet door te voeren, na de onderhandelingen met de oppositie.
Verdere verdieping: Kabinet gaat stikstofdoelen niet halen
Bron: ANPDe coalitie van D66, VVD en CDA haalt haar doelen niet om stikstofuitstoot terug te dringen. Dat schrijven het CPB en het Planbureau voor de Leefomgeving in een doorrekening van de plannen. Wel zet het aankomende kabinet op het gebied van stikstof een ‘grotere stap’ dan het vorige kabinet.
De coalitiepartijen willen dat de landbouw 42 tot 46 procent minder ammoniak uitstoot in 2035 ten opzichte van 2019. De ammoniakuitstoot van de industrie moet in die periode halveren, net als de uitstoot van stikstofoxiden door voertuigen. Voor de landbouw geldt ook een ‘streefdoel’ in 2030 met een uitstoot die ongeveer een kwart lager is.
De belangrijkste maatregelen die de drie partijen willen nemen, gaan over landbouw. Met geld uit een fonds van 20 miljard euro moeten veehouderijen bijvoorbeeld minder intensief worden. Een deel van de gevolgen is nog onzeker, zoals bij het idee om boeren meer vrijheid te geven om maatregelen te kiezen.
Hogere zorgkosten en zwaardere belastingen drukken koopkracht
De lagere koopkrachtstijging komt volgens de rekenmeesters grotendeels door de verhoging van het eigen risico. Het kabinet-Jetten verhoogt die van 385 euro naar 460 euro. Die maatregel treft lagere inkomens harder, doordat zij meer zorgkosten hebben.
Middeninkomens verliezen vooral wat koopkrachtgroei door de lastenverzwaringen van het kabinet-Jetten. Belangrijke schuldige is de wijziging van de tabelcorrectiefactor. Die zorgt ervoor dat bij de inkomensbelasting rekening wordt gehouden met de inflatie.
Het kabinet-Jetten kiest ervoor dat minder te doen, waardoor werkenden verhoudingsgewijs meer belasting gaan betalen.