Afshin Ellian bespreekt Jürgen Habermas’ waarschuwing tegen antisemitisme tijdens de Gaza-oorlog en pleit voor gelijke maatstaven voor Israël in Europa.
De Gaza-oorlog wakkert duistere gevoelens aan bij sommige Europeanen. Op 13 november 2023 schreef een aantal Duitse wetenschappers onder leiding van filosoof Jürgen Habermas het essay Grundsätze der Solidarität. Eine Stellungnahme.
Het is een verklaring over de Gaza-oorlog, die toen al verwoestend was. Habermas noemde de Israëlische krijgshandelingen in Gaza ‘in principe gerechtvaardigd’. De oorlog tegen Hamas werd ook door bijna alle democratieën en nogal wat niet-democratische landen als gerechtvaardigd gezien.
Habermas en zijn collega’s spraken hun ontzetting uit over het groeiende antisemitisme in Duitsland: ‘De oorlog in Gaza rechtvaardigt geen antisemitisme, zeker niet in Duitsland,’ schreef Habermas. Hij beschouwt ‘het bestaansrecht van Israël als een pijler van de Bondsrepubliek’. Is het ook niet een pijler van Nederland?
Nederlandse en Duitse geschiedenis van Jodenvervolging
Joden, Duitsers en Nederlanders hebben een gemeenschappelijke geschiedenis, waar in elk geval de meeste joden uit Nederland zonder al te veel moeite door nazi’s afgevoerd en vermoord zijn.
Daarom schreef Habermas al in 2023 dat het optreden van Israël in de oorlog tegen Hamas ‘op geen enkele wijze antisemitische reacties rechtvaardigt, zeker niet in Duitsland. Het is onaanvaardbaar dat Joden in Duitsland opnieuw worden blootgesteld aan bedreigingen van lichaam en leven en bang moeten zijn voor fysiek geweld op straat’. Die bedreigingen zijn sindsdien alleen maar in aantal toegenomen.
Beginselen van evenredigheid en hoor- en wederhoor
De discussie over de wijze waarop Israël oorlog voert, moet voor Habermas gefundeerd zijn op ‘de beginselen van evenredigheid, het vermijden van burgerslachtoffers en het voeren van een oorlog met uitzicht op vrede in de toekomst’. En de Palestijnse zorgen? Ook daarover was Habermas glashelder: ‘De bezorgdheid over het lot van de Palestijnse bevolking is begrijpelijk. Maar daarbij mogen de beoordelingsmaatstaven niet volledig verschuiven.’
De maatstaven die we internationaal voor burgerslachtoffers in oorlogvoering hanteren, moeten dus niet ten nadele van Israëliërs veranderen. Het zijn immers maatstaven die ook de Amerikaanse of Nederlandse strijdkrachten zouden hanteren.
Daarnaast is hoor- en wederhoor een belangrijke maatstaf. Op dit moment is alle berichtgeving gebaseerd op de gegevens van Hamas, op beelden gemaakt door Hamas-journalisten zonder duidelijke context. Zonder dat eigen onderzoek wordt gedaan.
Er zijn meer maatstaven die in geval van Israël niet meer lijken te gelden. Niet dat er geen oorlogsmisdaden zijn gepleegd. In elke oorlog worden de regels van het oorlogsrecht geschonden. Maar om echt van oorlogsmisdaden te kunnen spreken, moeten ook de intentie van de betrokken militairen en de context worden vastgesteld.
Nederlandse bombardementen als vergelijkingspunt
Als dezelfde maatstaven die Nederlandse politici en journalisten gebruiken in hun oordeel over Israël, ook worden gehanteerd in eigen land, dan ziet het er hier niet goed uit.
Op 3 juni 2015 bombardeerde de Nederlandse luchtmacht een wapenopslag van IS in de stad Hawija in Noord-Irak. Daarbij kwamen 70 burgers om het leven, onder wie 22 vrouwen en 26 kinderen. Toen deze zaak jaren later werd opgerakeld, waren weinig serieuze journalisten en politici bereid om Nederland, en dus onze piloten en andere militairen van oorlogsmisdaden te betichten.
Aanvankelijk was er zelfs geen bereidheid om dit als een militaire misser te beschouwen. Totdat de rechter vaststelde dat Nederland, gelet op de twijfel over de beschikbare informatie, verkeerd heeft gehandeld.
Later kwam een onderzoekscommissie geleid door oud-minister van Justitie Winnie Sorgdrager tot de conclusie dat het kabinet de Kamer verkeerd had ingelicht over het bombardement.
Er loopt nog een onderzoek naar een F16-bombardement in maart 2016 op de universiteitscampus van de Iraakse stad Mosul, dat volgens verschillende berichten een aantal burgers het leven kostte. Het Openbaar Ministerie schrijft daarover: ‘Naast de melding werd door Defensie niet tevens aangifte gedaan van een strafbaar feit. De melding van Defensie gaf ook geen aanleiding om te twijfelen aan de rechtmatigheid van de geweldsaanwending.’
Lees het zorgvuldige taalgebruik nog een keer: ‘twijfelen aan de rechtmatigheid’. Deze nauwgezette beoordelingsmaatstaf is voor Israël allang opzijgezet, ook al kunnen Hamas-journaalbeelden uit Gaza geen basis voor oordeelsvorming zijn.
Israëls bestaansrecht en humanitaire verplichtingen
Het bestaan van Israël was en is in gevaar. Dat gold niet voor Nederland of Amerika in Irak, Afghanistan, Syrië of Libië. Uiteraard is dit geen pleidooi dat Israël zomaar burgerslachtoffers mag maken. Een probleem met Israël is bovendien, als we denken aan vrede, dat helder zicht ontbreekt op hoe Israël het bestuur en de toekomst van Gaza ziet. En het staat zonder meer vast dat Israël onbeperkt humanitaire hulp moet toelaten.
Maar al deze kritische waarheden rechtvaardigen niet de uiterst vijandige houding van politici en journalisten tegenover de joodse staat.
In 2024 schreef Herta Müller, Nobelprijswinnaar voor de Literatuur, in de Frankfurter Allgemeine Zeitung over ‘de kortste omschrijving van het dilemma dat je in Gaza het civiele niet van het militaire kunt scheiden. En dat geldt niet alleen voor de gebouwen, maar ook voor het personeel van die gebouwen.’
Ze vervolgt: ‘Het Israëlische leger werd in deze val gelokt bij zijn reactie op 7 oktober. Of niet gelokt, maar gedwongen. Gedwongen zich te verdedigen en zich schuldig te maken aan de vernietiging van de infrastructuur, met alle burgerslachtoffers van dien. En precies dit onvermijdelijke wilde Hamas bereiken en het maakt er nu gebruik van.
‘Sindsdien bepaalt het [Hamas] het nieuws dat de wereld bereikt. De beelden van het leed schokken ons dagelijks. Maar geen enkele oorlogsverslaggever kan in Gaza onafhankelijk werken.’
Historische verantwoordelijkheid van Europa tegenover Israël
Habermas en collega’s benadrukten dat ‘het Joodse leven en het bestaansrecht van Israël centrale elementen zijn voor het zelfbeeld van de Bondsrepubliek en haar politieke cultuur, zeer het beschermen waard. De erkenning daarvan is fundamenteel voor ons politieke samenleven.’ Dat is waar het om gaat.
Habermas en anderen baseren zich op het historische onrecht dat Europa (dus ook Nederland) het Joodse volk heeft aangedaan. Dat begon niet met Hitler, maar is even oud als het christelijke Europa. Het legt een enorme verantwoordelijkheid op de schouders van politici en journalisten.
Dit historische morele besef roept Habermas bij ons allen op. De joodse staat is onverbrekelijk verbonden met Europa en is een pijler van onze democratische moraal en politiek. Ik acht het noodzakelijk dit essay te eindigen met nog enkele indrukwekkende woorden van Herta Müller:
‘Mag je op 7 oktober denken aan de moordpartijen van de nazi’s? Ik vind dat je dat zelfs moet doen, omdat Hamas zelf de herinnering aan de Shoah wilde oproepen. En wilde aantonen dat de staat Israël geen garantie meer is voor het voortbestaan van de Joden. Dat hun staat een illusie is, dat hij hen niet zal redden.
Het verstand verbiedt ons de term Shoah in de mond te nemen. Maar waarom zou het verstand dat moeten verbieden? Want het gevoel dat je hebt kan de pulserende nabijheid ervan niet vermijden.’