Columnist Zihni Özdil is verheugd dat het kabinet de overname van Solvinity (Het Nederlandse bedrijf achter DigiD) door het Amerikaanse technologiebedrijf Kyndryl heeft verboden.
In januari schreef ik dat de geplande Amerikaanse overname van DigiD neerkomt op het te grabbel gooien van een fundament van de Nederlandse rechtsstaat.
Niemand zal ontkennen dat DigiD de digitale toegangspoort van het Nederlandse burgerschap is. Van belastingaangifte doen tot een uitkering aanvragen tot eigenlijk elk denkbaar contact met onze overheid. Je zou zonder al te veel overdrijving kunnen zeggen dat wie die poort beheert, het Nederlandse sociale contract beheert.
In een vervolgcolumn in april ging ik nog een stap verder. Toen kwamen er zorgwekkende signalen over het Amerikaanse bedrijf dat onze DigiD wilde overnemen. Ik citeer mezelf eventjes:
‘Ondertussen heeft Kyndryl bij de Amerikaanse toezichthouder SEC zelf gemeld dat zijn risicosystemen niet op orde zijn. Het bedrijf krijgt geen goedkeurende accountantsverklaring. De beurskoers van het bedrijf is gekelderd.’
Sommige infrastructuur moet onder democratische controle blijven
Als land, volk, natie, volksgemeenschap of hoe je het ook noemt, moet je sommige dingen gewoon nooit verkopen. Niet omdat buitenlanders per definitie onbetrouwbaar zijn. Maar omdat bepaalde infrastructuur zo essentieel is voor een land, dat zij onder eigen, democratische controle moet blijven.
Afijn, ik ben verheugd. Want deze week kan ik vaststellen dat onze regering precies dezelfde conclusie heeft getrokken. En niet zo’n klein beetje ook. Het kabinet-Jetten heeft namelijk besloten de overname van Solvinity (Het Nederlandse bedrijf achter Digid) door het Amerikaanse technologiebedrijf Kyndryl te verbieden.
Het Bureau Toetsing Investeringen (BTI), de onafhankelijke toezichthouder die dit soort overnames beoordeelt, concludeert dat de transactie een risico vormt voor het Nederlandse publieke belang.
Heldere afweging van kabinet
Wat opvalt in de kabinetsbrief is de helderheid van redenering. De brief benadrukt expliciet dat Nederland grote waarde hecht aan buitenlandse investeringen. Maar tegelijkertijd stelt het kabinet dat bescherming van het landsbelang voorop staat wanneer het gaat om vitale digitale infrastructuur.
Dat is precies hoe een volwassen staat behoort te handelen.
Nog interessanter is de onderliggende beslisnota. Daarin staat dat de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie (die hebben we blijkbaar, Godzijdank) speciaal bestaat om transacties te kunnen tegenhouden waarbij onze publieke belangen in gevaar kunnen komen.
Het uitgangspunt is dus: hoe beschermen we de samenleving? Dat lijkt misschien vanzelfsprekend. Maar in Nederland is dat al lang niet meer zo.
Marktwerking stond decennia centraal
Sterker nog, ik overdrijf niet als ik beweer dat deze beslissing een historische omslag is. Want sinds de paarse kabinetten van Wim Kok heeft Nederland zich ontwikkeld tot misschien wel het meest enthousiaste marktwerkingslaboratorium van Europa. Spoorwegen, energiebedrijven, woningcorporaties, zorginstellingen, postbezorging, telecom, ICT, enzovoorts: alles moest naar de alwetende, almachtige ‘Markt’.
En telkens kregen we te horen dat publieke belangen vanzelf zouden worden beschermd door concurrentie, aanbestedingen en spreadsheets. Het landsbelang verdween daarbij opvallend vaak naar de achtergrond waar het botste met ‘marktwerking’.
In ons land heerst een religieus geloof dat, al dan niet buitenlandse, private partijen per definitie beter, slimmer en efficiënter zijn dan publieke instellingen in handen van de staat.
Dat blinde geloof lijkt nu eindelijk zijn houdbaarheidsdatum te hebben bereikt. Want wat dit kabinet nu doet met DigiD gebeurde decennialang nauwelijks meer: als staat de regie nemen.
Doorgaan op dezelfde voet
Mijn advies aan het kabinet-Jetten is daarom: vooral doorgaan!
Kijk met dezelfde frisse blik eens naar de energievoorziening. Naar de woningmarkt. Naar het openbaar vervoer. Naar de zorg. Naar de universiteiten.
Naar alle plekken waar Nederland jarenlang automatisch aannam dat marktwerking het antwoord was. Zonder ons af te vragen of we ergens nog greep op houden.