Wonen en zorg tellen het zwaarst voor de kiezer, toch claimen partijen andere thema’s

Wonen en zorg krijgen te weinig aandacht in de tweede kamer na kiezersonderzoek. (Foto: ANP)

Wonen en zorg staan boven aan de lijst met belangrijke thema’s van de kiezer. Maar juist op die thema’s weet geen enkele partij zich echt te onderscheiden, blijkt uit het Nationaal Kiezersonderzoek 2025. Partijen zijn vooral herkenbaar op andere onderwerpen: immigratie, veiligheid, onderwijs en klimaat.

Dat is opvallend na een verkiezing waarin de zetels opnieuw alle kanten op schoven. NSC verdween volledig uit de Tweede Kamer. D66 en PVV eindigden allebei op 26 zetels en deelden daarmee de status van grootste fractie, een unicum in Nederland. D66 kreeg wel meer stemmen.

Historisch gezien hoort 2025, na 2023 en 2002, bij de meest beweeglijke verkiezingsuitslagen sinds 1945, staat in het Kiezersonderzoek.

Maar onder die beweeglijkheid zit volgens de onderzoekers wel degelijk een patroon: kiezers wisselen van partij, maar meestal niet van politiek kamp.

Wonen en zorg zijn urgent, maar hebben geen politieke eigenaar

Bij wonen weet één op de vijf kiezers geen partij te noemen die zij als eerste met dat thema verbinden. Ook bij zorg ontbreekt een duidelijke eigenaar.

GroenLinks-PvdA scoort op beide thema’s nog het hoogst, maar met ongeveer 15 procent is dat weinig overtuigend. Partijen voeren weliswaar campagne over bestaanszekerheid, woningnood en zorg, maar slagen er nauwelijks in die zorgen politiek te claimen.

Elke partij haar profiel

Op andere dossiers is het partijprofiel veel scherper. Ruim zes op de tien kiezers verbinden immigratie als eerste aan de PVV. D66 geldt voor kiezers vooral als onderwijspartij, GroenLinks-PvdA, inmiddels Progressief Nederland (PRO), als klimaatpartij en het CDA als partij van normen en waarden.

Ook kleinere partijen hebben een herkenbaar uithangbord: BBB landbouw, SP armoede en Volt Europa.

De kiezer stemt een versplinterde Kamer bij elkaar, maar ergert zich vervolgens aan de versplintering

De VVD springt eruit doordat zij niet één, maar meerdere grote thema’s claimt: veiligheid, economie en defensie. Daardoor is de partij minder afhankelijk van de vraag welk onderwerp de campagne domineert.

De fusiepartij PRO wordt dus vooral herkend op klimaat, terwijl kiezers wonen, zorg, immigratie en veiligheid hoger op hun prioriteitenlijst zetten.

Kiezers blijven binnen hun blok, maar links-rechts draait steeds meer om cultuur

Kiezers wisselden volop van partij, maar bleven meestal binnen hun eigen politieke blok. Het PVV-verlies belandde deels bij JA21 en Forum voor Democratie.

GroenLinks-PvdA verloor vooral in de eigen buurt: niet aan rechts, maar aan D66. Die partij vervulde opnieuw een brugfunctie tussen centrum-links en centrum-rechts.

Opvallend is dat kiezers links en rechts zelf ook steeds vaker cultureel invullen. Niet de vraag of de overheid inkomens moet herverdelen, hangt het sterkst samen met de plek waar kiezers zichzelf op de links-rechtsschaal zetten, maar hun houding ten opzichte van migratie, asiel, klimaat en Europa.

Wie zichzelf rechts noemt, doet dat dus steeds minder alleen vanwege belasting of marktwerking, en steeds vaker vanwege grenzen, nationale identiteit en scepsis over klimaat- of EU-beleid.

Kiezer wantrouwt Den Haag, maar niet het stemhokje

De afkeer van Den Haag groeit. Het vertrouwen in de Tweede Kamer daalde van 50 procent in 2021 naar 19 procent in 2025.

Kiezers met de meeste afkeer van de Haagse politiek zijn vooral te vinden bij FVD en PVV, en juist minder bij D66, ChristenUnie, CDA, GroenLinks-PvdA en Volt.

Zij keren zich niet massaal af van verkiezingen zelf, maar willen wel vaker dat burgers rechtstreeks kunnen ingrijpen.

Onder deze groep is een meerderheid voor referenda, onder kiezers zonder sterke Haagse afkeer geldt dat niet.

Koekje van eigen deeg

Tweederde van de ondervraagden steunt een kiesdrempel van 5 procent. Zelfs onder kiezers van partijen die zo’n drempel niet zouden halen, is bijna de helft voorstander.

De kiezer stemt een versplinterde Kamer bij elkaar, maar ergert zich vervolgens aan de versplintering.

De afkeer van Den Haag betekent niet dat de verkiezingsdag zelf ook wordt gewantrouwd. De meeste kiezers vinden dat het stemmen eerlijk en goed georganiseerd verliep.

De zorgen gaan eerder over wat eromheen gebeurt: misleidende informatie van partijen, onevenwichtige berichtgeving in de media en politiek die problemen niet oplost.

Traditionele media blijven leidend, influencers zijn bijzaak

Ook zijn traditionele media niet uitgespeeld, zoals wel vaak beweerd wordt. De publieke omroep blijft de belangrijkste nieuwsbron tijdens de campagne.

Het NOS Journaal had een wekelijks bereik van 65 procent. Kranten en nieuwswebsites blijven relevant: 31 procent leest dagelijks een krant en 56 procent bezoekt minstens wekelijks een nieuwssite. Sociale media spelen vooral bij jongeren een grotere rol.

(Politieke) influencers zijn minder dominant dan vaak wordt gedacht. Tachtig procent van de respondenten bekijkt nooit politieke inhoud van influencers, 89 procent zoekt die niet actief op en 64 procent komt die ook niet toevallig tegen.

Onder jongeren is het bereik groter, vooral bij jongeren met weinig vertrouwen in Tweede Kamer en pers.

Polarisatie leeft vooral in het hoofd van de kiezer

Een andere opvallende uitkomst is dat kiezers met een migratieachtergrond significant vaker hebben gestemd dan Nederlanders zonder migratieachtergrond.

Die toegenomen opkomst hangt waarschijnlijk samen met de sterke nadruk op thema’s als migratie, islam en diversiteit tijdens de laatste verkiezingscampagnes.

Het succes van de PVV in 2023 en de daaropvolgende deelname aan het kabinet-Schoof hebben daar volgens de onderzoekers ook mee te maken.

Maar kiezers met een migratieachtergrond voelen zich minder goed vertegenwoordigd in de politiek.

Nederland is bovendien gepolariseerd in gevoel, maar minder in het dagelijks leven. Meer dan de helft ervaart veel conflict tussen politieke groepen, een kwart vreest politiek geweld.

Toch merken relatief weinig kiezers dat politieke tegenstellingen hun eigen omgeving aantasten. De politieke vijand zit vaker in het hoofd dan aan de keukentafel.